Date7 november 2011

Pittig zoet-zuur gemarineerde speklapjes

Lekker, pittig en fris.
Speklapjes zijn mijn favoriet bij de ouderwetse bieten. En dan bedoel ik bietjes zoals ik die van mijn oma kreeg.
Knapperige speklapjes met zout en peper betekent voor mij genieten. Maar ja, toch eens iets anders proberen kan nooit kwaad. Vandaag een speklapje uit de oven, lekker kruidig gemarineerd.
[tabgroup tab1=”bereidingswijze” tab2=”Ingrediënten” tab3=”Overige info”]
[tab]
Doe de olijfolie in een ruime pan met dikke bodem. Snijd de ui en bak glazig. Rasp de knoflook en voeg die toe. Laat even pruttelen en blus met de witte wijn. Voeg de tomatenpuree toe en laat even droogstoven.
Rasp wat van de schil van de citroen, snijd hem doormidden en pers de citroen boven de pan met tomatenpuree uit.

Snijd de piri pri heel fijn, neem een slokje van de espresso en doe de peper en de rest van de espresso in een ruime schaal samen met de overige ingrediënten.
Voeg de tomatenpuree en ui toe. Roer alles goed door elkaar.
Snijd de speklapjes door de helft, smeer in met wat zout en peper en leg ze in de warme marinade.
Laat minimaal 2 uur lekker marineren.

Verwarm de oven op 175 – 200 graden en haal de spek uit de marinade. Leg de gemarineerde speklapjes in een droge schaal. Plaats in het midden van de oven, draai de spek na een kwartier even om en smeer opnieuw in met marinade.
Na nog een kwartier tot 25 minuten zijn de speklapjes klaar.

Je kunt de speklapjes ook prima in een grillpan bakken uiteraard.
[/tab]
[tab]

  • 1 citroen
  • theelepel koriander
  • zout, peper
  • knoflook
  • 1 grote ui
  • 2 dl olijfolie
  • 2 kleine blikjes tomatenpuree
  • 3 pili pili’s (gedroogde cayenne pepertjes)
  • 2 eetlepels honing
  • 1 scheut droge witte wijn
  • 1 kleine espresso
  • 1 sjalotje

[/tab]
[tab]

In dit recept ben ik uitgegaan van 6 hele, niet te grote speklappen.

Benodigde tijd:

  • Bereiden marinade 10 minuten
  • Marineren 2 uur of langer
  • Bereiding max. 40 minuten.

[/tab]
[/tabgroup]

Gebakken Witlof in Sinaasappelsap

Dit is een heel gemakkelijk te bereiden witlof variant. De basis bracht vrouw Quest mee, een uit een damesblad gescheurd receptje. Zelf voegde ik wat pijnboompitten en citroengras toe.
Wat je wel nodig hebt zijn kleine lofstronkjes, grotere worden volgens mij of niet gaar, of ze vallen uit elkaar.
[tabgroup tab1=”Bereidingswijze” tab2=”Ingrediënten”]
[tab]
Snijd de lofstronkjes in de lengte door, laat de bodem gewoon zitten, die kun je op het bord wel verwijderen.
Smelt roomboter in de pan, leg de stronken er in en bak iedere zijde een paar minuten tot het bruin ziet.
Maal wat zout en peper over de pan en verstrooi wat citroengras.
Blus de stronken met sinaasappelsap, doe een deksel op de pan en laat de pan nog een minuut of 5 zachtjes stoven.

Deksel van de pan, vuur omhoog en de pan ‘droogkoken’ tot je nog een heel klein beetje vocht over houdt.
Serveer de stronkjes met het restje vocht uit de pan, geroosterde pijnboompitten en peterselie.
[/tab]
[tab]

  • 3 Kleine witlofstronkjes, ongeveer even groot
  • 1 dl sinaasappelsap, ongezoet en met vruchtvlees (of pers een sinaasappel uit!)
  • snuf citroengras
  • zout, peper
  • handje pijnboompitten
  • handje peterselie

[/tab][/tabgroup]

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑