Tag: succes

Voor WordPress gebruikers: 5 dingen die je beter NIET kunt doen

Zo, je bent dus een WordPress gebruiker.
Mooi.
Dan ken jij dat ook wel. Je denkt: kom, een nieuw uiterlijk, eens kijken naar wat nieuwe plugins en wat oude shit opruimen.
Deed ik ook. En in plaats van een uurtje of wat kostte het herstel van mijn blog mij 2 volle dagen. En helemaal goed komt het niet meer. Ik ben namelijk alle data kwijt die aangeeft hoe vaak een post getweet is.
Jammer maar helaas.

Ik vroeg aan mijn volgers en lezers om mij uit de shit te helpen, als dank geef ik nu een vijftal tips die je van pas kunnen komen wanneer jij met je WordPress site aan de gang gaat.

1: MAAK GEEN BACKUP!
Helemaal niet nodig, zo’n backup. Kost allemaal maar tijd en WordPress is gewoon onfeilbaar. Jij ook trouwens. Hetzelfde geldt voor thama’s, plugins en widgets die jij installeert.
Alles is uitgebreid getest, op ieder thema en in samenhang met iedere plugin die je maar kunt vinden.

Mocht je het dan per se toch willen, dan vindt je hier een leuke plugin. Kun je de backup in schema zetten, staat de backup online en op je eigen pc.
Overbodig weliswaar, maar wel handig.

2: DOE VAN ALLES TEGELIJK!
Kan makkelijk. Thema bijwerken, updaten, nieuwe plugins, nieuwe widgets. Kijken naar het resultaat kan altijd later nog wel. Er zijn ‘kenners’ die beweren dat je na iedere handeling even moet checken of het allemaal nog werkt. Maar da’s uiteraard allemaal onzin.

Klein nadeeltje is misschien wel dat als er iets misgaat je niet meer kunt achterhalen WAAR het nis is gegaan. Maar nogmaals, wat kan er nu helemaal mis gaan?

3: DOWNLOAD JE PLUGINS ALLEEN VAN DE WEBSITE VAN DE ONTWIKKELAAR!
Op die website staat namelijk dat de plugin perfect werkt, briljant in z’n soort en onovertroffen is.
Kijk je daarentegen op de officiële website dan zie je allerlei extra en overbodige informatie. Zoals hoe vaak de plugin al gedownload is, wanneer er voor het laatst een update is geweest, de waardering die gebruikers er aan geven en of eventuele support vragen ook beantwoord worden.
Van die info word je vaak wat minder enthousiast, dus dat kun je maar beter niet doen.

4: ALS JE DENKT DAT HET WERKT, DAN WERKT HET OOK!
Echt!
Je kijkt even naar het resultaat op je startpagina, terwijl je nog ingelogd bent het liefst, en als de pagina er redelijk bekend uitziet; dan is alles in orde.
Doorklikken op linken, kijken of niet alleen de hoofdpagina, maar ook de rest werkt is een signaal van ernstige achterdocht en/of neurose.

5: ALS HET NIET MEER WERKT, ZOEK DAN GEEN HULP!
Mocht er, al is het bijna onwaarschijnlijk, toch iets mis zijn gegaan, zoek dan vooral niet naar wat er fout kan zijn. Er zijn hele uitgebreide websites die hulp bieden, zoals de forums van WordPress en er is heel veel documentatie te vinden, maar het is veel handiger om zelf maar wat te gaan hannesen.
En voor wat social media betreft: alsof onder jouw volgers er ook maar iemand is die er iets vanaf weet.

Ik wens iedereen heel veel wijsheid en succes!
(En @chantalcoolsma, hartelijk dank voor het helpen!)

Doe alsjeblieft weer normaal Louis van Gaal!

Ik moest een beetje huilen vanmorgen. Het was nog geen zeven uur.
Op Radio 1 vraagt een ‘sportjournalist’ aan Louis van Gaal, de nieuwe bondscoach:”Zijn er ook spelers die niet spelen?”
Er volgde geen korte pauze. Er volgde geen tirade. Er volgde geen sneer.
Louis beet de vragensteller niet iets toe als:”Goed, meneer hier vraagt of er ook spelers zijn die niet spelen. Kun jij niet rekenen? Hebben ze je dat niet geleerd op de sportjournalistenschoool? Als je een stuk of 24 spelers hebt, en je mag er elf opstellen, zijn er dan ook spelers die NIET spelen? WAT DENK JE ZELF????!!”
Louis beet niet, Louis blafte niet eens.
Louis van Gaal antwoordde kalm en begripvol:”Er zijn ook spelers die niet spelen. Wil je ook weten welke?”
Mijn wereld stortte in.

Sportverslaggevers zijn verschrikkelijke mensen. Sportverslaggevers zijn glibberige, kwijlende, likkende en vooral domme sujetten. Ik heb een sportverslaggever nog nooit kunnen betrappen op het stellen van een intelligente vraag. “Voelt dit goed?”, aan de wereldkampioen. “Is dit balen?”, aan een hardloper die zijn been breekt. Veel verder komt dat volk niet. Vorige week hoorde ik een sportjournalist net na de 9-1 overwinning op Engeland aan een hockeyspeler vragen:”Maar nu even terug naar de realiteit; wanneer gaan jullie aan goud denken?”
Hmpfff….

Gelukkig was er altijd nog Louis van Gaal.
De man die domme vragenstellers aankeek zoals je naar domme vragenstellers dient te kijken. Met opgetrokken wenkbrauwen, het hoofd een tikkeltje omhoog, de mondhoeken iets naar beneden en de blik meewarig, maar strak priemend gericht op de interviewer. Arrogant. Verheven. Superieur.
Want superieur ben je als snel als je wordt geïnterviewd door een sportjournalist.
En de angst voor Louis van Gaal maakte dat de trillende sportjournalist die de taakstraf had om Louis van Gaal vragen te stellen nog dommer over kwam.
Louis van Gaal toonde ons als geen ander de bekrompen domheid van de sportjournalist.

Ik hoop dat Louis van Gaal ons zand in de ogen heeft willen strooien. Dat Louis van Gaal zich na de persconferentie schuddebuikend van het lachen heeft teruggetrokken op zijn kamer. Dat hij met Truus heeft gebeld en dat zij het samen nog even gierend hebben teruggeluisterd.
Ik hoop dat de Louis van Gaal van vanmorgen gewoon één grote grap was. Dat Louis van Gaal ons heeft willen doen geloven dat de door de KNVB verplichte mediatraining echt werkt.

Ik hoop dat vanavond, na de oefeninterland tegen België, de echte Louis van Gaal weer opstaat.
Heb ik een topavond, al verliest Nederland met zes tegen nul.

AAAAARRRRRGGGGGHHHHH!!!!!!!!

Nee, maak je geen zorgen.
Het gaat wel weer, een beetje.
Mijn vrouw heeft beloofd terug te komen, mijn kinderen slapen nog een nachtje bij oma, de honden komen er wel overheen en ach, de rest is vervangbaar.
De politie heeft ook besloten niet ambtshalve te vervolgen.
En ik heb medicatie gekregen van een aardige dokter.
Wat er gebeurd is?
Nou, ik maakte een filmpje.

Kijk, het ging zo. Gisteren was er tijdens de uitzending van Cappuccino een of ander bizar stukje over ‘luistertaal’. Dus ik denk; schrijf ik een stukkie over. Nou duurt Cappuccino 3 uur, en het fragment dat ik wilde laten horen zit in het midden dus ik denk: even downloaden en het fragment er uit halen.
Nou ja, en toen begon het dus.

Als eerste kreeg ik het niet gedownload. Dat deed @ReneHamberg even voor mij. Aardig van hem.
Vanmorgen had ik een .ogg bestand van 157 MB. Mooi.
Mijn bedoeling was, fragmentje er uit halen, uploaden naar Youtube en insluiten bij mijn stukje.
Nu begon het gedonder.

Windows Movie Maker begon eerst te janken dat er een videofragment of afbeelding ingevoerd moest worden, anders kan hij het geluid niet afspelen. Nou ja, ok dan. Kleinigheidje heb je altijd.
Het .ogg bestand deed Windows helemaal niet moeilijk over.
Toen er een plaatje was, meldde Windows dat hij de indeling van het geluidsfragment niet herkende.
Nou, importeer het dan niet, was mijn gedachte. Maar goed. Ik blijf kalm.

Internet is een enorme kennisbank en vraagje aan vriend Google (.ogg bestand afspelen in Windows) leverde een codec op. Gelukkig. Gered. Voor. El. Kaar.
Dacht ik dan.

Ik kon nu een Windows Movie Maker project beginnen. Een project?? Alleen de naam al deed mij deed mij het ergste vrezen! Dat Windows niet zo goed tegen ‘projecten’ kan, en tegen Windows Movie Maker projecten al helemaal niet werd snel duidelijk.
Na drie vastlopers vertelde Windows mij dat er een ‘essentiele update’ was. Nu ben ik niet erg geduldig dus ik downloade de update en slikte een valium.
Afijn, na weer opnieuw opstarten – waar heb je anders updates voor – een nieuwe poging.

VERDOMD!!! Ik kon het fragment isoleren!! Nou ja, bijna dan. Het ‘project’ begon nu waar ik wilde en als ik de anderhalf uur stilte er achter weg kon krijgen was ik klaar.
Eerst even een Koppie koffie, sigaretje en voor de zekerheid nog een valium. Die van 20 mg maar, die van 10 zet geen zoden aan de dijk.
Mooi.
Project opslaan.
En nu ehh, effe kijken hoor, nu wil ik dat fragmentje uploaden naar Youtube. Hé, kijk eens aan. Een knop ‘uploaden naar Youtube’. Tof.
Huh? ‘Meldt u aan met uw Windows Live ID’???
Watdefok? Ben je belazerd! Ik heb geen Windows Live ID en ik WIL ook helemaal geen Windows Live ID!!!
Ik wil een filmpje uploaden!

Ah, kijk. Je kunt hem ook opslaan op je computer.
HD Breedbeeld? Neuh, joh. Gewoon, klein formaatje. Gaat alleen om een geluidsfragment hè.
‘Bezig met opslaan.’ Ok.
Even wachten.
Nog even wachten.
Nog heel veel langer wachten.
‘Opgeslagen 0%, bezig met opslaan.
Dat schiet niet op, annuleren dan maar.
‘Het programma reageert niet, wilt u wachten tot het wel reageert?’
Ehh, nee. Ik wil dus graag dat het werkt, kan dat ook?
Nee, dat kan dan weer niet.
Vastgelopen.

Fok! Fok! Dubbelfok!!
Opnieuw opstarten, zelfde ritueel.
En vastlopen.

Ik ga het op een andere pc proberen, het zal wel aan mij liggen.
Projectje op een USB stick knallen en gaan.
Zelfde verhaal.

Ondertussen ben ik maar aan de jenever gegaan en slik ik m’n 4e valium. En paracetamol, want valium en jenever krijg ik altijd hoofdpijn van.

Uiteindelijk kom ik er na veel zoeken achter dat Windows Movie Maker het .ogg bestand wel in een project kan importeren, en dat Windows Movie Maker er ook mee kan werken maar dat Windows Movie Maker het filmpje dan niet kan opslaan.
AAAAAAAAARRRRRGGGGGGHHHHHHHHHHH!!!!!!!!!!!!!!!!

Het is inmiddels zondagmiddag en bij mij in huis wordt het stil.
“Hij heeft het weer”, wordt er gefluisterd.

Goed, een ‘convertertje’ downloaden dan maar. Van het .ogg bestand een .mp3 bestand maken en opnieuw beginnen. Lukt dat?
Ja dat lukt.
Project starten, plaatje er in, .mp3 importeren, beperken tot het fragment dat ik wil hebben en klaar is Bere…

*pats*

Pats?
Ja, Laptop dood. Mors. Dood.
Blijkt oververhit te zijn.

Vrouw en kinderen vluchten het huis uit.
Meer jenever, meer roken, meer valium.
Laptop af laten koelen en ondertussen rent uw Berend in z’n blote reet een rondje jodelend door het park van Burgwerd. De buren, aan de koffie in de tuin schudden meewarig het hoof: “Arme vrouw, arme kinderen en arme honden.”

Na een half uur opnieuw beginnen.
Oververhit, dood.
DOOD!!!!! DOOD!!! DOOD!!!! Gil ik.
Ik grijp mijn riot gun en schiet m’n laptop aan barrels.
Nou ja, niet de mijne, die van mijn vrouw dan.
Maar dat ging per ongeluk, ik wist niet wat ik deed.
Gelukkig belde de buurman mijn eigen dokter en kreeg nog wat extra medicatie.

Uiteindelijk is het me gelukt. Het stukje staat online, met het fragment.
Jammer is wel dat het slechts gelezen stukje is dat ik ooit publiceerde.
By far.

P.s. Jij, Apple addict. Niet doen. Niet reageren met ‘moet je maar een Mac kopen’.
Apple is ook gewoon kut.
Alleen is Apple een religie en met gelovigen valt nu eenmaal niet te discussiëren.

De Retweet: Kracht èn Onmacht

Voor ik gistermiddag de vermissing van onze hond op Twitter gooide, wist ik dat er 2 dingen zouden gaan gebeuren: 1) veel mensen zouden weten dat onze hond zoek was en 2) het intrekken van die boodschap is bijna onmogelijk.

Ik leg het uit.
Regelmatig vergelijk ik Twitter met een dorp. Dat dorp wordt bevolkt door jou en jouw volgers.
Het wonderlijke van Twitter is dat jouw volgers ook weer een eigen dorp hebben, met hun volgers.
Jij woont in het dorp van jouw volgers, maar niet met dezelfde inwoners.
Volg je het nog?

In het geval dat je een bericht plaatst en dit wordt geretweet dan raak je de grip op dat bericht kwijt.
Jouw bericht vliegt als het ware jouw dorp uit, buiten jouw directe invloedssfeer.
Voor je het weet trekt zo’n bericht helemaal zelfstandig de wereld door.
Prachtig uiteraard, dat is de enorme kracht en snelheid van Twitter.
Er is echter ook een keerzijde.

Nadat een bericht is geretweet ben je de invloed op dat bericht kwijt. Je kunt een bericht nauwelijks corrigeren. Dan zou immers iedereen die jouw bericht geretweet heeft ook de correctie op dat bericht moeten retweeten. En dat het zo niet werkt beschreef ik al eens in dit stukje.

Dat ik mijn hond kwijt was is gistermiddag honderden (deze bijv. 223 en deze 204) malen geretweet. Dat is echt fantastisch om te zien. Ik kreeg daar echt het gevoel van dat met zoveel mensen die er aandacht voor hebben het wel weer goed zou komen. Als de hond nog leefde, dan kreeg ik haar terug.
Aan het begin van de avond had ik haar ook terug, niet via Twitter maar via Amivedi overigens.

En dan merkt je dat je nauwelijks in staat bent om de retweets over de vermissing te stoppen.
Je hebt al de hele middag de timeline vol staan over die hond, er zijn echt heel veel goed bedoelde en lieve reacties maar het bericht dat je de hond weer terug hebt vliegt lang niet zo hard over de muren van jouw dorp en het haalt het eerste bericht ook niet meer in.
Je bent feitelijk vrij onmachtig het retweeten van de eerste boodschap te stoppen.

Dat is lastig.
Volgers worden die berichtgeving over een zoekgeraakt hondje snel zat. En voor mij zit er weinig anders op dan of berichten te negeren – wat ik een heel erg fout signaal vind naar mensen die je proberen te helpen – of blijven melden dat de hond terug is en dat verder retweeten dus niet meer nodig is.
Ik kies blijmoedig voor het tweede.

Multitasking is een mythe

Je hoort steeds vaker dat mensen menen dat zij kunnen ‘multitasken’.
Multitasking is het uitvoeren van meerdere taken tegelijkertijd. Zoals bijvoorbeeld jouw computer die op de achtergrond de mail binnenhaalt, een video download, de computer beveiligd en dat alles terwijl hij een print voor jou maakt.

Kinderen, ook de mijne, worden ook de vaardigheid van het multitasken toegedicht. Niet in de laatste plaats omdat zij zelf menen dat zij in staat zijn om meerdere taken tegelijkertijd uit te voeren.
Huiswerk maken met Twitter open, de Hyves pagina actief, de chat, wordfeud en bijvoorbeeld Whatsapp. Ondertussen een muziekje aan en op de achtergrond de televisie op GTST.
Zo doen zij dat tegenwoordig, en wij – de ouders – kijken vaak met bewondering toe.
“Dat zij dat kunnen!”

Onderzoek wijst echter uit dat een mens simpelweg niet kan multitasken. Wat er in de hersenen gebeurd is dat er razendsnel wordt gewisseld tussen de verschillende taken, en niet dat taken tegelijkertijd worden uitgevoerd.
Ook komt uit onderzoeken dat kinderen die ‘multitasken’ veel sneller en vaker fouten maken, dat de uitvoering van taken veel trager gaat en dat kinderen steeds minder in staat zijn om zich op één taak te focussen voor langere tijd.
Huiswerk maken en beter geconcentreerd zijn dankzij het geluid van de muziek, de aanwezigheid op social media en tegelijkertijd GTST kijken maakt het huiswerk maken wellicht in de beleving minder vervelend, de resultaten worden er echter zeker niet positief door beïnvloed.

Het duurt langer voor het af is, er sluipen sneller fouten in en het duurt langer voor de te leren stof blijft ‘hangen’.
Multitasking is iets voor de computer, niet voor mensen.

Boeiend? Lees dan meer in dit artikel in Time.