Monthnovember 2013

De bevrijding

rotterdam

Zij lag op een dunne matras op de grond. Een bed kon ze niet meer in slapen. Dat kwam door Indië. Eigenlijk kon zij helemaal niet meer slapen. Wanneer zij haar ogen dicht deed kreeg zij koorts, buikpijn en rook zij de stinkende asem van de mannen die haar vernederden, schopten, sloegen en verkrachten. Iedere nacht opnieuw werd haar onschuld haar afgenomen, iedere nacht opnieuw werd haar leven vernield en de weg naar haar toekomst afgesloten. Dus hield zij de ogen zo lang als mogelijk open, probeerde zij te luisteren naar de geluiden uit de straat of prevelde zij kinderliedjes in een wanhopige poging het schreeuwen in haar hoofd te overstemmen. Wanneer de ochtend kwam voerde zij de stadsduiven, dronk water en at een snee brood. Als het niet echt nodig was de deur uit te gaan bleef zij binnen. De gordijnen dicht, de deur op slot. Haar leven was ondragelijk en haar leed ondeelbaar. Haar eenzaamheid was geen keuze, het was haar lot.
Op een avond kwam de koorts niet meer, kwamen de mannen niet en voelde zij de pijn niet meer omdat het leven haar definitief losgelaten had. Zij stierf niet, zij werd bevrijd.
Het zou tien jaar duren voor zij gevonden werd.

Bij de voedselbank

voedselbank

Vrijdagmiddag. Ik sta in de rij bij de voedselbank. Niet voor mij (gelukkig), maar voor een klant. Die klant is een 23-jarige Marokkaanse jongen met een Algerijns paspoort zonder verblijfstatus, uitkering, werk, woning of netwerk. Al 13 jaar in Nederland. Hij kan niet worden uitgezet, maar er is ook geen voorziening die hulp biedt aan deze categorie mensen. Balen. Sneu verhaal ook.
De rij is lang. Om de 5 minuten zwaait de deur open en wordt er een aantal afgeroepen: “Volgende drie!” Het klinkt streng. In de rij zijn mensen geduldig. Men praat wat, want men kent elkaar blijkbaar. Er is geen gêne of schaamte te zien. Wel te horen, als je goed luistert. “Vorige week kreeg ik het verwijt dat ik hier met een Mercedes kwam”, zegt een man tegen een vrouw die – aan haar stem te horen – veel te veel sherry drinkt en Mantano sigaretten rookt. “Maar dat komt, ik woon boven een kroeg. En de kroegbaas zei me de Mercedes maar even te gebruiken”, legt hij verontschuldigend uit. De deur zwaait open en een vrouw, nee, een moeder stapt naar buiten met drie zware tassen. Ze lacht, tenminste, ze heeft een beetje een verbeten grijns. Blij dat ze eten heeft, verhard door de wanhoop. Zoiets. Uit een van de tassen steekt een rol sinterklaaspapier. “Ha, kijk aan: pakpapier”, roept iemand olijk. “Nu nog iets om er in te stoppen”, zegt een ander. Even is de rij stil. “Kazan, af!!”, brult een jonge man tegen zijn pitbullpup. Het beestje hangt in een broekspijp. “Hij is pas 9 weken”, verontschuldigd de jongeman zich. Een auto met Pools kenteken stopt. Twee mannen, de achterbank vol spullen. Slaapzakken, tassen. Blijkbaar doet dit opeltje ook dienst als camper.
Het begint te regenen. Geen overkapping, geen beschutting, alleen de verschutting. De buitenwereld kijkt immers mee.
“Volgende drie!”, gebiedt een corpulente vrouw. Binnen hangt een beetje een kerstsfeer. Alsof de het niet de voedselbank, maar het uitdelen van de kerstpakketten betreft. Mijn Marokkaanse gezel krijgt een pasje, een goedkoop geplastificeerd kaartje met zijn naam en de periode in welke de pas recht geeft op voedselbankondersteuning. De inhoud van het pakket is afgestemd op zijn leeftijd en het feit dat hij alleen is.
Ik sta er bij en kijk er naar. Grote hoeveelheden goed voedsel, afgeschreven door ons die het beter hebben. Gered van de afvalberg. Andijvie met een randje. Net niet dagvers brood. Ik figureer in een film en het stemt mij droevig. Alleen al door er naar te kijken.
Buiten heeft de moeder de zware tassen in een veel te grote auto geladen. De ramen zijn beslagen. Het kreng wil niet starten, de accu laat het afweten.
De rij kijkt, zwijgt en wacht af.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑