De boerderij ligt halverwege een heuvelrug. De late herfstzon, de kleuren en de stilte doen een vergeefse poging om mij ook maar een moment mijn stemming te doen vergeten. Ik recht mijn rug, steek een sigaret op en probeer niet te luisteren. Nee, ik ga nog geen koffers sjouwen. Nee, ik ga nog niet binnen kijken. En nee, ik hoef nog geen koffie. Flikker op. Ik wil een sigaret roken.
Maar meer nog wil ik de waanzin die door mijn hoofd giert beheersen en binnenhouden.
Mijn lichaam staat in de Belgische Ardennen, mijn hoofd staat op springen en mijn hart staat bonzend voor jouw deur in Haarlem.
Godverdomme.

“Deze nacht moet je bij mij blijven, anders houdt het op.” Ik voel je ogen branden.
“De volgende keer blijf ik. Voor altijd. Echt. Het kan nu niet. Ik moet over een paar uur in de auto zitten.”
We steken een sigaret op. Jij huilt omdat ik ongrijpbaar ben. Ik huil omdat het allemaal zo onbereikbaar lijkt.
De liefde tussen ons wordt bedreven en verzwegen.
“Tot maandag”, zeg ik.
“Veel plezier”, zeg jij.
Zelden klonk een wederzijds ‘tot ziens’ meer als een definitief ‘vaarwel’.
“Godverdomme!!”

“Wat is er?”
“Niets”, mompel ik. “Last van mijn rug.” Ik pak een koffer en wat tassen en loop in de richting van de boerderij. “Laat Michel die koffers dan even halen als je pijn in je rug hebt.”
“Laat maar, het gaat wel.”
“Doe nou niet zo eigenwijs Beer, straks zit je het hele weekeinde weer met rugpijn!”
‘Beer’, gek word ik er van. Wat ooit begon als een grapje is verworden tot een totale ontkenning van wie ik ben. Je kent me niet, je weet niet wie ik ben en je snapt niet wat er in mijn hoofd gebeurt. Ik kots op dat ge-beer! Rot op uit mijn leven. Sterf! Samen met die hele ellendige papenfamilie van je!
“Nee, het gaat wel”, zeg ik. Het knarsen van het grind overstemd het geluid maar niet de woorden die als kwade geesten tegen de wanden van mijn schedel kaatsen.
Ik ben mijzelf niet. Ik neem dat mijzelf kwalijk. Ik doe iedereen te kort, en dat weet ik. Ik doe iedereen te kort omdat ik mijzelf te kort doe. Dat weet ik ook. Ik moet dit stoppen, ik moet weg hier. Ik moet weg bij deze familie die zo vol van zichzelf is dat ze meent mij te mogen tolereren. Ik moet weg bij deze vrouw waarvan ik niet houd. Waarvan ik nooit gehouden heb. Die niet van mij houdt ook.
Wij belazeren elkaar en onszelf. We omklemmen elkaar in een alles verstikkende verwurging.
Liever nog dan alleen zijn wij beiden eenzaam.
Verdomme.

Ik voel de pijn in mijn buik. De pijn in je buik die je voelt wanneer je als vijftienjarige verliefd bent. Dit landschap is niet compleet. Dit landschap, als een perfecte foto zo mooi, is niet compleet zonder jouw hand in de mijne. Zonder de geur van je haar. Jouw knipoog. Jouw mond die fluistert dat het goed zal komen.
Godverdomme!

Vanuit de enorme open keuken kijk ik in de woonkamer waar iedereen aan tafel zit. In blijde verwachting. Als kinderen op een kinderfeestje bij de McDonnald’s. Er wordt gedronken. Er wordt gelachen. Er wordt gelachen omdat er wordt gedronken. Ik kook. Voor iedereen. Elke maaltijd. Zo is afgesproken. Door hen aanvaard als een offer, voor mij niet meer dan een vlucht. Er wordt nog meer gedronken, maar niemand drinkt zoveel als ik.
Ik maak dessert als de pater familias met een mes zijn hoge wijnglas aan tweeën tikt. Bulderend gelach. Nieuw glas, meer wijn. Voor iedereen.
Godverdomme.

“Kinderen en kleinkinderen! Ma en ik hebben dit weekeinde georganiseerd, niet alleen vanwege de gezelligheid, maar ook omdat wij het gevoel hebben dat onze taak bijna volbracht is. Proost!
Ingrid, je hebt werkelijk 4 geweldige kinderen en met Henk had je geen betere keuze kunnen maken. Jullie zijn een voorbeeld voor de rest. Jullie zijn opgegroeid tot mensen die niet alleen weet hebben van de rechten, maar ook van de plichten. En dat kun je ook zien aan de wijze waarop jullie kinderen zijn opgevoed. Bravo!
Maartje, jullie volgende huis is na 3 jaar verbouwing bijna klaar. Het is prachtig geworden en ma en ik zijn blij dat we jullie de afgelopen tijd met raad en daad terzijde hebben kunnen staan. Dirk is een prima kerel en jullie kunnen samen alles aan. Wij gaan er van uit dat ook jullie kinderen rust zullen vinden in de nieuwe, stabiele omgeving. Proost!
Michel, jongen, wij geloven dat je eindelijk, samen met Yvonne de stabiliteit en de rust gevonden hebt die nodig is om aan de toekomst te werken. Ma en ik hopen binnenkort ook van jullie kant heugelijk nieuws te vernemen. Proost!
Carolien, je weet, je bent altijd mijn prinses geweest en je zult ook altijd mijn prinses blijven. Je hebt aangegeven een keuze te hebben gemaakt, en dat zullen wij accepteren. Niet alleen omdat het nu eenmaal moet, maar ook omdat wij inmiddels jouw keuze beter zijn gaan begrijpen.
Beer, wanneer je dochter niet alleen thuiskomt met een man, maar met een man met een kind geeft dat geen goed gevoel. Dat is geen goed vooruitzicht. Die man heeft al een keer een kind alleen gelaten denk je dan. Dat kan ik je zeggen en dat zul je ook begrijpen. Maar, je hebt laten zien dat jouw hart op de goede plaats zit.
Dat je onze dochter’s keuze bent en dat je een goede keuze bent is ons duidelijk geworden. Als jij mijn prinses gelukkig maakt, dan ben jij haar prins.
Ik wil jou dan ook bij deze met nadruk bekrachtigen dat wij, ma en ik, en ik spreek ook voor de rest van de familie, jou nu volledig geaccepteerd hebben.
Proost!”
“Godverdomme!!!”

De scherpe pijn van een slok wodka die door mijn neusgaten mijn lichaam verlaat. Mijn maag draait zich om. Mijn evenwicht is zoek. Rijst met brokken kip stort kletterend over de plavuizen vloer.
Ik zak door mijn knieën hap naar lucht.

Slapen doe ik niet die nacht. Ik lig op mijn rug in het gras en staar naar een sterrenhemel waar statig zware wolken onderdoor glijden.
Bij het eerste ochtendlicht stap ik in de auto en rijd naar Haarlem.
Ik moet er uitzien als een zwerver als ik eindelijk genoeg moed bij elkaar geschraapt heb en aanbel.
Je doet open, kijkt, zwijgt en omhelst me.
Gelukkig.