Monthnovember 2011

Open brief aan Harm Beertema

Geachte heer Beertema,

Om het gezag van de docent te herstellen en om een ‘professionele afstand’ tussen leerling en docent te stimuleren wil de PVV bij de bespreking van de onderwijsbegroting de ‘zeg-maar-meneer-Jansen-motie‘ indienen.
Leerlingen moeten weer ‘u’ gaan zeggen tegen de meester, en geen ‘je’ en ‘jij’ of ‘meester Harm’.
Althans, dat is waar de motie toe moet gaan leiden.
‘Je’ en ‘jij’ zeggen, dat is echt zo jaren ’70!
Als oud onderwijzer met 34 jaar ervaring weet u er alles van. U kent de klappen van de zweep.

U bent van 1952, u zult dus prima weten wat ik bedoel als ik zeg dat ik vind dat u het beroemde ‘paard achter de wagen wilt spannen’. Waarom ik dat vind zal ik u uitleggen.

Gezag laat zich moeilijk afdwingen.
Iedere school heeft leraren die gezag hebben, en leraren die het aan alle gezag ontbreekt. Of je op die school nu Kees, meneer of meester moet zeggen staat daar volkomen los van.
Dat gezag ontlenen die leraren en leraressen niet aan hun rol, zij krijgen dat gezag op basis van respect.
Gezaghebbende leraren en leraressen hebben geen andere ‘machtsmiddelen’ dan hun collega’s zonder gezag.
Wat een gezaghebbende leraar onderscheidt van collega’s die machteloos zijn vindt veel eerder basis in ervaring, vakbekwaamheid, enthousiasme, interesse in de belevingswereld van leerlingen, het geven van duidelijkheid, het bieden van veiligheid en de eigen motivatie.
Gezaghebbende leraren hebben niet meer gezag, hun gezag wordt meer erkend en gerespecteerd.

Nederland is groter dan Rotterdam
U bent 34 jaar leraar geweest in het MBO Rotterdam. Nu weet ik niet hoe het er in het onderwijs in Rotterdam aan toe gaat, maar u weet blijkbaar ook niet zo goed hoe het elders werkt. Hier in Friesland bijvoorbeeld gaan drie van mijn kinderen naar het middelbaar onderwijs en op de scholen die zij bezoeken wordt een leraar nooit anders dan met ‘u’ aangesproken. Dat geldt overigens ook voor de basisscholen die zij bezochten.
Problemen met gezagsverhoudingen tussen leraren en leerlingen komen hier overigens net zo goed voor.

Wat u wilt is niet nodig
Ik begrijp overigens ook niet zo goed waarom u vindt dat de politiek moet regelen dat kinderen op school ‘u’ tegen een leraar moeten zeggen. Blijkbaar vindt u iets dat sommige scholen niet vinden.
Als scholen in uw voorstel namelijk een oplossing zien, dan kan iedere school dit toch morgen invoeren?
Het is toch niet verboden voor een school om een reglement te hebben dat voorschrijft hoe je een leraar dient aan te spreken?
En als u vindt dat de politiek het moet regelen omdat scholen het wel willen, maar het hen aan het gezag ontbreekt om het ‘u’ zeggen te handhaven, dan verwijs ik u graag terug naar mijn eerste punt.

De PVV als rolmodel
Kinderen spiegelen zich graag aan rolmodellen.
Het zou u passen, als PVV kamerlid, dit eens onder de aandacht van uw partij te brengen.
Ik ken geen andere politieke partij in Nederland die zo hard schopt tegen alles wat maar ruikt naar ‘respect’ voor anderen dan de PVV. ‘Doe es normaal man’, roept uw politieke leider naar de premier van dit land. Een minister wordt ‘knettergek’ genoemd. ‘Het zal me worst wezen wat u vindt’, hoor ik een partijgenoot van u door de Tweede Kamer grommen. Denigreren, afzeiken, ridiculiseren en schofferen.
Er wordt (bijna) niet meer gerookt op televisie. Dat geeft namelijk een slecht voorbeeld. De indruk dat roken stoer is moet je niet op jonge kinderen overbrengen.
De PVV zou ook haar eigen voorbeeldrol eens moeten overwegen.
Of uw partij moet juist vinden dat het stoer is om een minister, premier of een collega publiekelijk te schofferen.
In dat geval moet u het ook niet vreemd vinden dat leerlingen in de klas tegen een docent ‘je’ en ‘jij’ zeggen en roepen ‘dat je es normaal moet doen’.

Met vriendelijke groet,

Arno Wip

Opvoedcursus

“In Nederland zijn iedere dag 75 mensen bezig met de opsporing van daders van seksueel misbruik van kinderen.” Ik hoorde het gisteren een rechercheur vertellen in Brandpunt.
En het blijft maar echoën in mijn hoofd. 75?
75 Rechercheurs die dag in dag uit 10.000-en gruwelijke foto’s en filmpjes bekijken in een hopeloze poging kinderen uit de klauwen van misdadigers te krijgen, netwerken op te rollen en daders voor de rechter te slepen.

Ondertussen lopen er binnenkort 500 (!) ‘animal cops’ met een grote boog om de megastallen, de laboratoria en transportbedrijven heen. Van de 6 speerpunten van de animal cops zijn er 2 direct gerelateerd aan seks: ‘het overtreden van het verbod van seks met dieren’ en ‘dierenporno’.
Je loopt als geitenneuker verhoudingsgewijs een veel reëlere kans gepakt te worden dan als kinderverkrachter.
[suffusion-widgets id=’3′].
Vanmorgen was op RTL Nieuws te horen dat er een ‘opvoedcursus’ in de maak is voor ouders die ‘dreigen in de fout te gaan’. Het is onderdeel van een nieuwe aanpak kindermishandeling. Het plan heeft als titel ‘Kinderen in veilige handen’.
Een opvoedcursus voor ouders die ‘dreigen’ in de fout te gaan. Nog buiten de taalkundige zwakte van die zin lopen de rillingen mij nu al over de rug wanneer ik naar de hoofdpunten uit het conceptplan kijk.
Maar liefs drie disciplines – medici, jeugdzorg en justitie – buigen zich na een melding, bijvoorbeeld van school of consultatiebureau, over een zaak.
Ik zie eindeloze overleggen, vrachtwagens met papier en kilometers bureaucratische wachtlijsten opdoemen aan de horizon.

Kinderen in veilige handen dus. Maar wanneer precies gaat dan de website van pedofielen vereniging Martijn eens verboden worden? Wie schopt die gevaarlijke dwaas Derek Ogilvie, die zich ‘kinderfluisteraar’ noemt van de buis? Wanneer stoppen verzekeraars met het subsidiëren van idioten die radeloze ouders wijsmaken dat kinderen genezen door roestige spijkers onder het bed te leggen?

Kindermishandeling en seksueel misbruik van kinderen is een uitgezaaide kanker binnen onze maatschappij.
Een ‘opvoedcursus’ is niet meer dan tot falen gedoemde symptoombestrijding.

De getoonde afbeelding komt van de website Volcano Press.

Verbazing

kijk ik terug
naar het begin van mijn leven
dan ben ik blij dat de verbazing
altijd is gebleven

Echte mannen

Vandaag keek ik toe hoe een mannetje met behulp van een lullig hijskraantje een putdeksel verplaatste. Het kraantje – van het formaat hijskraan waarmee jouw kinderen in de zandbak spelen – stond gemonteerd op een soort van uit de kluiten gewassen Fiat Panda met laadbak.
Het hijskraantje op de Panda maakte ‘piep-piep-sis-sis’ geluidjes. Een beetje jankerig allemaal. Bij het liften van het deksel begon het kraantje zielig te zuchten en te steunen en de Panda lazerde bijna om.
‘Rioolbeheer’, stond er in grote letters op de Panda. Met een telefoonnummer er achter. Voor als je je riool wil laten beheren vermoed ik.
Het mannetje had een oranje vestje aan en een wit helmpje op. Zo een met ingebouwde gehoorbeschermers. De enorme veiligheidsbril maakte het beeld compleet.
Treuriger dan dit wordt het niet op een mistige novembermorgen.

Jaren geleden, of ‘vroeger’, sleurde breedgeschouderde kerels met behulp van een grote ijzeren stang als Romeinse gladiatoren gietijzeren deksels over straat. Zonder handschoenen greep zo’n Henk of Kees daarna een enorme zwarte slang, slingerde die slang in dat gat en liet de diesel van zijn DAF, Scania of Volvo brullen. Zuigen kreng!! Donderend geluid, zwarte rookpluimen en gore putluchten.
Geen wereldbaan, maar de putjesscheppers waren minstens met z’n drieën dus daar zei niemand wat van.
En terwijl het brullende monster de stront, kapotjes en tampons met veel kabaal verorberde rookten de mannen zware shag. Floten zij naar de vrouwen. Sloegen elkaar op de schouders. Vertelden elkaar schuine bakken.
Voorop de zuigwagen hing een naakte pop zonder armen en benen, vastgezet met een tie-rip rond haar nek.
Aan het einde van de dag dronken de mannen bier in de snackbar naast de stort.

Ondertussen loopt ik opnieuw langs de Panda met kraantje.
Het mannetje heeft zijn veiligheidsbril afgezet en staart naar een schermpje.
Als hij mij ziet spreekt hij mij aan: ‘Meneer, is dit de Trekvaart?’
‘Nee, dit is de Rukkerslaan’, antwoord ik.

Tegen hem durf ik wel.

Gelukkig

De boerderij ligt halverwege een heuvelrug. De late herfstzon, de kleuren en de stilte doen een vergeefse poging om mij ook maar een moment mijn stemming te doen vergeten. Ik recht mijn rug, steek een sigaret op en probeer niet te luisteren. Nee, ik ga nog geen koffers sjouwen. Nee, ik ga nog niet binnen kijken. En nee, ik hoef nog geen koffie. Flikker op. Ik wil een sigaret roken.
Maar meer nog wil ik de waanzin die door mijn hoofd giert beheersen en binnenhouden.
Mijn lichaam staat in de Belgische Ardennen, mijn hoofd staat op springen en mijn hart staat bonzend voor jouw deur in Haarlem.
Godverdomme.

“Deze nacht moet je bij mij blijven, anders houdt het op.” Ik voel je ogen branden.
“De volgende keer blijf ik. Voor altijd. Echt. Het kan nu niet. Ik moet over een paar uur in de auto zitten.”
We steken een sigaret op. Jij huilt omdat ik ongrijpbaar ben. Ik huil omdat het allemaal zo onbereikbaar lijkt.
De liefde tussen ons wordt bedreven en verzwegen.
“Tot maandag”, zeg ik.
“Veel plezier”, zeg jij.
Zelden klonk een wederzijds ‘tot ziens’ meer als een definitief ‘vaarwel’.
“Godverdomme!!”

“Wat is er?”
“Niets”, mompel ik. “Last van mijn rug.” Ik pak een koffer en wat tassen en loop in de richting van de boerderij. “Laat Michel die koffers dan even halen als je pijn in je rug hebt.”
“Laat maar, het gaat wel.”
“Doe nou niet zo eigenwijs Beer, straks zit je het hele weekeinde weer met rugpijn!”
‘Beer’, gek word ik er van. Wat ooit begon als een grapje is verworden tot een totale ontkenning van wie ik ben. Je kent me niet, je weet niet wie ik ben en je snapt niet wat er in mijn hoofd gebeurt. Ik kots op dat ge-beer! Rot op uit mijn leven. Sterf! Samen met die hele ellendige papenfamilie van je!
“Nee, het gaat wel”, zeg ik. Het knarsen van het grind overstemd het geluid maar niet de woorden die als kwade geesten tegen de wanden van mijn schedel kaatsen.
Ik ben mijzelf niet. Ik neem dat mijzelf kwalijk. Ik doe iedereen te kort, en dat weet ik. Ik doe iedereen te kort omdat ik mijzelf te kort doe. Dat weet ik ook. Ik moet dit stoppen, ik moet weg hier. Ik moet weg bij deze familie die zo vol van zichzelf is dat ze meent mij te mogen tolereren. Ik moet weg bij deze vrouw waarvan ik niet houd. Waarvan ik nooit gehouden heb. Die niet van mij houdt ook.
Wij belazeren elkaar en onszelf. We omklemmen elkaar in een alles verstikkende verwurging.
Liever nog dan alleen zijn wij beiden eenzaam.
Verdomme.

Ik voel de pijn in mijn buik. De pijn in je buik die je voelt wanneer je als vijftienjarige verliefd bent. Dit landschap is niet compleet. Dit landschap, als een perfecte foto zo mooi, is niet compleet zonder jouw hand in de mijne. Zonder de geur van je haar. Jouw knipoog. Jouw mond die fluistert dat het goed zal komen.
Godverdomme!

Vanuit de enorme open keuken kijk ik in de woonkamer waar iedereen aan tafel zit. In blijde verwachting. Als kinderen op een kinderfeestje bij de McDonnald’s. Er wordt gedronken. Er wordt gelachen. Er wordt gelachen omdat er wordt gedronken. Ik kook. Voor iedereen. Elke maaltijd. Zo is afgesproken. Door hen aanvaard als een offer, voor mij niet meer dan een vlucht. Er wordt nog meer gedronken, maar niemand drinkt zoveel als ik.
Ik maak dessert als de pater familias met een mes zijn hoge wijnglas aan tweeën tikt. Bulderend gelach. Nieuw glas, meer wijn. Voor iedereen.
Godverdomme.

“Kinderen en kleinkinderen! Ma en ik hebben dit weekeinde georganiseerd, niet alleen vanwege de gezelligheid, maar ook omdat wij het gevoel hebben dat onze taak bijna volbracht is. Proost!
Ingrid, je hebt werkelijk 4 geweldige kinderen en met Henk had je geen betere keuze kunnen maken. Jullie zijn een voorbeeld voor de rest. Jullie zijn opgegroeid tot mensen die niet alleen weet hebben van de rechten, maar ook van de plichten. En dat kun je ook zien aan de wijze waarop jullie kinderen zijn opgevoed. Bravo!
Maartje, jullie volgende huis is na 3 jaar verbouwing bijna klaar. Het is prachtig geworden en ma en ik zijn blij dat we jullie de afgelopen tijd met raad en daad terzijde hebben kunnen staan. Dirk is een prima kerel en jullie kunnen samen alles aan. Wij gaan er van uit dat ook jullie kinderen rust zullen vinden in de nieuwe, stabiele omgeving. Proost!
Michel, jongen, wij geloven dat je eindelijk, samen met Yvonne de stabiliteit en de rust gevonden hebt die nodig is om aan de toekomst te werken. Ma en ik hopen binnenkort ook van jullie kant heugelijk nieuws te vernemen. Proost!
Carolien, je weet, je bent altijd mijn prinses geweest en je zult ook altijd mijn prinses blijven. Je hebt aangegeven een keuze te hebben gemaakt, en dat zullen wij accepteren. Niet alleen omdat het nu eenmaal moet, maar ook omdat wij inmiddels jouw keuze beter zijn gaan begrijpen.
Beer, wanneer je dochter niet alleen thuiskomt met een man, maar met een man met een kind geeft dat geen goed gevoel. Dat is geen goed vooruitzicht. Die man heeft al een keer een kind alleen gelaten denk je dan. Dat kan ik je zeggen en dat zul je ook begrijpen. Maar, je hebt laten zien dat jouw hart op de goede plaats zit.
Dat je onze dochter’s keuze bent en dat je een goede keuze bent is ons duidelijk geworden. Als jij mijn prinses gelukkig maakt, dan ben jij haar prins.
Ik wil jou dan ook bij deze met nadruk bekrachtigen dat wij, ma en ik, en ik spreek ook voor de rest van de familie, jou nu volledig geaccepteerd hebben.
Proost!”
“Godverdomme!!!”

De scherpe pijn van een slok wodka die door mijn neusgaten mijn lichaam verlaat. Mijn maag draait zich om. Mijn evenwicht is zoek. Rijst met brokken kip stort kletterend over de plavuizen vloer.
Ik zak door mijn knieën hap naar lucht.

Slapen doe ik niet die nacht. Ik lig op mijn rug in het gras en staar naar een sterrenhemel waar statig zware wolken onderdoor glijden.
Bij het eerste ochtendlicht stap ik in de auto en rijd naar Haarlem.
Ik moet er uitzien als een zwerver als ik eindelijk genoeg moed bij elkaar geschraapt heb en aanbel.
Je doet open, kijkt, zwijgt en omhelst me.
Gelukkig.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑