Categorie: Relatie

God kent vreemdgaande kostgangers

Wat zijn ook alweer onze bezwaren tegen de hoofddoeken, boerka’s, het besnijden en opsluiten van vrouwen, en andere islamitische uitwassen? Zijn wij niet dat 1e wereldvolk dat het verwerpelijk en volkomen achterlijk vindt dat jonge Marokkanen westerse meisjes en vrouwen op sissende geluiden trakteren en uitschelden voor ‘vieze kuthoer’? En, is het niet zo dat dat wij vinden dat in de islamitische cultuur de vrouw gestraft wordt voor de onbedwingbare lusten van de man? Wij weten toch dat het niet de vrouwen zijn die de neiging om zich als hoer te gedragen niet kunnen bedwingen, maar dat het juist de mannen zijn die de gulp niet dicht kunnen houden en daarom alle aantrekkingskracht van een vrouw achter zwarte doeken willen verbergen? Dat het niet de eer van de vrouw is die beschermd wordt, maar die van de man?

Wanneer we het daar over eens zijn, hoe moeten we de oproep van om reclames die ‘vreemdgaan stimuleren’ te verbieden dan precies zien?

Dat meneer Polinder, fractievoorzitter van de SGP in Nunspeet de reclames ‘afschuwelijk’ en ‘onchristelijk’ vindt, dat snap ik wel. Maar dat ‘relatiedeskundige’ (?) mevrouw Brouwer ziet dat bij ‘heel veel’ relatieproblemen vreemdgaan de boosdoener is en door reclames op straat dichterbij komt. vind ik persoonlijk totaal idioot. Vreemdgaan als oorzaak van relatieproblemen? Dus, voor hij of zij vreemdging was alles helemaal okidoki? Ook seksueel? Beide partners waren volkomen gelukkig, hielden zichzelf en elkaar niet voor de gek en waren, 20 jaar en 2 kinderen verder, nog altijd even happydepeppie?

Als het zo werkt mensen, dan moeten ze onderstaande man ook maar beboeten, opsluiten en verbannen.
Anders lopen we het risico dat de hemel nog overbevolkt raakt.

Je kunt niet je hart openstellen maar de deur gesloten houden

niets doen

Op de late avond van zondag 6 november krijg ik een telefoontje. Mijn jongere broer (54) is overleden. Na 40 jaar alcohol heeft zijn lichaam het opgegeven. Er komt geen advertentie, geen rouwkaart en geen dienst. Mijn ouders, zo’n beetje de enige mensen die nog contact met hem hadden konden het niet meer opbrengen. Ik had zelf al een jaar of 20 geen contact meer met hem. Rottig doodgaan noem ik dat.

Ik raak er door van slag. Niet zozeer omdat mijn broer overlijdt, dat zat er al jaren aan te komen. Het is meer het besef dat je heel eenzaam dood kunt gaan. Ook als je 3 broers hebt en je ouders nog leven. Dat je als ouder zo ver van je gevoel kunt raken dat je het niet meer opbrengt om je kinderen bij elkaar te roepen en als gezin waardig afscheid neemt van een lid van jouw gezin. Het grijpt me bij de keel en laat mij niet meer los.

Het is inmiddels bijna 8 (!) jaar geleden dat ik mijn eigen zoon voor het laatst zag. Het overlijden van mijn broer is een keiharde confrontatie met mijn gevoelens. Gevoelens van pijn, machteloosheid, boosheid en schuld. Ik ben mijzelf al een aantal jaren – opnieuw – voor de gek aan het houden. Ik maak mijzelf wijs dat ik ‘er vrede’ mee heb. Dat het een afgewogen keuze is. Dat het niet anders meer kon. Het is allemaal bullshit. Wat er in werkelijkheid gebeurd is dat ik het contact met mijn gevoel doorgeknipt heb. De dood van mijn broer is een waarschuwing.

Mijn zoon zit al weer een tijd in de gevangenis. Ik schrijf hem een brief. Daarna hebben we telefonisch contact. Hij klinkt ouder, volwassener. 32 Is hij alweer. Als ik op 13 november de bezoekruimte van de gevangenis binnenstap en mijn zoon zie herken ik heel even dat kleine jochie van 4 die door zijn vader wordt opgehaald voor het weekeinde. We praten 2 uur. Over van alles. Hij spreekt open over zijn gevoel. Ik ook. Het voelt goed. Sindsdien bezoek ik hem wekelijks.

Volgend jaar juli wordt de eerste gelegenheid dat hij vrij kan komen. Kan komen, want dat heeft nogal wat haken en ogen. Tijdens deze detentie (nu 30 maanden) heeft hij zich goed gedragen. Maar justitie, reclassering en hulpverlening hebben weinig tot geen vertrouwen in hem. Hij heeft geen adres, dus hij kan niet naar een meer open afdeling om bijvoorbeeld gefaseerd terug de maatschappij in te gaan. Dit betekent dat er nog wel een jaar bij kan komen. Hoe dan ook; zoals het nu lijkt staat hij vroeger of later weer buiten. Zonder begeleiding, zonder woonplek, zonder netwerk, zonder dagbesteding. Kansloos, in mijn ogen.

“Ik weet niet wat ik nu moet”, zeg ik tegen M. “Wat wil je?”, vraagt zij. Ik vertel dat ik mijn zoon wil helpen in ieder geval kans te maken op een ander bestaan. En dat het uiteraard helpt dat we weer contact hebben, maar dat ik het heel moeilijk vind om ‘toe te kijken’. Er moet zoveel gebeuren. Niet straks als hij vrij komt, maar veel eerder. Er liggen kansen. Hij is gemotiveerd. Hij is clean. Zijn gedrag is veranderd. Hij heeft geleerd. En er zijn uiteraard ook risico’s. Op een nieuwe terugval. Op nieuwe teleurstellingen en op nieuwe pijn. Eén ding weet ik zeker: als hij het alleen moet doen maakt hij weinig kans. Hij heeft iemand nodig. Hij heeft mij nodig. “Ik weet niet wat ik nu moet”, herhaal ik. “Ik kan het ook niet alleen. Niet zonder jou. Als ik echt wil helpen dan komt het opnieuw heel dichtbij. Ook bij jou, ook bij de kinderen.”

“Niets doen is geen optie”, zegt M.
We besluiten er vol voor te gaan, te beginnen met een inschrijving op ons adres.

Je kunt niet je hart openstellen maar de deur gesloten houden.

Niemand heeft schuld

niemands schuld

Het is niemand’s schuld, het zit er gewoon in…

“Het is NIEMAND’s schuld!” De woorden willen maar niet uit mijn hoofd. Hoe hard ik ook probeer aan iets anders te denken. Aan de boot. Aan de komende maand vakantie. Aan de net aangeschafte aggregaat die ik passend ga maken voor de CUX12.
Het is inmiddels een uur of half twee als ik mezelf maar weer eens omdraai.

We waren pubers met een ‘rugzakje’. We vonden elkaar op de vloer van mijn ouderlijk huis. Onze moeders waren vriendinnen. Wij dolden wat en grepen elkaar vast. In een heftige, wanhopige omarming. Een omarming die geborgenheid gaf. Een omarming zo intens, zo onbezonnen en zo puberaal dat het kansloos was. Een omarming die ging beklemmen en benauwen. Een omarming die ons meer en meer gevangenen maakte van elkaar. De heftigheid bleef, maar meer en meer in strijd, onbegrip, alcohol, drugs en daarmee gepaard gaande agressie.
Tien jaar later lieten we elkaar pas weer los. We lieten elkaar net zo hard los als dat we elkaar al die jaren hadden vastgegrepen.

We zouden elkaar daarna waarschijnlijk ook nooit meer hebben gezien of gesproken. Maar we hadden een kind. Op het moment dat wij elkaar lieten vallen was onze zoon twee jaar oud. Hij bleef bij moeder en ik werd weekeind papa. Mama kreeg een nieuwe vriend, ik een nieuwe vriendin. Mama kreeg weer een nieuwe vriend, ik kreeg weer een nieuwe vriendin. Onze zoon kreeg geen vaste grond onder zijn voeten. Niet van zijn moeder, niet van zijn vader. Op zijn dertiende zat hij al aan het bier, daarna volgde de drugs. Hij schreeuwde om duidelijkheid en structuur en wij stonden er bij en keken er naar. Altijd apart, nooit samen. De kloof tussen ons was zo onoverbrugbaar dat we zelfs voor ons kind geen brug meer konden bouwen. Onze zoon werd een puber met een ‘rugzakje’.

Het is 17 juli 2016. De tiende verjaardag van mijn kleinzoon. Een half jaar eerder was hij met zijn moeder bij ons op bezoek geweest. Ik beloofde hem toen dat ik op zijn volgende verjaardag zou komen. Zijn vader zit in de gevangenis, andere opa’s heeft hij niet meer. We zitten in de tuin en ik staar wat naar de laag overvliegende vliegtuigen. Wanneer de moeder van mijn zoon komt herken ik haar alleen aan haar stem. Verder herken ik niets. Mijn ex-schoonmoeder is er ook. Ze zit naast mij en we praten wat over kinderen en kleinkinderen. Het is eigenlijk uit het niets als zij zegt: “Het is NIEMAND’s schuld!” “Het zit er gewoon in.” Ik reageer niet. Het is te stupide. Niet veel later zegt zij zonder blikken of blozen dat het toch allemaal heel erg is voor haar dochter, het immers haar enigst kind. Ik krijg er krampen in mijn buik van en zeg tegen M. dat we moeten gaan.

“Het is NIEMAND’s schuld!” Ik lig in mijn bed en kan niet slapen. Ik hoor niet alleen de woorden in mijn hoofd repeterend echoën. Ik hoor de woorden waarmee ik eigenlijk had willen reageren. Dat het godverdomme de schuld is van ons allemaal. Dat zij als moeder had moeten waken over haar dochters. Dat zij voor haar kinderen had moeten kiezen. Dat zij er van wist hoe haar kinderen beschadigd werden. Dat het de schuld is van haar dochter. Dat haar dochter onze zoon willens en wetens op zijn dertiende verjaardag aan het bier zette. Dat haar dochter het nodig vond om samen met mijn zoon te blowen. Dat het mijn schuld is. Dat ik mijn handen had thuis moeten houden naar de moeder van mijn kind. Dat ik haar niet had moeten slaan en schoppen. Dat ik mij niet had moeten verstoppen achter mijn status van weekeind papa. Dat ik mijn verantwoordelijkheden had moeten nemen toen het nog kon. En niet pas toen het te laat was.

“Het is niemand’s schuld.”
Nee. Inderdaad.
Wanneer je iedere verantwoordelijkheid ontkent, hoeft niemand zich schuldig te voelen.

Jij & Ik

zwijgen

sluit de deur, de wereld is vannacht niet groter
dan deze stad, deze plek, dit bed
al het andere is weg, buiten is gesloten
uren duren eindeloos, de tijd is uitgezet

de deuren dicht, het hart wijd open
jouw huid en haar in schemerlicht
het zoute vocht smaakt meer dan zoet
een warme adem verkoelt bezweet gezicht

laat ons zwijgen in alle talen
laat geen stem de stilte nu verbreken
laat lippen stoeien, tongen strelen
zwijg, en laat alleen je ogen spreken

jij weet wat ik weet en niets heeft verder waarde
ik kom en jij komt, smelten zo tot samen zijn
met mijn hand om jouw borst omsluit ik heel de aarde
jouw vinger over mijn wang heelt alle pijn

laat ons zwijgen in alle talen
laat geen stem de stilte nog verbreken
laat lippen stoeien, tongen strelen
zwijg, en laat alleen je ogen spreken

je haar ligt in een waaier en lijkt te geeuwen
zelfs je ogen doen er nu het zwijgen toe
je billen draaien mij een laatste groet
handen rusten, het strelen moe

laat ons zwijgen in alle talen
geen geluid mag dit moment verbreken
slaap zacht mijn lief want alles is gezegd
toen wij ons in de ogen keken

Loslaten

birds
Als ik het kon
liet ik je gaan
niet als een ballon
vast aan een draadje
maar als een vogel zweven
gedragen door de wind en zon
als ik het kon

vind ik de moed
laat ik je gaan
kijk ik je na
en zal ik zo nu en dan
nog even naast je staan
dan is het goed
vind ik de moed

is het al tijd
dan is het vroeg
laat ik je los
omdat dat moet
zonder spijt
als jij het kunt
dan wordt het tijd