Er worden bijna nergens zoveel nieuwe ‘huisjes’ gebouwd als in de Digitale Vinex Wijk ‘Twitter’.
Veel van de nieuwe Vinex huisjes staan vanaf de bouw onbewoond te zijn.
Er is een brievenbus, er staat een bewoner op het adres ingeschreven, maar er is nooit iemand thuis.
Het is een tweede, derde of zelfs vierde woning voor de eigenaar.
Waarom? ‘Hé, iedereen heeft daar een huisje, dus ik ook!’

In de gang stapelen de uitnodigingen zich op. De meeste niet van nieuwe buurtbewoners, maar van nieuwe verkopers die zich in het enorme winkelcentrum gevestigd hebben en de gouden bergen die hen beloofd zijn door de coaches, trainers en andere ‘social media experts’ komen verzilveren.

Aan de randen van die almaar uitdijende Vinex wijken verrijzen meer en meer kantoorgebouwen, met dienstencentra. In die dienstencentra worden brainstormsessies afgewisseld met verkennend veldwerk.
Worden strategieën bedacht om het toenemende block- en slotjesgedrag in te dammen.
Hoe kunnen we de nieuwe inwoners ‘volger’ te laten worden.
‘Volger’, het gouden woord.
De belangrijkste opdrachtgevers – die van het enorme winkelcentrum dat het voormalige dorpsplein van de kaart heeft geveegd – hangen ongeduldig aan de lijn.
Waar blijven mijn volgers? Wanneer gaan onze investeringen geld opleveren?

Het dorp is ondertussen zo groot geworden en de dienstverleners, marketeers en verkopers zo talrijk dat zij een eigen circulaire economie zijn gaan vormen.
De volger, gevolgde en markt.
De producent, de leverancier en afnemer.
We draaien door.
In kringetjes.