Tag: verslaving

Extreme sporters zijn dwangmatige idioten

Ook op 1e kerstdag om half acht ‘s morgens moet ik de honden uitlaten. Het is niet leuk, ik moet er uit en de hele wereld slaapt nog. Nou ja, de hele wereld, bijna de hele wereld. Er is altijd wel een idioot in beeld die op 1e kerstdag, om half acht in de ochtend aan het hardlopen is, of aan het steppen, of aan het fietsen.
Wat bezielt die mensen toch, denk ik dan.
Je bent vrij, je mag uitslapen, je hebt een thuis, gezin, vriend, vrouw, vriendin of desnoods een kat. Of gewoon een lekker warm bed. Wat maakt nou dat je op deze feestdag ‘s morgens vroeg met je kloten in de vrieskou moet gaan trainen?
Get. A. Life. Idioot!!!

‘Ik vind dat lekker’, hoor je wel. Nou, ik vind jou er helemaal niet lekker uitzien, denk ik dan vaak. Met je uitgebeende kop, je diepliggende holle ogen en je ongezond pezige lijf. Trek die fanatieke hardlopers en fietsers, steppers en trimmers een sjofele jas aan, veeg wat prut in hun haar en zet ze in het Centraal Station te Amsterdam.
Wedden dat ze als overlast veroorzakende junks het station uitgejaagd worden?
Ksssttt!! Gaat. Weg. Zwerver!

Kerstontbijtje al gehad?
‘Nee, ‘s morgens eet ik altijd een bord of 12 Brinta. Dat is namelijk heel gezond, verteert gemakkelijk en is de perfecte brandstof!’ Ja, benzine! Is ook prima brandstof. Maar ik neem toch liever een Cola light.
Borden Brinta wegslempen omdat het goede brandstof is. Doe toch normaal!
Ga wat lekkers eten. Tik een eitje, bak een croissantje. Pers een sinaasappeltje uit. Rooster een broodje, met een mooi geaderd kaasje. Besmeer alles vooral met zachte, verse grasboter!
‘Nee, daar kan mijn buik niet tegen, en bovendien, daar kan ik geen 80 kilometer mee steppen hoor, dan verzuur ik.
Dan ver-zuur je?

Nee, de triatleet, de lange-afstand-stepper, de marathon schaatser en alle andere kilometer vreters gebruiken geen drugs. Alcohol en tabak? Bah. Verslavend en je krijgt er allemaal kankers van!
Voedingsupplementen en vitaminepreparaten. Desnoods je eigen ochtendzeik drinken. Dat is verantwoord, gezond en ongevaarlijk.
Niks geen enge drugs.
Gewoon, lopen, fietsen, zwemmen, schaatsen en steppen tot de lichaamseigen morfine jouw hoofd helemaal vrij maakt. Doorgaan tot aan het punt waarop je geen pijn meer kent. Tot je je gelukkig waant, je de eenzaamheid achterlaat en je de beknelling van het dagelijkse werk, de sleur van je huwelijk en de teleurstellingen van het leven niet meer voelt.
Tot de dood er op volgt desnoods.

Een gereformeerde ouderling zal door blijven bidden tot hij het geloof verliest. Een crackhoer zal voor een tientje onveilig een corpulente viezerik blijven pijpen tot zij haar verslaving overwint.
En een wielrenner zal áltijd blijven doorfietsen, tot iemand hem het fietsen belet.

De derde maand niet roken

Vandaag gaat de derde maand in dat ik niet rook.
Ik voel me perfect, ben een paar kilo zwaarder maar groei niet meer en het mooiste is: ik piep en hoest niet meer.
Niet meer hoesten en piepen dat geeft echt veel minder zorgen. Dat je je niet continu afvraagt of je laatste uur al geslagen heeft bijvoorbeeld. Dat je niet iedere lach in een hoestbui eindigt.

En toch…
Volgens mij komt nu de gevaarlijkste maand.
Ik heb nu namelijk ook zo af en toe de gedachte om er weer een op te steken. Het gevoel dat die grens tussen roken en niet roken heel dun is.
De gedachte aan roken, aan rook vervult mij niet met genoegen, dat niet. Ik weet gewoon dat ik het niet eens lekker zal vinden.
Maar die momenten, dat ik buiten loop in de vrieskou, met een heldere hemel en een zonnetje.
Om dan een peuk op te steken.
Man, wat kon dat lekker zijn.

Nou ja.
Ik heb 2 maanden gehad en ga die 3e ook gewoon doorkomen hoor.

Dag 35 of zo

Een dag of 35 geleden rookte ik mijn laatste sigaret. Een dag of 35 zeg ik omdat ik gewoon geen zin heb om het precies uit te rekenen. Of, misschien is het wel omdat ik bang ben dat het mij niet lukt, om het precies uit te rekenen. Ik moet dan waarschijnlijk een kalender – zo een van papier – pakken en de dagen gaan tellen. En daar heb ik geen zin in.

Vreemd? Ja, het is wat vreemd. Maar het is ook vreemd om niet meer te roken.
Ik mis niet de sigaret, dat valt alleszins mee. Het roken als gedrag, daar waar de meeste problemen zitten als je de doktoren, psychologen en ‘stoppen met roken coaches’ moet geloven, speelt in mijn leven als niet roker een nauwelijks noemenswaardige bijrol.
Soms, als ik in de zon loop. Of wanneer ik echt een zucht van verlichting slaak omdat ik meen een heuse prestatie te hebben neergelegd. Dan denk ik wel eens heel even ‘zo, en nu een peuk’. Maar heus, meer als een keer of twee in de week heb ik dat niet.

Wat veel erger is is het gevoel in mijn buik. Mijn onderbuik. Daar waar de vlinders van de lente en de liefde wonen. Daar voelt het nog steeds alsof ik iemand ben kwijtgeraakt. Daar voel ik mij weer dat jochie van 14. Net nadat de verkering uit is geraakt. Die zich paniekerig realiseert dat het haar helemaal niets schijnt te doen. Dat hij wel, maar zij geen verdriet heeft. Dat het dus ook nooit meer goed zal komen.
Een gat dat nog steeds niet te vullen is. Niet met eten, niet met sex. Niet met schrijven. Niets.

Ja, ik weet het heus wel.
Het gaat over.

14 Dagen rookvrij

Op 30 november, alweer 14 dagen geleden, rookte ik mijn laatste sigaret, nou ja, sjekkie eigenlijk. Mijn laatste Zware Brandaris. Ik rookte een pakkie of 3 per week, en dat al een jaar of 35. Die eerste 3 jaar zal ik minder gerookt hebben, en toen was het nog halfzware shag, of sigaretten.

Ik kan nog steeds zeggen dat het mij heel erg meevalt.
Ik begin ook meer te begrijpen waarom het meevalt. Er wordt bijna niet meer gerookt op televisie, er zijn nog maar weinig mensen om mij heen die roken, in een restaurants, de kroeg of de kantine is het verboden. Thuis, dus binnen, rookte ik al niet, in de auto ook niet (nou ja, bijna niet).
Anders gezegd: ik word er maar heel weinig mee geconfronteerd.

Ik heb wel de trek in een sigaret, maar ik heb binnen, in de auto of waar ik ook maar ben, nergens meer een beeld dat mij herinnerd aan roken. Behalve dan wanneer ik buiten ben, want daar rookte ik altijd.
Bij eerdere pogingen – de laatste serieuze is alweer een jaar of 15 geleden – werd nog overal, door iedereen en op alle tijdstippen nog volop gerookt.
De kroeg was roken, een restaurant was roken, de trein, de auto, in huis, de slaapkamer: overal werd gerookt.
Snapt u?

Ik zie nu meer nut bij alle rook-verboden en rook-ontmoediging.
Daar was ik altijd al voor, maar meer omdat ik vond dat anderen geen last hoefden te hebben van mijn smerige gewoonte.
Maar ik merk nu pas hoe zeer dit beleid helpt wanneer je zelf van die gewoonte af wil komen.
Het maakt het allemaal een stuk gemakkelijker.