Tagverkiezingen

Profiel: 10 Politieke Wijsneuzen

Berend Quest interviewde in de aanloop naar de verkiezingen de 10 grootste politieke wijsneuzen van Nederland.

Mark Rutte: “Geloof mij, ik heb er een neus voor!”


Ik ruik kleuren. Dat klinkt misschien wat raar, maar het is zo. Die Roemer bijvoorbeeld, die Roemer ruikt rood. Donker rood. RAL 3031 Oriënt rood, om precies te zijn. Oriënt rood, ik bedoel maar. Dat zegt dus meer dan een kleur alleen. U weet waar de Oriënt ligt?
Rood is daarnaast ook nog eens de geur van schulden, van crisis, van de erfenis aan onze, nou ja, uw kinderen. Crisismanagement, Economie, Europa, geloof mij: het is geen gok!
Je moet voor dit soort zaken een neus hebben, zoals ik.
Ik zou bijna zeggen dat ik het neusje van de Zalm ben.
Hahaha!!!

Diederik Samson: “Ik ruik de overwinning!”


Ik geef het toe, de overwinning ruikt goed. Het is best een verslavend geurtje. Maar goed, er is niets mis met genieten van een zwaar bevochten overwinning toch? En ok, we zijn er nog niet. Maar we komen er wel!
De formule die wij gehanteerd hebben is even simpel als doeltreffend: Maak de lucht helder, verspreid geen stank over anderen en gebruik zelf een frisse deo.
Simpel toch?
O ja, en begin al in juni met werk achter de schermen.

Emile Roemer: “De hele zaak stinkt, een beetje.”


Ja kijk. Ik ruik mensen, menselijke emotie, menselijk welzijn en menselijk lijden. Zweet, van arbeiders. De angst, van werklozen. De pijn van zieken en de eenzaamheid van ouderen.
Open geuren, eerlijke geuren. Basis geuren zou ik bijna zeggen.
Daarnaast ben ik Brabander, dus ik ruik graag een goed glas bier, een gehaktbal en warme, zelfgemaakte custardvla.
Voor die bijtende, zure en op de man gespeelde luchtjes ben ik niet zo geschikt.
Ik zie dat dus ook niet aankomen.
En als het besef mij binnendringt dan realiseer ik het mij pas dat de hele zaak een beetje stinkt.

Geert Wilders: “Ik ruik gevaar.”


Gevaarlijke, donkere en stinkende luchten trekken over ons eens zo schone Nederland! De stank van ranzig schapenvlees, de weeë geur van Turks Fruit en de lucht van tienduizenden schoen-loze stinksokken walmt je tegemoet wanneer je door een willekeurige Nederlandse dorpsstraat loopt. Op iedere straathoek de geur van de Islam. Stop de islamisering!
Ik ben zo blij dat er vandaag een frisse westenwind staat meneer!

Alexander Pechthold: “Uiteindelijk gaat het om de geur van het boeket.”


Feitelijk ben ik er een van het soort Jean-Baptiste Grenouille. Ik ruik goed, perfect zelfs. En ik kan feilloos een aantal geuren vermengen tot dé geur die we op dit moment nodig hebben om het tij te keren.
Maar ja.
Het ligt nog steeds niet in het vermogen der kiezers om de geur van een boeket te voorzien.
Men ruikt alleen de individuele bloemen.
Dat is jammer. Een regering is immers altijd een samengesteld boeket.

Sybrand van Haersma Buma: “Er is meer dan de geur van geld!”


Of het nu over groene, rode, paarse of blauwe luchten gaat, iedere lucht heeft de geur van de euro en de dollar. Maar er is meer. Zoals de geur van de moraal. Normen en waarden zijn beslist niet kleur- of geurloos!
Het is jammer maar onafwendbaar dat deze verkiezingen worden beheerst door de kleur en geur van geld. Ook het CDA heeft nog slechts de geur van de ‘Balkenende Norm’.
Wij zullen een aantal jaren nodig hebben om het besef van, en de liefde voor de geur van spruitjes weer terug te brengen in dit land.

Jolande Sap: “In dit huis hangt nog de geur van de vorige leider.”


Tja, en dat is lastig hoor. Niet alleen was de vorige leider een kanjer met een enorme uitstraling, ze rook ook goed. En, waar uitstraling en leiderschap met iemand achter de horizon verdwijnt, de geur blijft nog een tijdje hangen.
Iedereen wilde aan Femke ruiken. En veel mensen willen nog altijd Femke ruiken.
En daar heb ik last van, mag je best weten.
Want ik ben Femke niet. Ik vind al dat gesnuffel aan mij ook helemaal niet zo lekker.

Kees van der Staaij: “Alle geur is God!”


Ja meneer, echt. Alle geur is God! Ik zou het uit willen spreken met Hoofdletters: Alle Geur Is God!
Deuteronomium 4,28: Daar zult u dan andere goden vereren, goden van hout en van steen, door mensen gemaakt, goden die niet kunnen horen en zien, niet eten en niet ruiken.
Nou, dat zegt genoeg, of niet soms?

Marianne Thieme: “De stank van schande!”


Dartelende jonge koeien in de wei, wel eens geroken? Lammetjes in mei, aan de dijk? Groeperende trekvogels in oktober? Zeehonden op het wad in de winter?
Dat is wat ik wil, dat is waar ik voor vecht, dat is hoe het moet zijn.
En om dat te bereiken zal ik niet rusten voor de schandelijke stank van de megastal tot ieders woning is doorgedrongen.
Dwars door de Ambi-Pur heen!!

Arie Slob: “Ik herken de geur van de kans”


Ik ben als een ouderwetse indiaan, een verkenner. Uiteraard ken ik het pad naar de verlossing, maar hier op aarde heeft de goede Heer mij van kwaliteiten voorzien die mij tot een meer dan uitstekend verkenner maken.
Ik ruik de coalitiemogelijkheden als het ware, nog voor de verkiezingen hebben plaatsgevonden.
Mijn neus wordt geroemd.
Mijn naam wordt genoemd.
Ik ben bereid.

Geachte politici

Het is nog minder dan twee weken voor er verkiezingen zijn, maar ik ben u nu al meer dan zat.
Dat komt voornamelijk omdat ik blijkbaar de bizarre verwachting koester dat u mij in de aanloop naar verkiezingen uitlegt wat u met dit land wilt.
Hoe komen wij volgens u uit de crisis?
Hoe gaat u eerlijk en doelmatig bezuinigen?
Wat gaat u doen aan de deplorabele staat van het onderwijs?
Hoe houdt u de zorg betaalbaar?
Hoe moet het verder met Europa?
Op dit soort vragen wil ik graag antwoord.
Van u.

Waar ik niet op zit te wachten en waar ik echt spuugziek van raak is de wijze waarop u het debat meent te moeten voeren.
Ik heb altijd geleerd dat je moet uitleggen waarom jouw product beter is dan dat van de concurrent, als je de klant (of de kiezer) voor je wilt winnen.
Ik heb geleerd dat je kunt samenwerken met mensen als je zoekt naar doelen die je deelt.
Ik heb geleerd dat je anderen het beste kunt overtuigen met je eigen argumenten, je eigen ideaal en je eigen visie.
Ik heb geleerd dat schoppen naar de ander geen basis voor samenwerking kweekt, maar de basis legt voor onbegrip, frustratie en angst.
En het lijkt erop dat al die dingen die ik heb geleerd overal toepasbaar en voor iedereen geldig te zijn, behalve voor u politici.

U roept allemaal dat er echt iets fundamenteels moet veranderen omdat het anders helemaal mis gaat met Nederland. We kunnen ons geen stilstand veroorloven, er moet gehandeld worden. En om te handelen is een regering met een meerderheid nodig.
We moeten dus ‘de handen ineen’ slaan.

Maar het enige dat u ineen slaat is elkaar.
Rutte valt Roemer aan. Sap valt PvDA en D66 aan. Samson maakt Rutte verwijten. Rosenthal valt PVV aan. Sap valt Rutte aan. Wilders valt iedereen aan.

U lijkt er allemaal veel belang aan te hechten om vooral te benadrukken hoe desastreus een keuze voor de ander is. U maakt elkaar zwart, u maakt elkaar uit voor leugenaar en u probeert mij wijs te maken dat ik voor iedereen – behalve voor uw partij – bang moet zijn.
Wat mij bijgebleven is tot nu toe is waarom ik NIET PVV, VVD, PvDA, D66, GL of SP moet stemmen.
Waarom ik WEL ergens op moet stemmen heb ik niet gehoord, of is bij mij niet blijven hangen.

En straks, na 12 september dan gaat u mijn laatste restje vertrouwen beschamen.
Want dan ineens gaat u mij vertellen dat u met een aantal van die liegende, onbetrouwbare en voor Nederland desastreuze clubs best samen een land kunt besturen.
En dat u er alle vertrouwen in heeft dat het goed komt.

Ik vertrouw u daarentegen steeds minder.

Speech Wilders, samenvatting

De bijna briljante afleidingsmanoeuvre van Emile Roemer

Ik denk dat het ongeveer zo gegaan moet zijn:

Vlak voor de verkiezingscampagne, op 14 augustus, komt het nieuws dat Emile Roemer als wethouder Financiën in Boxmeer de begroting niet sluitend kreeg. Sterker, onder zijn wethouderschap werd Boxmeer door de provincie Noord-Brabant onder ‘preventief toezicht’ gesteld.
Aaron Mirck schrijft op DeJaap dat hij garandeert dat dit nieuws op de eerste pagina’s van de kranten zal verschijnen en vraagt zich af of Emile Roemer dit nog weg kan lachen.
Of Roemer wel ‘premierwaardig‘ is, vraagt @baspaternotte zich af in een artikel in HP/De Tijd.
En, inderdaad. Op 16 augustus was Emile Roemer voorpaginanieuws.
De Telegraaf kopte: ‘Boxmeer in geldproblemen onder Roemer.’

Roemer gaat zich verdedigen. Dat had hij beter niet kunnen doen. Roemer zegt onder andere: “Het rechtse kamp wil me nu kennelijk in diskrediet brengen.”
Ik lees ook ergens dat Roemer vertelt dat niet hij de puinhoop in Boxmeer veroorzaakte, maar dat het juist Roemer was die de puinhoop heeft helpen opruimen. En dat de VVD ook in de coalitie zat en hem steunde.

Ik herinner mij Harrison Ford die advies geeft aan zijn president in Clear and Present Danger: “If they ask you if you knew him, say he was your friend. If they ask if he was your friend, say he was a close friend.”

Roemer had in deze lijn kunnen reageren met: “De financiële situatie van Boxmeer in 2004 was niet zorgelijk, die was dramatisch! Ik heb daar veel van geleerd en ben blij dat ik uiteindelijk in 2007 de zaak weer op orde had.”
Klaar. Niets te verdedigen, niets te verbergen en helemaal niets voor de media om verder in te duiken.

Maar ja, dat deed Roemer dus niet.
Er ontstaat enige paniek in het SP Headquarters.

Nu wordt bedacht de aandacht van Boxmeer af te leiden. Op 15 augustus staat er een interview met Emile Roemer in het FD. Daarin zegt Roemer: “Ik ben politicus, ik moet naar de hele samenleving kijken. Er is een vertrouwenscrisis, bij consumenten en producenten. Het is idioterie om niet naar de omstandigheden te kijken, maar alleen naar maximaal 3% tekort in 2013. De overheid moet de zaak weer aan het draaien krijgen. Dan moet ik een belachelijke boete gaan betalen als het tekort groter is dan 3%? “Over my dead body!”
Boem!
Voorpaginanieuws all over.

Briljante afleidingsmanoeuvre, tweette ik.

Niet dus. Want Emile Roemer veroorzaakt een beetje teveel opschudding met zijn uitspraak.
En dan gaat het pas echt mis.
Roemer begint terug te krabbelen. Nog diezelfde avond wil Emile Roemer het in Nieuwsuur ‘niet zo heel erg scherp meer stellen’.
De Volkskrant meldt dat Roemer opeens trekken had van de doorgewinterde bestuurder die geschrokken was van alle reacties. Elsevier vraagt zich af waarom Roemer zijn keutel weer intrekt en stelt dat Roemer zichzelf meer schade heeft toegebracht door het nuanceren van de uitspraak dan door de uitspraak zelf.

Ik denk dat Roemer in Boxmeer goed werk heeft verricht. Roemer wordt ook bijgevallen door andere oud-bestuurders van Boxmeer. Ook van CDA en VVD zijde. ‘Boxmeer verwijt Roemer niets”, staat boven een artikel op de voorpagina van de Gelderlander.
Bang voor de electorale gevolgen ging Roemer in de verdediging. Dat was niet slim.
Dus deed Roemer een boude uitspraak over Europa. Dat was briljant.
Daarna zaagde Roemer de poten weer onder zijn eigen stoel vandaan door deze uitspraak te nuanceren.

En zo wordt de spontane, open volksman Emile Roemer klaargestoomd voor het echte werk.
Jammer eigenlijk.

Wat bedoelen politici eigenlijk als zij zeggen:

Daar gaan we weer; verkiezingen.
De dames en heren politici zullen ons de komende maanden opnieuw overstelpen met ‘beloftes’, ‘uitgangspunten’ en ‘principes’. Iedere politieke partij is er ineens weer ‘voor alle Nederlanders’, heeft de oplossing die leidt tot een ‘gezond en veilig Nederland’ heeft de sleutel in handen die ‘de economische crisis’ zal oplossen waarbij ‘de zwakkeren’ worden ontzien. Daarbij wordt niet geschroomd om de andere partijen van ‘opportunisme’, ‘populisme’ en zelfs ‘xenofobie’ te beschuldigen.
En tegelijkertijd worden wij, als kiezer, geacht om ‘over de eigen schaduw te springen’.
De politiek stookt de ovens op, u en ik worden geacht uit de geproduceerde gebakken lucht een keuze te maken.

Wat bedoelen die meneren en mevrouwen politici nou eigenlijk met al die mooie woorden?
Tijd voor een eerste lijstje.

“Wij zijn in principe tegen!”
Een principe is volgens het woordenboek een grondbeginsel. Een fundament, zeg maar. Wanneer je ergens een mening over vormt, dan ga je uit van jouw principes.
In de politiek ligt dit wezenlijk anders. Politici zijn meer ‘in principe’ ergens voor of tegen.
‘In principe’ betekent voor politici dat zij nog niet hebben besloten of zij voor of tegen iets zijn.
Politici die ‘in principe’ voor of tegen zijn zeggen dus dat zij niet weten hoe u, de potentiële kiezer, er op gaat reageren.

“Ik beloof het!”
‘Belofte maakt schuld’, zo is het gezegde. Wat je belooft, dat moet je doen.
Beloftes doen politici graag. Vooral op weg naar verkiezingen. Dan heet het een belofte een ‘verkiezingsbelofte’. Een verkiezingsbelofte dient u niet te verwarren met een gewone belofte. Een verkiezingsbelofte is een politicus namelijk helemaal niet aan gehouden. Een verkiezingsbelofte kun je vergelijken met een belofte die een kind van vier doet wanneer hij voor zijn verjaardag een huisdier wil. ‘Ik zal altijd, echt altijd het hondje uitlaten mama! Ik zweer het!!’ U en ik weten dat na een maand de pup volledig afhankelijk is van de bereidwilligheid van papa en mama, die willen namelijk de poep en pies niet in huis.

“Iedereen moet over de eigen schaduw heen springen!”
Dat kan niemand. Niet te doen gewoon. Ook de reden waarom politici alleen van andere politici vinden dat zij over de eigen schaduw heen moeten springen.
Wat misschien bedoeld zou kunnen worden is dat politici verder zouden moeten kijken dan de eigen principes.
Dan krijg je wellicht politici die in principe over de eigen schaduw heen willen springen?
Nou ja, gebakken lucht dus.

“Wij nemen Verantwoordelijkheid!”
Politici hebben het graag over verantwoordelijkheid. Politici willen ook altijd verantwoordelijkheid nemen en vragen u en mij om verantwoordelijkheid te tonen. Dat doe je vooral door op politici te stemmen.
Dat verantwoording afleggen en aansprakelijkheid onlosmakelijk verbonden zijn aan de genomen verantwoordelijkheid, dat geldt dan weer niet voor politici. Een politicus heeft verantwoordelijkheid, maar is nooit verantwoordelijk en aansprakelijk.
Als u in een auto rijdt bent u verantwoordelijk voor uw rijgedrag. Rijdt u te hard dan bent u niet alleen verantwoordelijk, u bent ook aansprakelijk. Als u te hard rijdt krijgt u een boete.
Heeft u verantwoordelijkheid als politicus en maakt u er een bende van, dan krijgt u wachtgeld.

“Ik ben er voor jou, Henk en Ingrid!”
Of Jan Splinter, de verpleegkundige, de bijstandsmoeder, de gepensioneerde en al die andere pogingen om u als kiezer ‘persoonlijk’ aan te spreken. De politicus zoekt u op, in verkiezingstijd. De politicus spreekt tot u, in verkiezingstijd. De politicus heeft het beste met u voor, in verkiezingstijd.
Iedere politicus weet dat je in een land met meer dan 16 miljoen inwoners het nooit iedereen naar de zin kunt maken. Dat de belangen van individuen in landelijke politiek altijd ten koste gaan van de grote gemene delers. Dat er niet voor u als bijstandsmoeder, voor u als verpleegkundige, voor u als metselaar, voor u als toevallige Henk of Ingrid, of voor u als gepensioneerde een uitzondering gemaakt wordt.
Uw persoonlijke situatie telt alleen in de aanloop naar verkiezingen, na de verkiezingen gaat het weer om algemene afspraken, afgesproken beleid en vastgestelde regels.

“Dat is gewoon een Linkse (on Rechtse) Hobby!”
Ondanks dat politici er zelf nauwelijks principes op na lijken te houden maken zij graag de uitgangspunten van anderen belachelijk. Cultuur, subsidies en ontwikkelingshulp zijn voorbeelden van linkse hobby’s. Meer snelwegen, investeringsklimaat en globalisering zijn voorbeelden van meer rechtse hobby’s.
Met name in de aanloop naar verkiezingen verklaren politici zichzelf, hun ideeën en standpunten als ‘principiële’ keuzes en doen zij de keuzes van de anderen af als linkse- of rechtse hobby.

“U doet aan Populisme!”
Ook deze term gaat u nog vaak horen de komende maanden. Het spreken namens Henk en Ingrid is er een vorm van. Politici beschuldigen elkaar graag van populisme. Dat politieke tegenstanders bang zijn voor de werkelijkheid, dat de anderen impopulaire maatregelen uit de weg gaan. Alle politici benadrukken uiteraard dat juist zij, en alleen zij, wél bereid zijn te doen wat nodig is. Maar of ze nu Pechthold, Rutte, Verhagen, Wilders, Roemer, Sap of Samsom heten; allemaal vervormen zij de werkelijkheid en interpreteren zij de feiten zodanig totdat zij een verhaal hebben dat bij zo veel mogelijk potentiële kiezers als geloofwaardig overkomt.
Alle partijen willen de taal van het volk spreken.
Daarom noemen wij hen ook volksvertegenwoordigers.

“We hebben een Onderzoek dat ons gelijk bewijst!”
Iedere partij laat onderzoek doen. Met de resultaten zetten de partijen de eigen keuzes kracht bij. Maar, vergis u niet. Er worden honderdduizenden onderzoeken gedaan. Met honderdduizenden verschillende uitkomsten. En het is niet zo dat één onderzoek de toekomst werkelijk kan voorspellen. De toekomst wordt namelijk vormgegeven op basis van de acties die worden uitgevoerd, vaak op basis van onderzoeken. Onderzoeken zijn op z’n best ‘self-fulfilling prophecies’.
Daarbij komt dat politici graag gebruik maken van onderzoeksresultaten die zij wensen en dat onderzoekers graag nieuwe opdrachten voor onderzoeken willen. (Don’t bite the hand that feeds you!)
Voorbeeldje?
Wilders liet onderzoeken of de terugkeer van de gulden niet goedkoper was dan handhaving van de euro. En, logisch bijna, komt uit dat onderzoek het resultaat dat Wilders wenst. Moest Wilders wel even goed zoeken naar een eurosceptisch onderzoekbureau, maar het onderzoek geeft hem gelijk.
Dat er ook onderzoeken zijn gedaan met tegengesteld onderzoeksresultaat, daar hoor je Wilders niet over.
De tegenstanders van Wilders uiteraard weer des te meer.

“Het is in het Landsbelang!”
Ja, ja. Het landsbelang. Je hoort er bijna zo’n Polygoon stemmetje bij. En dan een zwart-wit beeld van een ernstig kijkende dominee met zwarte hoed en opgestoken wijsvinger.
Natuurlijk zijn politieke beslissingen in het landsbelang, het gaat hier immers over landelijke politiek. Het gaat er niet om of iets in het landsbelang is beste kiezer, het gaat er met name om wat door de politieke partij als landsbelang wordt aangewezen. Is de economie het landsbelang? De Veiligheid? Vrijheid van meningsuiting? Gelijke rechten? Gezondheidszorg? Landbouw? Innovatie? Onderwijs?
‘Het’ landsbelang bestaat helemaal niet. Ieder belang, ook die van het land, staat onder druk en invloed van een heleboel andere belangen.
Wie heeft er belang bij, dat is vaak de vraag die beter gesteld kan worden.

Tot zover deel I.
Later meer.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑