Auteur: Berend Quest

'Berend Quest kookt, steeds vaker in de keuken en minder van woede

Een goed leven vraagt goed voedsel. Voor een goede maaltijd hoef je geen chef te zijn, voor eerlijke ingrediënten heb je geen diepe zakken nodig. Een goede, eerlijke en gezonde maaltijd is niet moeilijk te bereiden, kun je in de regel in een half uurtje op tafel hebben en je hebt er geen pakjes bij nodig.

Er is weinig waar je mensen zo blij mee kunt maken dan lekker eten!

Kijk, daar wordt ik nou blij van!

Het volgende mailtje kreeg ik net van mijn dochter Floor (12). Daar wordt ik heel blij van, als mens en als papa…

een zonnestraal zo warm,
die mij verwarmd als ik het koud heb
de ster die staat te blinken
die andere mensen aan het lachen maakt
een rode roos
met de geur van de liefde
een lieve lach
die iedereen laat smelten
de liefste vader
die mij zo gelukkig maakt.

jij bent
de zonnestraal zo warm
de ster die staat de blinken
een rode roos
een lieve lach
en de liefste vader
die mij zo gelukkig maakt

Hoe gaat het met je?

‘Hoe gaat het met je?’ Ik denk dat iedereen het een paar keer per dag hoort. En lang niet altijd is de steller van de vraag ook geïnteresseerd in het antwoord.

Aan het begin van de film ‘Simon‘ stelt Camiel deze vraag aan de hoofdpersoon Simon, wanneer zij elkaar na jaren weer eens tegenkomen. Simon antwoord lachend, direct en uitdagend iets als: ‘Nou, ik ga dood, ik heb kanker’. Een prachtige film volgt.

‘Hoe gaat het met je’ is de meeste keren slechts een beleefde begroeting. Net als Amerikanen afscheid plegen te nemen met: ‘Je moet snel eens langskomen’. Het is niet direct een uitnodiging, het is slechts een uiting van beleefdheid.

Wanneer er werkelijk iets met je aan de hand is, en de omgeving weet dit, loop je de kans dat de vraag ‘hoe het met je gaat’ door veel minder mensen aan je gesteld wordt. Mensen doen het niet omdat zij zich belemmerd voelen, of omdat zij geen tijd hebben voor het antwoord, de emotie niet aan willen of zich er domweg ongemakkelijk bij voelen. Vaak zijn we bang de ander met die vraag voor het blok te zetten.
Terwijl die ander het vervelend vindt dat je de vraag niet meer stelt. Ook die ander voelt zich waarschijnlijk bezwaard.
Dat is jammer. We zouden ons best wat meer mogen realiseren dat de beleefdheidsvraag ‘hoe gaat het met je’ juist gevraagd mag worden wanneer je weet dat het niet zo goed gaat met die ander. De keuze om er inhoudelijk op in te gaan ligt bij degene aan wie je de vraag stelt.
En de ander is best in staat om die keuze te maken. Heus, de meeste mensen die wat ernstigs is overkomen vallen je niet huilend en snikkend in de armen. Zij zullen zich over het algemeen terughoudend opstellen. En opgelucht zijn, door het contact.

Weet u dat juist de mensen die iets heel vervelends hebben meegemaakt vaak het idee hebben dat zij sindsdien genegeerd worden? En zelfs ontweken?
We mogen best wat meer vertrouwen hebben in die ander.

Er is eigenlijk maar één reden om iemand niet te vragen: ‘Hoe gaat het met je?’
En dat is wanneer het je gewoonweg geen donder interesseert.

Ik raad u allemaal aan de film Simon te bekijken.

Haar haar. Deel II

Wat vooraf ging.

‘Ik dacht dat jij naar de kapper zou gaan?’
‘Leuk.’
‘Goh, nog steeds boos?’
‘Nee.’
‘Wat is er dan?’
‘Waarom hou jij van mij, Pepijn?’
‘Ja Jezus, wat is dat nou voor vraag?’
‘Wat vind je leuk aan mij?’
‘Serieus?’
‘Ja, serieus.’
‘Nou, tja, gewoon. Ik vind alles aan jou leuk.’
‘Goh.’
‘Goh?’
‘Ja, goh. Weet je wat mij verbaast Pepijn? Weet je wat mij nu echt verbaast?’
‘Nou?’
‘Dat een homofiele kapper, die mij verder niet kent en die mij voor het eerst ontmoet, beter in staat is mij te vertellen wat hij leuk aan mij vindt dan mijn eigen vent. De man waarmee ik meende mijn verdere leven te zullen delen!’
‘Meende??’
‘Ja meende!’
‘He, wacht even liefje, Wat gebeurd hier allemaal?? Hoezo meende?’
‘Pepijn, ik ben er klaar mee. Ik heb niet het idee dat jij en ik nog elkaars geliefden zijn, we zijn elkaars meubilair geworden.’
‘Meubilair?’
‘Ja, meu-bi-lair. Ik ben de tafel, jij bent de stoel. Ik doe de was, jij doet de tuin. Meu-bi-lair.’
‘Wat bedoel je daar nou mee??’
‘Precies dat Pepijn! Jij hebt geen enkel idee wat er in mij leeft, waar ik mee bezig ben, hoe ik mij voel. Een grapje, een mimiekje, een suggestieve opmerking. Dat zijn de resterende gereedschappen die ons nog resten om de ander te peilen. We praten niet, wij peilen elkaar. Ik peil jouw betrokkenheid, jij peilt mijn bereidheid om mij te laten nemen.’
‘Nou zeg! Te laten nemen?? Godverdomme Ingrid! Hallo??? Ik mag toch aannemen dat je het hier niet over ons liefdesleven hebt??
‘Liefdesleven?? Haha, luister naar je zelf man! Liefdesleven zegt’ie! Als ik vraag waarom je van mij houdt of wat je leuk aan mij vindt dan komt er geen zinnig antwoord! Welke LIEFDE Pepijn? Bedoel je jouw dagelijkse jeuk?? Welke liefde heb jij het godverdomme over??’
‘Wat ga je nou doen Ingrid?’
‘Ik bel Annemarie en vertrek Pepijn!’
‘Kom nou Ingrid, doe eens rustig joh.’
‘Genoeg is genoeg Pepijn.’
‘Moet je soms ongesteld worden?’
‘Ok, Pepijn, ik bel wel in de auto. De groeten met je. Hoor je: DOEI!!!’

Ingrid stapte in de auto en draaide het speaker volume op maximaal.
Ze haalde de spelden uit het haar, schudde wild het hoofd en voelde zich eindelijk weer vrij.

De ijdelheid van Tolerantie

Wie ‘tolerantie’ in de maatschappelijke context opzoekt op Wikipedia ziet de volgende definitie: ‘de mate waarin men accepteert dat gedrag of de opvattingen afwijkt’. Ik denk dat dit niet klopt. In die zin dat wij tolerantie zo niet gebruiken. Wij gebruiken tolerantie ijdel. Letterlijk en figuurlijk.

‘Wij zijn een tolerant volk’, als er iets duidelijk maakt wat ik met de titel van dit stukje bedoel dan is het deze uitspraak wel. ‘Wij’ zijn namelijk helemaal niet tolerant. Tolerantie staat, volgens de definitie, voor acceptatie. ‘Wij’ accepteren helemaal niets! Wij tolereren. Wij vinden uw gedrag, uw huidskleur, uw geloof, uw geaardheid of uw levenswijze ‘afwijkend’ van de norm, maar het valt binnen de grenzen van wat wij willen tolereren. Dat wil zeggen, wanneer wij er geen last van hebben uiteraard. U bent gewaarschuwd; wij tolereren u. Voor nu.

De ijdelheid van tolerantie is dat ‘wij’ menen te kunnen aangeven waar de grenzen van de tolerantie liggen. ‘Wij’ bepalen dus wat binnen of buiten de ‘norm’ valt. En dat is nog niet eens zo erg, ware het niet dat wij die norm heel gemakkelijk aanpassen naar de omstandigheden. Gaat het goed met ons, dan tolereren wij veel. Gaat het wat minder, dan blijken wij ineens veel minder tolerant.

Tolerantie buiten de maatschappelijke context geeft vaste waardes aan voor de mate waarin iets mag afwijken van de specificaties. Bijvoorbeeld: een bruin brood dient minimaal een X-percentage van bepaalde ingrediënten bevatten, anders mag je het geen bruin brood noemen.
Tolerantie is dus een belangrijk instrument om kaders aan te geven.
En wanneer de tolerantie goed is vastgelegd zijn deze niet voor meerdere uitleg vatbaar.

Wat ‘wij’ doen is vaak ‘gedogen’. Wij knijpen een oogje toe. We veroordelen het wel, maar grijpen nu nog niet in.
Gedogen is een van de slechtste woorden die ik ken. Al wie of wat je gedoogd hangt namelijk een bijl boven het hoofd. Gedogen mag je mee stoppen wanneer je wilt. Ik heb toch nooit gezegd dat ik het goed vond? Ik heb alleen maar gezegd dat ik het voor nu gedoog! In Nederland hebben wij er zelfs beleid van gemaakt. Gedoogbeleid. Gatverdamme.

Tolerantie is vaak ijdelheid. Kijk mij eens. Ik ben tolerant. Het is zelfs zo ijdel dat ‘wij’ er ons ook op voorstaan. ‘Wij zijn een tolerant volk’.
Eigenlijk zijn wij meer een gedogend volk. Te laf om iets te accepteren, en te week om het te verbieden. Grenzeloos. En  we kunnen zien dat het zich tegen ons begint te keren. De in-tolerante groeperingen winnen terrein. Wij zijn een beetje beu van het midden met een enorme tolerantie naar links en naar rechts.

Overigens, ik vind tolerantie wel een goed woord voor een nieuwe therapie. Tolerantietherapie.
Voor al die echtparen die al jaren in ‘relatietherapie’ rondhangen en maar niet willen zien dat zij beter uit elkaar kunnen gaan.

Tolerantietherapie: Niet de weg naar een gelukkig, maar de weg naar een te accepteren leven.

Profiel: @BertBrussen de Razende Tweep

Wat dit is? Lees Berend Quest: Twitter Profiler.

Toen Lennaert Nijgh als klein jongetje op de basisschool werd gevraagd wat hij later wilde worden antwoordde Lennaert: ‘Het mannetje op de maan.’ Toen het de kleine Bertje Brussen werd gevraagd antwoordde hij waarschijnlijk: ‘En waarom wilt u dat weten precies?’
Het verschil was toen al groot. Tussen Bertje Brussen en de rest.

Bert Brussen is er eens goed voor gaan zitten. De foto is duidelijk een pose. Bert Brussen kijkt in de camera en daagt je uit. Met een dikke sigaar als middelvinger. De mondhoek een beetje naar beneden. Schijt!
Opgeheven hoofd, donkere achtergrond, donker overhemd. Strak zonder das.
Waakzaam.

Er zijn een 3.300 Tweeps die de dagelijkse stroom tweets van Bert Brussen volgen. En, aangezien Bert Brussen graag op de hoogte blijft, volgt hij er zelf ook een 2.500. Normale mensen kunnen dat niet, maar Bert Brussen kan 2.500 mensen volgen. Bert Brussen is niet zoals u en ik. Bert Brussen is een ‘internet fenomeen‘.

Bert Brussen heeft stijl. De stijl van Bert Brussen is gevat, messcherp en meedogenloos. Hij doet mij denken aan John McEnroe. Schelden, tieren en slaan als hij onrecht ruikt. Van McEnroe is later aangetoond dat hij bijna altijd gelijk had wanneer hij zich zo op liep te winden. Ik denk dat Bert Brussen ook vaak gelijk heeft.
Dat niet iedereen de huid van een pantservoertuig heeft maakt alleen wel dat er mensen zullen zijn die dat niet graag toegeven aan Bert Brussen. Want Bert Brussen corrigeert niet, Bert Brussen brand af. Tot de enkels het liefst. En terwijl de schoenen van de afgebrande sukkel nog een beetje staan na te roken gooit Bert Brussen er nog een brandbom achteraan, voor de zekerheid.
‘En sterf!’

Hoe vervelend het ettertje Brussen ook kan zijn, de knop die zijn hoongelach kan doen verstommen wordt ook door mij niet ingedrukt. Bert Brussen is namelijk ook slim, intelligent, humoristisch, gevat, een voortrekker en Bert Brussen weet de vinger op de zere plek te leggen.
Dat doet soms wel pijn, maar je weet wel waar het zweert.

Bert Brussen is razend. Razend van verontwaardiging, razend snel en ik denk dat het in het hoofd van Bert Brussen ook altijd raast, van de ideeën bijvoorbeeld. Zoals Twittershizzle. Niet mijn kopje thee overigens, maar wel een retegoed idee.
Razend populair is Bert Brussen ook, graag zelfs.
Want Bert Brussen is beslist commercieel.

Had ik overigens al gezegd dat Bert Brussen beslist commercieel is? En dus te huur? Tegen een vast tarief?
Meer over Bert Brussen vind u ook op BertBrussen.nl en bijvoorbeeld Dejaap.nl.

Uitslag Poll:

  • Retweet! 33%
  • #namedropping is namedropping 11%
  • Woehahaha 11%
  • Sterf! 44%

Meer profielen? Klik hier.