Monthapril 2013

Van die dingen

koekhappen
In 1948 was het tien dagen feest. In heel Het Land. Ik was daar niet bij vanwege nog niet geboren. Na 5 Jaar oorlog, miljoenen doden en vernietiging op ongekende schaal moest Nederland weer worden opgebouwd. De schouders er onder. Samen één doel, en één missie. Het koningshuis als bindende factor voor het moment. Dat snap ik.

In 1980 was ik er wel bij. Er was feest, en er waren rellen. Er was verdeeldheid en maatschappelijke onrust. Geen woning, geen kroning. Ik snapte dat.

In 2013 ben ik er wel, maar niet bij. Ik zit gewoon thuis, ik ga de tuin doen. Er is niks voor mij bij. Ik vier geen feest, ik ben niet in verzet. Ik snap het ook niet. Ik snap de idiotie en de hysterie van de feestgangers niet. Ik snap het kuddegedrag niet en ik snap het ontbreken van massaal protest niet. Dit land is niet in crisis, dit land is in staat van massale schaapachtige apathie. Een tenenkrommend koningslied, wat niemand wil, maar wel gezongen gaat worden. Een premier die op de radio trots vertelt over de geweldige koekjes bij de thee (die de koningin zélf schenkt!) en dat die geweldige koekjes er waarschijnlijk ook wel zullen blijven onder Koning Willem. We gaan massaal geld uitgeven, want dat is goed voor het land. We gaan zuipen, ons gezicht oranje verven, zaklopen, wc-potten gooien, Maxima proberen te zoenen en waxinelichtjes werpers opsporen.
Het. Is. Feest.

En ondertussen is de hypotheek nog een beetje meer waard geworden dan het huis, hebben illegalen bijna de status van crimineel, sterft Syrië gewoon door, wordt ‘Europa’ krampachtig en tegen beter weten in overeind gehouden en klagen bestuurders van banken en woningbouwcorporaties over het schijtloontje dat zij verdienen. Onze regering spreekt over historische akkoorden maar schuift ondertussen iedere wezenlijke beslissing voor zich uit. We zijn verwend. Gezapig. We worden collectief genaaid en we zijn er nog niet uit of we het erg vinden of niet. Daar gaan we nog maar weer eens over praten. In de buurthuizen, wijkraden en op partijcongressen.

Henk en Ingrid die bij de voedselbank informeren of zij de spruitjes ook kunnen ruilen voor een tray bier en hun advocaat schriftelijk een klacht bij de consumentbond laten deponeren als het antwoord nee is.
Van die dingen.

Wakker worden!!

koningslied

Word eens wakker welvaartschaap
lees eens wat anders dan je grote koppen krant
kijk eens wat verder dan het weer en filenieuws
er is meer te zien dan Wakker Nederland

Natuurlijk zie je Boston
een hardloper wordt doodloper zonder benen
maar is het je niet opgevallen
dat daarmee Syrië van de aarde is verdwenen

Veeg de stront eens uit je ogen
en zie onze kamerleden blozend handjes geven
na een toneelstuk van ruim 13 uur
niet rouwen maar vertrouwen in Fred Teeven

Waarom ben jij niet in staat van verwarring
over de oproep om vooral te kopen deze week
terwijl zo kort geleden het land alleen gered was
bij extra aflossing van de hypotheek

Hebben zij jouw onrust werkelijk kunenn sussen
met een zogenaamd sociaal akkoord
en wil je verder van niets weten
omdat het je zoete droombeelden verstoort

Herken je nog wel iets van je oude idealen
wanneer je ‘s morgens voor de spiegel staat
of kijk je liever niet meer in je eigen ogen
en hoop je dat het allemaal vanzelf wel overgaat

Word eens wakker Nederland
met je Willem Alexander en je kroningslied
de platte eenheidsworst van SBS
en de waarheid die de Telegraaf je biedt

Een heel merkwaardig mensbeeld

hoerenhuis

Lang, heel lang geleden – niemand had een mobiel – werkte ik in een ziekenhuis. Dat ziekenhuis had een telefooncentrale en die werd bediend door de ‘centralist’. Als je naar buiten wilde bellen dan moest dat langs deze centralist. Om privé redenen gebruik maken van de ziekenhuislijnen was verboden. Centralist was een een functie met zeer weinig status, en weinig tot geen macht. Wel of niet doorverbinden, vatte de macht van de centralist wel zo’n beetje samen. “Waarom??!!”, blafte de centralist wanneer je als eenvoudige leerling een buitenlijn vroeg. Naar ‘buiten’ bellen mocht niet. Tenzij je directeur, manager of dokter was. Of een persoonlijke vriend. Of een fan van de Haarlemse honkbalclub.
Ik denk dat het toen begonnen is.

Ik heb sindsdien een waanbeeld opgebouwd. Ik denk dat ik zelfs paranoïde genoemd kan worden, achteraf gezien. Ik heb geleefd met het idee dat mensen de macht en invloed die zij hebben altijd zullen gebruiken. En dat je met geld macht en invloed koopt. Ik ben gaan geloven dat de grootste sponsor van de voetbalvereniging niet voorzitter van die vereniging is geworden omdat hij de beste bestuurder is, maar omdat hij met zijn bijdrage de macht heeft gekocht. Ik leef met het waanidee dat bedrijven lokale bestuurders op hoeren en vliegreizen trakteren om bij deze bestuurders in de gunst te komen en niet omdat ze toevallig weten dat de echtgenote van die bestuurder frigide is. Dat farmaceuten enorme kapitalen inzetten om hun eigen pillen voorgeschreven te krijgen en niet zullen nalaten beter werkende en goedkopere medicijnen uit de markt te drukken is een volkomen idioot beeld dat zich aan de binnenkant van mijn schedel heeft ingegraven. Ik, de gek, ben gaan geloven dat grote, machtige bedrijven en instellingen (oud)politici inhuren vanwege hun netwerk en de invloed op de politieke besluitvorming. Dat zij juist die mensen met tonnen belonen omdat zij daarmee macht en invloed kopen en niet omdat er niemand anders over de benodigde kwaliteiten beschikt of beschikbaar was.

Maandag viel het doek voor mijn wanen. Met een enorme klap landde ik terug op aarde. Godverdomme!!! Ik keek de Slag om Nederland en zag hoe Teun van de Keuken leden van de Eerste Kamer interviewde. Hoe je dat rijmt. Het eerste Kamerlidmaatschap met een bijbaantje van een ton of vier bij een instelling of bedrijf. Hoe je dan zuiver omgaat met de belangen. Hoe je dat doet, met die verschillende petten. En toen was er Thom de Graaf (D66). Thom de Graaf!!!! Thom de Graaf met die wat droevige, maar o zo trouwe hondenogen. Verschillende petten? Meerdere belangen? Moeilijk zuiver te houden? “U heeft wel een heel merkwaardig mensbeeld”, sprak Thom gedecideerd. Thom keek naar Teun. Vol medelijden.

Vanmorgen was ik bij de dokter.
Ik adviseer Teun van de Keuken hetzelfde te doen.
Er is een verklaring, en dus vast wel een therapie.

Oranjelied

oranjelied

Wij zijn niet rood
want rood, dat stinkt
naar hamers en naar sikkels
naar Stalin, Mao en de dood
Wij stemmen oranje, alleen verliezers stemmen rood

Wij zijn niet paars
want paars, dat is de polder
het gaat om mij en niet om die ander
de ander lap ik aan mijn laars
Wij zijn oranje, en niet dat enge paars

ALLEMAAL!
Oranje! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Trotse kleur van ING
Van 50+ en PVV
Oranje!! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Als je kunt zingen, zing dan mee

Wij zijn niet groen
want groen, dat is voor Duitsers
en Duitsers doen aan landje-pik
daar kunnen die Duitsers niks aan doen
Wij zijn geen Duisters, dus zijn wij niet groen

Wij zijn niet geel
Want geel is voor Chinezen
en daar zijn er wel genoeg van
wat zeg ik, er zijn er veel te veel!
Daarom zijn wij dus oranje en niet geel

ALLEMAAL!
Oranje! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Trotse kleur van ING
Van 50+ en PVV
Oranje!! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Als je kunt zingen, zing dan mee

Het werk doen we zwart
het spaargeld maken we grijs
en winsten zetten we apart
in een zonnig belastingparadijs
Nederlanders, wars van franje
Denkend in zwart-wit, dromend in oranje

ALLEMAAL!
Oranje! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Trotse kleur van ING
Van 50+ en PVV
Oranje!! Oranje!! Oraaaanjeee!!!!
Als je kunt zingen, zing dan mee

Een bijzonder gewone dag

b-m3

Het was op de uitgerekende dag, 8 april 1999. In het kleine slaapkamertje aan de Klompenmakerstraat in Alkmaar schreeuwde M. ons kind haar lichaam uit. Een dochter! Madelief, zo was haar naam. Want dat hadden we al bedacht. Madelief was mooi, wel wat tenger vond ik. Vooral gezien de buik van M. Opluchting, want alles zat er op en er aan. Vreugdetranen en kussen op het bezwete voorhoofd van M. De verloskundige keek iets minder vrolijk. Na enig aarzelen vroeg zij mij om haar collega te bellen en sprak zij M. dwingend toe: “Blijf nog maar even liggen, ik geloof dat er nog een komt.” Verbazing: “Huh? NOG een?” M. kreunde; het is toch alsof je de marathon moet overdoen zeg maar. De collega kwam en Bart – we hadden twee namen – kondigde zich aan. Niet met zijn hoofdje, maar met z’n billen richting het licht. Zorgen bij de verloskundigen, niet bij mij. Ik was in een roes. “Hebben wij weer”, dacht ik grijnzend, “een tweeling!” Een tijdje later lagen er twee bloedjes van kinderen in de wieg. Een wieg zonder voeteneinde, want aan allebei de kanten stak een klein kinderhoofdje uit de deken.

Een tweeling, prachtig. Het mooiste is wel dat wij het vooraf niet wisten. Geen extra zorgen tijdens de zwangerschap, geen ziekenhuisbevalling, geen echo’s. Geen extra alarmbellen nadat M. met 8 maanden van de trap stuiterde. Geen stress, geen aanpassingen en geen enkele voorbereiding. Ik kan je zeggen: dat is ook helemaal nergens voor nodig gebleken. Primair was alles geregeld door de natuur, ik bedoel, ook M. heeft twee borsten en de rest is allemaal voor later.

Waar voor de verloskundigen (zij hadden dit niet voorzien), schoonmoeder (die dacht dat ik haar in de maling nam) en mijn ouders (o jee, hoe moet dat nou?) de wereld even stil stond, draaide de wereld voor ons gewoon door. Alleen iets sneller, intensiever en intenser. Toen iedereen was opgehoepeld en M. lag te rusten rookte ik een sigaretje in de tuin. Het groen was groener, de lucht was blauwer en de vogels zongen luider.
Het was een bijzonder gewone dag.

(Dat de heer De Graaf uit Delft de stand van zaken omtrent de clusterbesturen (punt 11) wilde weten is mijn destijds volledig ontgaan.)

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑