“Man, man, man”, sprak hij tegen zijn spiegelbeeld. Zachtjes, fluisterend bijna. Alsof iemand hem zou kunnen horen in het verder lege huis. Hij zuchtte, bekeek zichzelf nogmaals en vroeg hardop:”Dus je gaat?”
Natuurlijk zou hij gaan, die vraag hoefde hij zich helemaal niet te stellen. Ondanks de zekerheid van de teleurstelling, ondanks de volkomen zinloosheid van deze actie. Hij kon simpelweg aan de spanning, de hunkering en erotische verleiding die zich in de laatste weken had opgebouwd geen weerstand bieden. Hij kon niet anders, hij moest wel.
De beklemming om zijn buik maakte hem bijna misselijk. Hij voelde zich als voor een sollicitatiegesprek. Een sollicitatie waarvoor hij zijn hele cv bij elkaar gelogen had. Zijn verstand zei hem dat hij het hierbij zou moeten laten. Maar ergens, diep van binnen gloeide hoop. Stel nou dat?

Iedereen doet zich toch beter voor bij het zoeken naar een partner? Wie gaat nu van zichzelf zeggen dat hij eigenlijk 10 kilo te zwaar is? Of dat je haargrens wel erg ver opgetrokken is? Hij had toch een HBO opleiding gedaan? Hij had toch een goede baan gehad? En dat hij nu even zonder zat, nou ja, dat kan toch iedereen gebeuren? Hij zuchtte opnieuw. Dat verhaal dat hij weduwnaar was en dat zijn vrouw aan kanker was overleden, dat was lastiger.

“Man, man, man”, zei hij opnieuw. Nu luid en duidelijk.
Daarna veegde hij de laatste restjes scheerschuim van zijn wangen, deed een luchtje op en begon zich aan te kleden. Even, op het moment dat hij de nieuwe onderbroek die hij de dag daarvoor had aangeschaft over zijn knieën trok voelde hij zich zo volkomen belachelijk en ongeloofwaardig dat hij zich op zijn bed wilde storten, de dekens over hem heen wilde trekken om de rest van de dag in schaamte door te brengen.
Een kwartier later stapte hij in de auto en reed richting het centrum van Amsterdam.

Met trillende vingers typte zij een groet onder haar bericht. De muis zweefde boven de knop ‘verzenden’. Ze twijfelde. Natuurlijk wilde zij wel. Het waren spannende weken geweest. Iedere avond opnieuw de vraag of hij online zou zijn. Iedere avond de opluchting als hij zich aankondigde. In de afgelopen weken was hij haar onbekende prins op het witte paard geworden. Groot, mooi, slank en sterk. Krachtig en toch kwetsbaar. Hij had haar begrepen, en zij had hem begrepen. Het contact was warm, spannend en sensueel. Zijn zinnen lazen als een roman. Hij had haar verleid tot ontboezemingen. Bij hem, zo voelde zij het, kon zij zich geven. Aan hem kon zij zich toevertrouwen.

Ze stond op en zette koffie. “Laat het gaan en stop hier mee”, dacht ze hardop. Ze wist dat ze te ver was gegaan. Dat zij een beeld van zichzelf had gegeven dat niet klopte. Een beeld dat verkeerde verwachtingen schepte. Niet dat ze ook maar iets had verteld wat niet aansloot bij haar gevoel, maar het was allemaal net een beetje mooier dan de werkelijkheid. Ze had het beeld aangepast aan wat zij dacht dat hij wilde horen en aan wat zij graag zou willen zijn.

Ze keek rond in haar appartement. Het was een mooi appartement, ruim en stijlvol ingericht. Alles had een plek, en alles stond en hing op precies de juiste plek. Alles was perfect. En toch haatte zij juist dat. Haar hele appartement schreeuwde om leven. Haar leven schreeuwde om liefde. Vrijen, op het kleed voor de haard. In elkaar verstrengeld hangen op de bank, samen luisteren naar de laatste van Adele. Een bijzettafeltje met wijn en kaas. De kaarsjes aan. Het licht gedimd. Iemand die het geluid van de magnetron zou vervangen door de geur van verse kruiden.
Hoe vaak had zij in gedachten hem al niet in de keuken zien staan? Hoe vaak had zij al niet gefantaseerd dat hij haar kuste terwijl de biefstuk in folie stond na te garen, en in haar oor fluisterde dat hij na de biefstuk nog een bijzonder lekker toetje had?
Zij had zich gedragen als in een sprookje, en ze was in haar eigen sprookjes gaan geloven.
“Je moet dit niet willen Suzanne, je gaat hem teleurstellen en je gaat jezelf pijn doen.” Nog voor ze de woorden goed en wel uitgesproken had drukte ze op de knop en verzond haar bericht.

Lieve Ernst,
Ook ik wil niets liever dan jouw stem eindelijk horen, je ogen zien schitteren en jouw aanwezigheid voelen.
Maandag is goed, ik zal er om half drie zijn.

Tot dan! Liefs, Suzanne.

Het was nog geen half twee toen hij de restauratie van het centraal station binnenstapte. Het liefst had hij een borrel besteld om zijn zenuwen te kalmeren maar hij nam espresso macchiato. Hij nam plaats aan de tafel die het verst van de ingang verwijderd was en bladerde door een krant, zonder ook maar een woord te lezen.
Hij had toen hij binnenkwam haar al gezocht. Het kopje koffie trilde in zijn handen. Het voelde alsof iedereen naar hem keek. Iedere keer als de deur van het restaurant open zwaaide schrok hij, dook hij achter zijn krant en vervloekte zichzelf. Toen het bijna half drie was en hij zijn derde kop koffie bestelde was hij te nerveus om de krant nog in zijn handen te houden.
Echtparen, mannen met attaché koffers, vrouwen met kinderen en groepjes mannen en vrouwen. Hij had van alles zien komen en gaan, maar niet degene die hij zocht.

Het was half drie en Suzanne begon zich af te vragen wanneer de jongen van de bediening haar de vraag zou stellen of ze hier soms wilde gaan wonen. Je valt natuurlijk enorm op als je uren in een stationsrestauratie in je eentje koffie zit te drinken. Ze voelde zich ongemakkelijk. Hoe zij ook haar best had gedaan om een beetje aan het door haar zelf geschetste beeld te voldoen, ze wist dat ze niet leek op de Suzanne die zij in het digitale contact gecreëerd had.
Vanachter haar donkere glazen had zij iedereen in de afgelopen anderhalf uur zien komen en weer gaan. Alle mensen die nu in het restaurant zaten had zij binnen zien komen, niet een uitgezonderd. Niemand die er was toen zij binnenkwam zat er nu nog.
Logisch. Hier kwam je omdat je moest wachten op je volgende verbinding of, zoals de twee mannen aan de tafel links van haar, om iets te bespreken.
Het was bijna kwart voor drie en een vreemde mengeling van wanhoop en opluchting maakte zich van haar meester. Opluchting omdat het misschien toch niet tot een pijnlijke confrontatie zou komen. Wanhoop omdat ze niets liever wilde dan hem te ontmoeten.

Het was tien voor drie. Hij keek hoe de twee mannen rechts van hem de papieren opborgen en elkaar de hand gaven. Irritant vond hij dat. Mensen die opstaan, elkaar groeten en dan maar blijven staan ouwehoeren. Ga zitten en praat verder, of ga staan en ga weg. Zo dacht hij er over.
Hij was wat minder nerveus geworden. Voelde zich wat sterker. Blijkbaar had zij het niet aangedurfd. Al klinkt dat wat vreemd, het voelde toch een beetje als een overwinning.
Alsof hij haar ontmaskerd had, zonder zelf ontmaskerd te worden.

Vijf voor drie zag ze op de klok. Zij had al afgerekend en besloot te wachten tot drie uur. Daarna zou ze gaan. Ze zou haar account verwijderen en deze hele geschiedenis zo snel mogelijk vergeten. Wat een afgang. De praatjes, de lieve woorden en dan niet komen opdagen! Maar hoewel zij zich beledigd voelde was ze ook wel een beetje opgelucht. Alsof zij ternauwernood de dans was ontsprongen.

Het was drie uur. Hij stond op en liep naar de deur. Hij had de deur al in zijn hand toen hij bedacht dat hij de rekening nog niet betaald had. Hij draaide hij zich met een ruk om en botste pardoes tegen de vrouw die achter hem stond. De vrouw wankelde, deed een paar stappen terug en stootte zich aan een tafel.
“Sorry, mevrouw, sorry!”, stamelde hij. “Ik lette niet op, ik moet nog .. Heeft u zich bezeerd?” “Het geeft niet”, lachte de vrouw verlegen. “Niets aan de hand.”
Hij pakte haar tas van de grond, en reikte hem aan. “Alstublieft mevrouw, en nogmaals, het spijt me zeer.”
Suzanne glimlachte. Ze knikte vriendelijk toen de man de deur voor haar openhield en zei hem gedag.
Terwijl zij het perron opliep zakte de glimlach van haar gezicht. Zonder zich om te draaien liep ze weg en zei tegen zichzelf:”Misschien, Suzanne van de Brink, moet je eens proberen om uit dit soort ontmoetingen wat meer te halen!”

Voor hij de deur dicht liet gaan keek hij een moment naar de vrouw die van hem wegliep.
“Waarom vraag je nou niet of ze een kopje koffie wil?? Toe nou Ernst!!”
Terwijl hij zichzelf uitmaakte voor lafaard rekende hij af en reed naar huis.