Categorie: Relatie

Jij & Ik

zwijgen

sluit de deur, de wereld is vannacht niet groter
dan deze stad, deze plek, dit bed
al het andere is weg, buiten is gesloten
uren duren eindeloos, de tijd is uitgezet

de deuren dicht, het hart wijd open
jouw huid en haar in schemerlicht
het zoute vocht smaakt meer dan zoet
een warme adem verkoelt bezweet gezicht

laat ons zwijgen in alle talen
laat geen stem de stilte nu verbreken
laat lippen stoeien, tongen strelen
zwijg, en laat alleen je ogen spreken

jij weet wat ik weet en niets heeft verder waarde
ik kom en jij komt, smelten zo tot samen zijn
met mijn hand om jouw borst omsluit ik heel de aarde
jouw vinger over mijn wang heelt alle pijn

laat ons zwijgen in alle talen
laat geen stem de stilte nog verbreken
laat lippen stoeien, tongen strelen
zwijg, en laat alleen je ogen spreken

je haar ligt in een waaier en lijkt te geeuwen
zelfs je ogen doen er nu het zwijgen toe
je billen draaien mij een laatste groet
handen rusten, het strelen moe

laat ons zwijgen in alle talen
geen geluid mag dit moment verbreken
slaap zacht mijn lief want alles is gezegd
toen wij ons in de ogen keken

Loslaten

birds
Als ik het kon
liet ik je gaan
niet als een ballon
vast aan een draadje
maar als een vogel zweven
gedragen door de wind en zon
als ik het kon

vind ik de moed
laat ik je gaan
kijk ik je na
en zal ik zo nu en dan
nog even naast je staan
dan is het goed
vind ik de moed

is het al tijd
dan is het vroeg
laat ik je los
omdat dat moet
zonder spijt
als jij het kunt
dan wordt het tijd

Vakantie

‘Hé Ton, biertje?’
‘Doe maar Jaap, en zet er een jonkie naast.’
‘Je ziet er wat vermoeid uit kerel, tijd voor vakantie?’
‘Pfff, nee man. Spaar me. Ik ben net terug.’
‘Oh, was het niet leuk?’
‘Leuk, leuk. Meer vermoeiend.’
‘Goh.’
‘Weet je wat het is Jaap, ik word zo moe van al dat gedoe man. Een week voor-stress, want het weer zit niet mee, de caravan moet schoon, is de verzekering wel geregeld, de kinderen willen niet naar de camping, ruzie over de route, de vertrektijd en noem maar op.’
‘Tja.’
‘En dan moet je nog hè. Ik zeg tegen Jacq, laten we nou ‘s nachts rijden, dan staan we niet in de file. Maar nee, dat kan niet want daar kan Fleur niet tegen en Thomas wordt ziek van rijden in het donker. Dus, 60 kilometer file. Kotsende kinderen van de warmte, 100 kilometer omgereden ‘want dat is een veel snellere weg zegt mijn vader’. En maar zeiken hè. Mag de radio zachter, mag de radio harder, kan de airco even uit, mag het raam dicht, wat is het hier warm, ik ben misselijk, ik moet plassen, mag ik snoep, mag ik chips, mag ik cola, ik moet alweer plassen, is het nog ver? Duurt het nog lang? Wanneer zijn we er nou? Kunnen we even stoppen? Is het nog ver? Krijgen we ijs? Zijn we er al?
Knettergek word ik er van!’
‘Nog een biertje?’
‘Ja, lekker. En een borrel.’
‘Waar ben je geweest?’
‘Op een camping in zuid Frankrijk. Ook zoiets. Zuid Frankrijk. Wat is er verdomme mis met Appelscha? Het hele jaar werk ik mij de ziekte. Voor de hypotheek weet je wel. Ik ben ‘s morgens om 6 uur de deur uit en kom ‘s avonds om een uur of 8 afgenaggeld weer binnenrollen. Allemaal om een mooi huis te kunnen betalen. Bijna 2 ruggen hypotheek! En dan ben je eindelijk 3 weken vrij en dan moet je met de hele hut naar zuid Frankrijk! In een ca-ra-van! Heb jij wel eens met 3 kinderen in een caravan geslapen?
‘Eehh, nee.’
‘Nou, ik ook niet! Sex in een caravan? Ja, effe snel achterlangs als de kinderen in het zwembad liggen. En zachtjes hè, de buurtjes zitten buiten aan de koffie en je kan die ouwe z’n longen horen piepen, net als ‘s nachts. Dus als der wat kraakt dan weten zij ook wat we doen. En dat willen we niet hè? Eten in een caravan? Ja, zweten in een caravan, dat gaat aardig. Ik heb thuis een super espresso apparaat staan. Zit je dan, op de camping. Met je koffiepads. Nee, dat vlees hier kun je niet vertrouwen hoor, dus dat is 3 weken bockworst zuigen, voorverpakte hamburgers smakken en patat met frikandel. Want dat hebben ze wel. In zuid Frankrijk. Patat.
Man, man, man. De hel is het!
‘In zuid Frankrijk is het tenminste mooi weer Ton!!’ Nou, niet als ik er ben dan zeker. Niks anders dan water! Water van de berg, water uit de lucht en water in de voortent.’
‘Heb je nog leuke dingen gedaan? In zuid Frankrijk?’
‘Je bedoelt bergen beklimmen, parachute springen en bungeejumpen? Van die dingen?’
‘Ja?’
‘Nee! Veel te gevaarlijk, veel te duur en niet geschikt voor de kinderen! Karaoke, in de kantine. En bingo. En aquajoggen in het zwembad. Bij maanlicht.’
‘Aakwaa watte?’
‘Aqua-joggen. Dat is in het water en dan net doen of je niet in het water bent. Zoiets. Goed voor je. Zeggen ze dan.’
‘Oh. Goh.’
‘Ik ben blij dat ik weer thuis ben.’
‘Tja, dat geloof ik. Biertje nog maar dan? Van mij.’
‘Ja doe maar joh, kan het schelen.’
‘Maandag weer aan het werk zeker?’
‘Nee, ik heb nog 2 weken.’
‘Zo, had je 5 weken vakantie dan?’
‘Nee, 3 weken.’
‘Huh? Maar je bent toch 3 weken naar Zuid Frankrijk geweest?’
‘Ikke niet. Na een week was ik het zat. Of ze waren mij zat, dat kan ook.’

Ik heb het haar beloofd

De stilte was hem oorverdovend. Niet dat het ontbreken van geluid de stilte zo beklemmend maakte, hij was al jaren doof. Het was de stilte van het alleen zijn. Het verstikte hem. Het huisje waarin zij al sinds jaar en dag woonden was klein en sober. Maar al was de woonkamer nog geen twaalf vierkante meter groot, zonder haar hoorde hij zelfs de echo van zijn eigen gedachten terugkaatsen van de kale muren.
“Godverdomme!!”, vloekte hij huilend.
Poes sprong op zijn knieën. Hij kon zien dat het beestje miauwde, horen deed hij het niet. Het beestje had al dagen niets gevreten. Hij streek een grote eeltige hand zacht schokkend over haar vacht. Hij wist dat Poes haar ook mistte. “Ze hebben haar afgestolen”, fluisterde hij bijna sissend, “gewoon afgestolen!”
Zo bleef hij zitten voor het raam, zoals hij dit al zeven avonden deed. Poes op schoot, de televisie op het sportkanaal, zijn blik naar buiten.
Als het mooi weer was liepen er soms mensen langs de kleine beheerderswoning op weg naar het graf van een dierbare. Gingen zij linksaf, dan waren zij van goede komaf. Liepen zij rechtdoor, dan waren zij van eenvoudige snit. Namen zij het paadje naar rechts, dan liepen zij naar het glazen monument dat hij gemaakt had voor de ruim tweehonderd baby’s die daar tot 1976 begraven waren. Nou ja, begraven. Ze waren meer ‘achter de heg gemieterd’, zoals hij dat uitdrukte. In een simpele doos of kist. Zonder steen, zonder eigen gedenkteken. Omdat ze stierven voor zij waren gedoopt.

Naast het huisje stond een kleine grafsteen. Je kon het vanuit de huiskamer zien. ‘Anna, geboren 2 mei 1960 – overleden 6 juni 1963’, stond in het steen gebeiteld. Het was alleen een gedenksteen, hun dochtertje was ergens anders begraven. Zij waren immers niet katholiek.
Hij had de steen naar hier verhuisd, voor haar. Zodat zij niet hoefde te zoeken, en zou verdwalen.

“U heeft uw vrouw zwaar mishandeld meneer, geef het maar toe!” “Nee edelachtbare, nee!! Ik heb altijd goed voor haar gezorgd, dat heb ik haar beloofd!!” “En hoe verklaard u dit dam?” Hij zag hoe zijn vrouw, met bebloed hoofd de zaal werd binnengeleid. Een politieman pakte haar arm en wees hem aan. “Daar, daar zit hij!! Hij heeft het gedaan!”, gilde de agent met een hoog stemmetje. Zijn vrouw had holle ogen en huilde tranen van bloed. “Heeft hij het gedaan?”, brulde de rechter. “Ja meneer, hij. Hij heeft het gedaan, hij heeft het gedaan”, zijn vrouw prevelde de woorden, als was het een gebed.
“Hij heeft het gedaan. Jij hebt het gedaan.”

“Ik heb niks gedaan!!”, brulde hij en opende zijn ogen.
Hij zat rechtop in bed en transpireerde hevig.
Het was drie uur ‘s nachts.
Zo ging het al dagen.

“Ik heb een fout gemaakt”, had hij de agenten verteld. “Ik had het niet moeten doen, ik weet het. Maar wat moest ik dan? Ik wist niets anders meneer, wat kon ik doen? Ze wilde weg, en dat kan niet meneer. Dat kan gewoon niet. Dan kan ze de weg niet meer vinden meneer, geloof mij. Heus, ik zal het nooit meer doen, ik had haar niet vast moeten binden. Ik weet het. En ik zal het nooit meer doen meneer, nooit meer! Ik wilde alleen maar voor haar zorgen, dat heb ik haar beloofd!”
Hij had gesmeekt, gehuild, gevloekt, gedreigd en gevochten.
Maar het hielp niets. Ze hadden zijn vrouw meegenomen, ‘afgestolen’, zoals hij het noemde.
Nu kon hij niet voor haar zorgen. Hij wist niet eens waar ze nu was.
“Ik heb het haar beloofd”, zei hij nogmaals en liet zich weer terugvallen op het bed.
Slapen deed hij niet meer die nacht. Zijn opengesperde ogen keken angstig naar de stilte tot het licht werd en de nieuwe dag zich aandiende.

Samen

We laten niet alleen Noord Holland maar ook de donkere luchten achter ons. Wanneer we de dijk oprijden wijzen alleen de natte bandensporen in oostelijke richting nog op regen. Voor ons de blauwe hemel met grote witte wolken. Het IJsselmeer is onrustig door de steeds draaiende wind. Heel ver weg, door de trillende lucht lijkt de kustlijn te zweven. Friesland verwelkomt ons.
Ik denk aan grote stappen vooruit. Aan durven en aan doen. Aan beslissingen en consequenties.
Ik kijk naar jou. Ik herken je vastberadenheid. Je straalt.
Ik houd mij vast aan de zekerheden die jij uitstraalt.
Het zal wel goed komen, het gaat lukken. Ik zie het. Aan jou.

We passeren de kazematten van Kornwerd.
De CD wisselaar heeft inmiddels The Scene Live verwisseld voor Blood Suger Sex Magik van de Red Hot Chilli Peppers.
We kijken elkaar aan. “Huh?” We schieten in de lach.
Achter ons zingt onze dochter, vijf jaar jong, vrolijk mee:

“She meant you no harm
Think you’re so clever
But now you must sever
You’re breaking the girl”

Later, wanneer we terug naar Alkmaar rijden weet ik dat we eigenlijk al onderweg zijn van de toekomst naar het verleden.
We gaan verhuizen. We verruilen de nieuwbouwwijk in Alkmaar voor een honderd jaar oude schoolmeesterswoning in een klein dorpje in Friesland: Spannum. Tot een week of wat geleden had ik er nog nooit van gehoord.
Het is alweer 10 jaar geleden.

Onze dochter, inmiddels HAVO scholiere van 15, zingt nog steeds mee met de Red Hot Chilli Peppers.
Komende donderdag gaan we de band live horen, in Nijmegen.
Mijn dochter en ik. Samen.
Het leven is mooi.

“What I’ve got you’ve got to give it to your mamma
What I’ve got you’ve got to give it to your pappa
What I’ve got you’ve got to give it to your daughter
You do a little dance and then you drink a little water
What I’ve got you’ve got to get it put it in you
What I’ve got you’ve got to get it put it in you
What I’ve got you’ve got to get it put it in you
Reeling with the feeling don’t stop continue”