CategoryLiedje

Niets II

Niets kon zijn stemming bederven. Niet het waterkoude en gure decemberweer, niet de verplichte familiebezoekjes die hem deze maand te wachten stonden, zelfs niet de troosteloze economische doemscenario’s die hem iedere dag via de media ingepeperd werden. Hij had een wereldslag geslagen. In zijn binnenzak, beschermd tegen de striemende regen brandde zijn smartphone met die ene e-mail die zijn leven in één keer kleur had gegeven. Waar de mensen om hen heen de donkerte, de grauwheid en de koude trotseerden zag hij vrolijke lichtjes, voelde hij een gloeiende warmte van binnen en zag hij de humor van al de hem omringende somberheid. ‘Ho, ho, ho!!’, riep hij vrolijk naar de voetganger die hij verscholen achter een nauwelijks in bedwang te houden paraplu ternauwernood kon ontwijken. Hij zwaaide naar de dames achter de ramen op de gracht. Wierp steelse kushandjes naar een soldaat van het Leger des Heils terwijl hij uit volle borst zong: “Don’t stop me now I’m having such a good time, I’m having a ball! Don’t stop me now!” De regen als tromgeroffel in zijn gezicht, de striemende wind als begeleidende violen. Het licht van de stad op glimmende klinkers als toneel. Over een kwartier zou de champagne ploppen. Hij zou drinken met zijn lief. Hij voelde zich sterk, gelukkig. En geil.
Niets kon hem nog deren.
[suffusion-widgets id=’1′]
Nou ja, bijna niets.
De taxi die in volle vaart door de stad racete kwam van rechts, en hij zag hem niet.
De klap was enorm, via de motorkap kwam hij met een smak op het asfalt waarna een zwaar geladen touringcar zijn schedel plette.
Het achterwiel van zijn verkreukelde fiets draaide nog terwijl uit hem al het leven al was verdwenen. Zijn smartphone lag op straat, het display lichtte op.

Gefeliciteerd met je nieuwe baan!!
XXX Annie

Van Goor, voor mama

Voorzichtig nam hij de punt van het potlood een moment tussen zijn glimmend wit gepolijste tanden. Hij zocht naar de juiste woorden. Zijn ogen gleden langs de witte tafel, staken de marmeren vloer over en bleven even rusten op een grote foto aan de wand. Hij was een moment afgeleid van zijn overpeinzingen en glimlachte. Zijn ogen fonkelden terwijl hij zachtjes fluisterde: ‘Ach, ik had het zo graag met ze willen doen hè, met de jongons.’
Maar goed, hij had werk te doen. Wat had hij ook alweer staan?

Hier is dan mijn laatste lied voor jou. / De melodie waar jij zo veel van houdt.

Niet slecht! Hij nam kordaat het potlood uit de mond en zette de punt weer op het papier. Hij schreef:

Waar geen woord meer in ontbreekt. / Geen noot in is gefacked.

Yes!! Yes!! Hij voelde de inspiratie buisen in zijn hart en in zijn hoofd. Woest schreef hij in één ademtocht de volgende twee zinnen.

De slot noot klank die jij nooit meer vergeet. / Mijn tranen heb jij altijd afgeveegd.

Zijn ‘Ja!’ klonk vervolgens als een ingehouden snik door de ruime villa.
Hij wist het, een nieuwe hit werd hier en nu geboren. Dit werd zijn meesterwerk. Dit werd zijn ‘Het Dorp‘, dit was zijn ‘Pastorale‘, zijn ‘Testament‘.
Hiermee zou hij herinnerd worden.

‘Jij was er bij mijn eerste stap’, ging hij door in zijn karakteristieke hoekige blokletters.
‘Jaaah’, zuchtte hij, ‘Dat is mooi hè mam?’ Hij boog zich voorover, zijn lippen tuiten zich en zijn ogen waren tot nauwe spleetjes toegeknepen terwijl hij naar de volgende zin zocht:
‘Jij was er bij mijn eerste stap / jij gaf mij ook de eerste klap, nee, ehhh, weet je nog hoe ik viel van de hoge trap? Nee, te lang. Ehh.. En wat ik na al die jaren nog niet snap? Nee. Buurman Lee dat was een Jap? Neuh, haha… Mijn eerste deken was een lap? nee, kom nou man! Concentreer je!! Ehh… Bij jou kreeg ik mijn eerste bordje pap? Hey, ja, ja… dat kan. Heel goed. Eens zien wat we nu hebben.

Jij was er bij mijn eerste stap. / Bij jou kreeg ik mijn eerste bordje pap.

Jahhh, ja! Briljant!
Topper!

Ehh, o nee. daar ben ik mee gestopt.

Meisjes van 50

Hebben van die wapperende highlights
Lopen altijd overal achteraan
Weten alles van de laatste catfights
Een zesde vent, de tiende baan
Moeten niets en kunnen – zo menen zij – nog steeds van alles aan
Dragen wat zij hun puberdochter, zo énig vinden staan
Houden niet van datingsites, maar moeten er wel heen
En surfen daar met duizenden, zo verschrikkelijk alleen

Meisjes van vijftig- niet zo gelukkig
Meisjes van vijftig – er net tussenin
Te oud voor de jongens – te jong voor de merels
Te bang voor de binding – te oud voor de kerels
Met een opgetrokken neus
En met hangende tietjes
En in hun dagboek
Staan de vele verdrietjes
Meisjes van vijftig- vlak voor de spijt
Meisjes van vijftig- waar bleef toch de tijd

Hebben van die strakgetrokken koppies
Extensions in het dunne steile haar
Willen graag meer samen met de jongens
Willen het vooral niet met elkaar
Sissen binnensmonds de naam van ‘t jongere idool
Giechelen om de vader van de kinderen op school
Giechelen van ongemak en giechelen van spijt
Giechelen zich een omweg naar de verleden tijd

Meisjes van vijftig- niet zo gelukkig
Meisjes van vijftig – er net tussenin
Te oud voor de jongens – te jong voor de merels
Te bang voor de binding – te oud voor de kerels
Met een opgetrokken neus
En met hangende tietjes
En in hun dagboek
Staan de vele verdrietjes
Meisjes van vijftig- waar blijft toch de tijd
Meisjes van vijftig- eens komt de spijt

Vrij naar Paul van Vliet’s ‘Meisjes van dertien

Ik heb je gemist

Ik heb je gemist vannacht
niet dat ik er van wakker lag
Maar toch, heb ik je gemist vannacht
Ik heb je gemist vannacht
niet dat ik jou ook voor me zag
Maar toch, ik heb je zo gemist vannacht

Ik heb je gemist met je blauwe of groene ogen
Ik heb je gemist, met je lange of je korte haar
Ik heb je gemist, je hoofd schuin naar me toe gebogen
Jouw hand hier op mijn heup
niet voor de lust
Maar voor elkaar

Dromen (Self Portroids-1)


Nee, vraag me niets, zoals ik jou niets vraag
Blijf hier vannacht of ga weer weg vandaag
Je hebt mijn lichaam met mijn droom verward
Geef mij geen hand, geef mij je hart

Alleen de liefde, pijn, die ons zo bond
Het destructieve, lieve, zout in open wond
Ik wil niets, meer, dan jij mij geven kan
Geloof mij, geloof me niet, verlaat mij dan

Laat mij wonen
Laat mij dromen
laat mij wonen
in mijn dromen

Een droom is niet te leven
Een gebarsten hart kan ik niet geven
Vecht je binnen mijn domein
Pas dan zal er geen grens meer zijn

Alleen de liefde, pijn, die ons zo bond
Het destructieve, lieve, zout in open wond
Ik wil niets, meer, dan jij mij geven kan
Geloof mij, geloof me niet, verlaat mij dan

Laat mij wonen
Laat mij dromen
laat mij wonen
in mijn dromen

[Inspiratiebron: Hondaluza’s Self Portroids-1 (1984)]

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑