Vandaag keek ik toe hoe een mannetje met behulp van een lullig hijskraantje een putdeksel verplaatste. Het kraantje – van het formaat hijskraan waarmee jouw kinderen in de zandbak spelen – stond gemonteerd op een soort van uit de kluiten gewassen Fiat Panda met laadbak.
Het hijskraantje op de Panda maakte ‘piep-piep-sis-sis’ geluidjes. Een beetje jankerig allemaal. Bij het liften van het deksel begon het kraantje zielig te zuchten en te steunen en de Panda lazerde bijna om.
‘Rioolbeheer’, stond er in grote letters op de Panda. Met een telefoonnummer er achter. Voor als je je riool wil laten beheren vermoed ik.
Het mannetje had een oranje vestje aan en een wit helmpje op. Zo een met ingebouwde gehoorbeschermers. De enorme veiligheidsbril maakte het beeld compleet.
Treuriger dan dit wordt het niet op een mistige novembermorgen.

Jaren geleden, of ‘vroeger’, sleurde breedgeschouderde kerels met behulp van een grote ijzeren stang als Romeinse gladiatoren gietijzeren deksels over straat. Zonder handschoenen greep zo’n Henk of Kees daarna een enorme zwarte slang, slingerde die slang in dat gat en liet de diesel van zijn DAF, Scania of Volvo brullen. Zuigen kreng!! Donderend geluid, zwarte rookpluimen en gore putluchten.
Geen wereldbaan, maar de putjesscheppers waren minstens met z’n drieën dus daar zei niemand wat van.
En terwijl het brullende monster de stront, kapotjes en tampons met veel kabaal verorberde rookten de mannen zware shag. Floten zij naar de vrouwen. Sloegen elkaar op de schouders. Vertelden elkaar schuine bakken.
Voorop de zuigwagen hing een naakte pop zonder armen en benen, vastgezet met een tie-rip rond haar nek.
Aan het einde van de dag dronken de mannen bier in de snackbar naast de stort.

Ondertussen loopt ik opnieuw langs de Panda met kraantje.
Het mannetje heeft zijn veiligheidsbril afgezet en staart naar een schermpje.
Als hij mij ziet spreekt hij mij aan: ‘Meneer, is dit de Trekvaart?’
‘Nee, dit is de Rukkerslaan’, antwoord ik.

Tegen hem durf ik wel.