Recept: Koreaanse Ribs met Kimchi

Standaard

recept koreaanse rib

Koreaanse ribs met Kimchi. Ik kwam dit recept tegen in de gratis krant Metro en hield mij (uiteraard) niet aan de ingrediënten, nog de bereidingswijze. Het gerecht maakte ik van runder riblappen. Kimchi is overigens een salade van Chinese kool.
Onderstaand is dus een variatie op het originele recept.

Benodigd voor de ribs:

  • 1,5 kilo riblappen
  • 1,5 eetlepel geroosterde sesamzaadjes
  • 9 tenen knoflook
  • bosje lente ui
  • 30 gram gemberwortel
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker
  • 180 ml sojasaus
  • 250 ml appelsap
  • 3 eetlepels sesamolie
  • 3 verse rode pepers
  • braadslee en aluminiumfolie

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden
Doe de knoflook, de pepers (pitjes verwijderen als je het niet te pittig wilt), de gemberwortel, basterdsuiker in een keukenmachine en maal het kort (niet te fijn maken dus). Doe de sojasaus, de sesamolie en de appelsap in de braadslee en voeg het mengsel uit de keukenmachine toe. Snijd de witte stukken van de lente ui in ringen en voeg deze ook toe (de rest van de lente ui gaat in de salade). Even mengen en het vlees er goed doorheen halen. Dan het vlees dakpansgewijs in de braadslee, folie er over en in de oven.
Lekker een 4 tot 6 uur laten stoven.
Wanneer je het vlees serveert dan garneren met de sesamzaadjes.

Benodigd voor de Kimchi:

  • 500 gram Chinese kool
  • 2 eetlepels vissaus
  • 6 tenen knoflook
  • 6 eetlepels suiker
  • 35 gram zout
  • 500 ml water
  • 1 rode peper
  • bosje lente ui

Bereiding:

Snijd de kool in kleine stukjes, los het zout op in het water en doe de koolstukjes er bij. 15 Minuten laten staan, om de 5 minuten even omscheppen. Hierna afspoelen en droog deppen.
De suiker, peper, knoflook en vissaus in de keukenmachine en fijnmalen. De lente ui klein snijden en even een paar seconden mee laten draaien in de keukenmachine (goed kneuzen).
De dressing door de salade scheppen en in de koelkast zetten tot je gaat eten.

Ik serveerde het vlees en de salade met witte rijst.

Opmerkingen:
Persoonlijk vond ik de kimchi wat aan de zoete kant, volgende keer doe ik er de helft minder suiker in. daarnaast wordt in het recept geen zout gebruikt voor het vlees, ik liet dat zo. Nu voeg ik bij vlees altijd pas later zout toe, zout onttrekt namelijk heel veel vocht aan het vlees.

Eet smakelijk!

Privacy

Standaard

genante lijvenHet maakt niet uit. Piet is boer en kan zelf blijkbaar geen contactadvertentie opstellen of lezen. Jan en Klazien zijn 55, maar niet in staat zelf een passende woning te vinden. Gerben is een relnicht van 35 en heeft zijn rijbewijs klaarblijkelijk in een donker Afrikaans land gekocht. Of geruild voor een oud Samsung tablet. Of het nu is omdat we dronken achter het stuur zitten, de deurwaarder alle inboedel in beslag komt nemen of dat we niet in staat zijn om onze hond of kind op te voeden.
Het maakt niet uit.
Een mislukte borstvergroting? Laaghangende teeltballen? Smetplekken in de bilnaad? Uitgescheurd rectum na een avondje darkroom? Op de spoedeisende hulp omdat de met zo veel zorg ingebrachte cola-light fles niet meer uit de vagina te krijgen is?
Maakt niet uit.

We mogen allemaal meegenieten. Via SBS, RTL of desnoods – wanneer het zelfs de commerciëlen te ver gaat qua ranzigheid – via Youtube, Facebook, Twitter, Instagram of een ander sociaal media kanaal. We mogen weten wie u bent, hoe verschrikkelijk dom u bent, hoe u zich laat besodemieteren, bespotten en verminken. We hebben geen geheimen, we zijn als volk de schaamte ver voorbij.
Zoals Jan Dijkgraaf ooit opmerkte: “Privacy bestaat niet meer”.

Totdat je bij de politie werkt, of hulpverlener bent.
En je wilt overleggen, informatie delen of afstemmen met andere betrokken hulpverleners.
Dat mag dan weer niet.
Vanwege de privacy.

 

Niemand heeft schuld

Standaard
niemands schuld

Het is niemand’s schuld, het zit er gewoon in…

“Het is NIEMAND’s schuld!” De woorden willen maar niet uit mijn hoofd. Hoe hard ik ook probeer aan iets anders te denken. Aan de boot. Aan de komende maand vakantie. Aan de net aangeschafte aggregaat die ik passend ga maken voor de CUX12.
Het is inmiddels een uur of half twee als ik mezelf maar weer eens omdraai.

We waren pubers met een ‘rugzakje’. We vonden elkaar op de vloer van mijn ouderlijk huis. Onze moeders waren vriendinnen. Wij dolden wat en grepen elkaar vast. In een heftige, wanhopige omarming. Een omarming die geborgenheid gaf. Een omarming zo intens, zo onbezonnen en zo puberaal dat het kansloos was. Een omarming die ging beklemmen en benauwen. Een omarming die ons meer en meer gevangenen maakte van elkaar. De heftigheid bleef, maar meer en meer in strijd, onbegrip, alcohol, drugs en daarmee gepaard gaande agressie.
Tien jaar later lieten we elkaar pas weer los. We lieten elkaar net zo hard los als dat we elkaar al die jaren hadden vastgegrepen.

We zouden elkaar daarna waarschijnlijk ook nooit meer hebben gezien of gesproken. Maar we hadden een kind. Op het moment dat wij elkaar lieten vallen was onze zoon twee jaar oud. Hij bleef bij moeder en ik werd weekeind papa. Mama kreeg een nieuwe vriend, ik een nieuwe vriendin. Mama kreeg weer een nieuwe vriend, ik kreeg weer een nieuwe vriendin. Onze zoon kreeg geen vaste grond onder zijn voeten. Niet van zijn moeder, niet van zijn vader. Op zijn dertiende zat hij al aan het bier, daarna volgde de drugs. Hij schreeuwde om duidelijkheid en structuur en wij stonden er bij en keken er naar. Altijd apart, nooit samen. De kloof tussen ons was zo onoverbrugbaar dat we zelfs voor ons kind geen brug meer konden bouwen. Onze zoon werd een puber met een ‘rugzakje’.

Het is 17 juli 2016. De tiende verjaardag van mijn kleinzoon. Een half jaar eerder was hij met zijn moeder bij ons op bezoek geweest. Ik beloofde hem toen dat ik op zijn volgende verjaardag zou komen. Zijn vader zit in de gevangenis, andere opa’s heeft hij niet meer. We zitten in de tuin en ik staar wat naar de laag overvliegende vliegtuigen. Wanneer de moeder van mijn zoon komt herken ik haar alleen aan haar stem. Verder herken ik niets. Mijn ex-schoonmoeder is er ook. Ze zit naast mij en we praten wat over kinderen en kleinkinderen. Het is eigenlijk uit het niets als zij zegt: “Het is NIEMAND’s schuld!” “Het zit er gewoon in.” Ik reageer niet. Het is te stupide. Niet veel later zegt zij zonder blikken of blozen dat het toch allemaal heel erg is voor haar dochter, het immers haar enigst kind. Ik krijg er krampen in mijn buik van en zeg tegen M. dat we moeten gaan.

“Het is NIEMAND’s schuld!” Ik lig in mijn bed en kan niet slapen. Ik hoor niet alleen de woorden in mijn hoofd repeterend echoën. Ik hoor de woorden waarmee ik eigenlijk had willen reageren. Dat het godverdomme de schuld is van ons allemaal. Dat zij als moeder had moeten waken over haar dochters. Dat zij voor haar kinderen had moeten kiezen. Dat zij er van wist hoe haar kinderen beschadigd werden. Dat het de schuld is van haar dochter. Dat haar dochter onze zoon willens en wetens op zijn dertiende verjaardag aan het bier zette. Dat haar dochter het nodig vond om samen met mijn zoon te blowen. Dat het mijn schuld is. Dat ik mijn handen had thuis moeten houden naar de moeder van mijn kind. Dat ik haar niet had moeten slaan en schoppen. Dat ik mij niet had moeten verstoppen achter mijn status van weekeind papa. Dat ik mijn verantwoordelijkheden had moeten nemen toen het nog kon. En niet pas toen het te laat was.

“Het is niemand’s schuld.”
Nee. Inderdaad.
Wanneer je iedere verantwoordelijkheid ontkent, hoeft niemand zich schuldig te voelen.

The Power Of Now Wendy Gotion

Standaard

hues-corporation

Den Helder, 1974. Ik zit op de Wilhelmina MAVO in Den Helder en heb liefdesverdriet om Gaynor Greeves-Lord, een Engels meisje. Gaynor heeft nu verkering met een grote kerel uit de 4e klas. Die mag mij niet zo. En hij heeft grote vrienden. Dus krijg ik regelmatig klappen, en nog vaker probeer ik dat te voorkomen. Ik ga derhalve niet heel vaak naar school, kom te laat of spijbel het laatste uur. Alles om confrontaties te voorkomen. Omdat mijn fiets is vernield – zo’n klassieke Burco met 2 terugtrapversnellingen en dubbele stang – moet ik lopen. Ik ben 13 jaar en bepaald niet gelukkig op dat moment.

Ik leefde buiten, op ‘Het Plein’, dat was een betegeld plein dat met stegen het Commandeursplein verbond met de Cornelis Riekelstraat en de Adriaan de Grootstraat. Het moet een hel geweest zijn om aan dat plein te wonen. Er was veel jeugd en die verzamelde zich dagelijks op dat plein om te voetballen, met brommers rond te scheuren (door de stegen) lawaai te maken en er werd gedronken en drugs gebruikt. We klommen langs regenpijpen op daken, bliezen putten op met carbid en buurtbewoners konden maar beter zwijgen, anders was je ‘de Sjaak’.

Radio Veronica was in die tijd hèt radiostation. Voor mij en mijn vrienden dan. Het was de tijd van de disco. Mijn eerste zelf gekochte single was ‘Swing Your Daddy’ van Jim Gilstrap. Hues Corporation heeft in 1974 een hit met ‘Rock the Boat’.

Het is wonderlijk om te merken dat je een hit uit 1974 (42 jaar oud!) nog altijd letterlijk mee kunt zingen wanneer je het na jaren op de raio weer eens hoort. Ik werd afgelopen maandag wakker met ‘Rock The Boat’ in mijn hoofd. Vraag me niet waarom. Nog voor de koffie liep ik in de keuken te zingen. ‘Our love is like a ship on the ocean, We’ve been sailing with The Power Of Now Wendy Gotion’. Huh? The Power Of Now Wendy Gotion?? Waar slaat dat eigenlijk op??? He-le-maal nergens op natuurlijk. Toch zing ik dit dus al een jaar of 40. Ik bedacht mij dat het waarschijnlijk ‘the power of love and devotion’ moest zijn. Nu ik dit stukje typ en even de tekst heb opgezocht blijkt dat het in werkelijkheid ‘cargo full of love and devotion’ is.

Ja, dus?
Nou, het verwonderd mij zeer dat je blijkbaar 42 jaar lang iets in je geheugen kan hebben wat nergens op slaat, waarvan je ook wel weet dat het nergens op slaat maar dat er blijkbaar geen enkele behoefte of noodzaak is om het te willen corrigeren. Tot een zonnige maandagmorgen in 2016, onder het zetten van een verse espresso. Het roept bij mij vragen op. Waarom word ik mij er 42 jaar later ineens wel bewust van? Waarom wil ik op mijn 55e ineens wel weten wat de Hues Corporation mij al 42 jaar toezingt? Om maar te zwijgen van het feit dat dit nummer nu ineens herinneringen oproept en mij terugbrengt naar 1974.

Je hoort vaak dat ouderen leven in het verleden.
Ik hoop niet dat dit de eerste stap is.

 

Conny Keessen uit Athene

Standaard
Conny Keessen

Conny op het Journaal

Zo moet het ongeveer zijn gegaan:

“Wie hebben we in Athene?” “Ehhh, we hadden iemand in Athene, maar die hebben we moeten laten gaan.” “Wat??!! We hebben niemand in Athene??? Nu??? we hebben niemand in het oog van de Europese storm, geen verslaggever in het centrum van de brandhaard die Giekenland heet?? Is dat wat je mij zegt?!?!?” “Ja, ehhh.. sorry baas. Ik kan kijken of Gerrie nog bij het Bronovo staat, dat die vanmiddag nog een vliegtuig pakt?” IK WIL NIET MORGEN IEMAND IN ATHENE, IK WIL GODVERDOMME NU IEMAND IN ATHENE!!!!”

*doodse stilte*

Jan van der Meijden, een 20-jarige stagiair steekt – met in zijn linker hand nog een doos oude dossiers die hij werd geacht te digitaliseren – voorzichtig zijn vinger op. De hoofdredacteur ziet Jan niet, maar ziet wel de ogen van de schare redacteuren die een beetje verbaasd naar de hand van Jan van der Meijden staren. Zijn blik valt op Jan en hij zucht. Dit wordt weer zo’n dag, denkt hij.

“Ja, zeg. Ik weet niet wie jij bent en wat je hier doet, maar als je moet plassen hoef je a) je vinger niet op te steken en B) het toilet vind je achter die deur daar.” Jan, een beetje bleek, stamelt: “Ehh, nou. U zoekt iemand in Athene en ik ken wel iemand in Athene. Ziet u, mijn broer heeft een vriendin en die haar ouders zijn gescheiden. En..” “Ja?? Enn??” “Ehh.. nou, die vriendin haar moeder is om tot rust te komen een paar weken naar Griekenland op bezoek bij een vriendin. En die vriendin woont al heel lang in Griekenland en is volgende de moeder van de vriendin van mijn broer heel erg goed op de hoogte van alle ontwikkelingen in Griekenland.”

*opnieuw doodse stilte*

“Goed. Alles beter dan niets. Hoe heet die vrouw??” “Conny Keessen meneer.” “Conny; dat bekt goed.Gaan we doen. Henk, stel een contractje op. Ilse: ik wil over 15 minuten live met Conny. Gea: jij helpt die Conny aan een beetje verhaal. Ik wil geen fuck-up in het acht-uur journaal.”
“Nou, waar wachten we op??? Go Go Go!!! Griekenland staat in brand. Let’s bring the news!!!”

Zo moet het zijn gegaan bedacht ik mij toen ik Conny Keessen deze week op de radio verslag hoorde doen uit Griekenland over de vluchtelingencrisis. Conny Keessen die ban-ke-la-des zegt als zij het over Bangladesh heeft. Conny die gewoon zegt dat de vluchtelingen er nog altijd zijn, als naar de actuele situatie wordt gevraagd.

Conny die gewoon Conny is.
Conny die volgens mij Nederland te woord staat tussen twee afwasbeurten door. Die tijdens het verslag bedenkt dat zij nog Swiffer doekjes moet kopen.
Conny die zo gewoon is dat ik haar heel bijzonder vind.

Quote Idiote: Hoffschulte & Homopropaganda

Quote

homopropaganda

Er is iets mis met een samenleving die er geen been in ziet mongooltjes te elimineren, maar wel eist dat homoseksuelen precies dezelfde huwelijksrechten kunnen genieten als heteroseksuelen. Het gaat immers nog steeds om een afwijking en die kan niet worden gelijkgesteld met heteroseksualiteit.

Was getekend: Ben Hoffschulte, rechtsfilosoof te Leuven.
Deze man pleit er dus voor dat ‘intelligente homo’s’ zelf eens kritiek gaan leveren op de dwaze homopropaganda. Uiteraard, in het Katholiek Nieuwsblad. Wat Meneer Hoffschulte nog meer denkt?
Nou ja, lees het zelf maar.

De Questie: De nabestaanden van MH17

Standaard

mh17
Gisteren keek ik naar Nieuwsuur en zag de zoveelste reportage over de MH17. Nabestaanden van slachtoffers die de rampplek bezoeken, een voetbalclub die een award vernoemd naar een omgekomen keeper en de schrijnende confrontatie met een doosje overblijfselen van een van de slachtoffers. Niet overblijfselen van het slachtoffer zelf, die zijn er niet eens. Nee. Een boardingpas en een inentingsboekje. Dat is ongeveer alles wat er gevonden is. Diep, diep tragisch.

Maar ik voel ook steeds meer weerstand tegen wat ik zie. Wat rechtvaardigt toch deze hele poppenkast? Waarom worden de slachtoffers toch met zo veel ceremonie naar Nederland gehaald? Waarom moet ik toch het gevoel krijgen dat het hier gaat om gevallen helden? Wat maakt dat ik mee mag kijken hoe een vader op de rampplek tegen de lokale burgemeester de woorden uitspreekt dat ‘het land snel weer moet terugkeren naar hoe het was’? Wat moeten deze beelden bij mij aan gevoel, begrip of mededogen toevoegen?
Wat maakt nou toch dat ik meer en meer medelijden met de hoofdrolspelers – de nabestaanden – krijg, niet vanwege het geleden verlies, maar vanwege hun rol in dit media theater?

Als de zoon of dochter of dochter van deze nabestaanden op een minstens net zo zinloze en tragische wijze aan hun einde was gekomen, bijvoorbeeld omdat automobilist met z’n dronken kop zoon tot snot reed na de voetbaltraining, of omdat dochterlief in de auto stapte bij een dwaas die met 150 km in het uur zijn auto tegen een boom aan tweeën reed. Wat dan?

Dan weinig waarschijnlijk. Een stukje in de regionale krant, een ingelijste foto aan de wand van de voetbalclub en een mooi gedicht van een vriendin.
Daarna een periode van rouw en verwerking.

Ik denk dat daar mijn weerstand ook zit. Mensen moeten ook na de meest diep tragische gebeurtenis verder. En dat is wat ik mij afvraag. Kunnen de nabestaanden van de slachtoffers van MH17 ooit verder met hun leven? Ik ben bang van niet. De media aandacht gaat nog jaren duren. Er zullen onderzoeken blijven komen, er zullen nieuwe vragen worden gesteld, er zal gezocht worden naar gerechtigheid. Ik moet er niet aan denken. Niet aan het verlies van een van mijn kinderen, maar zeker niet aan een zich daarna jarenlang voortslepend mediacircus waardoor keer op keer de wonden worden opengereten. Het zal jaren, wellicht tientallen jaren duren voor de schuldigen zijn vastgesteld, voor daders zich bij een rechtbank moeten verantwoorden (als het al ooit zo ver komt). Advocaten zullen zich op de kwestie van smartengeld werpen. En al die tijd ben je als nabestaande van een slachtoffer een dankbare prooi voor de media.

De questie is niet of de nabestaanden niet gegund is, de questie is veel meer of wij er niet veel beter aan doen de slachtoffers en de nabestaanden rust te gunnen.