Datum4 februari 2011

Wat goed hè, van Egypte!

‘Betogers verzamelen vast wat stenen’, vertelt ons deze morgen NOS verslaggever Nicole Le Fever. Op het beeld zien we een man die een grote verzameling keien van pak hem beet een kilo op een kleedje heeft gelegd. Hij voelt aan een steen, te zwaar zo concludeert hij. Vervolgens poogt hij de kei te splijten door hem hard op het asfalt te smijten.
Nicole vertelt het ons bijna vertederend. Zo van ‘ach, kijk ze eens, de lieverds, met hun steentjes’. Het geeft mij hetzelfde gevoel als toen die keer dat mijn moeder vol overtuiging vertelde dat haar Turkse buurman zo’n lieve man was, die altijd om 7 uur al naar zijn werk ging en ‘s avonds naar Nederlandse les. En christelijk.
Om aan te geven dat zij ook wel weet dat er goede èn slechte Turken bestaan.

Deze man verzamelt stenen. Om mee te gooien. Naar andere mannen. Of naar vrouwen. Een steen van een kilo is een dodelijk wapen. Wanneer 100 man met stenen van een kilo gaat gooien, en er wordt op jou gericht, dan wordt je gestenigd.

‘Het leger grijpt niet in. De politie houdt zich afzijdig.’
Dat is – in deze situatie – best nieuws te noemen. Belangrijk nieuws.
Wel gek dat je bijna niemand hoort uitspreken dat dit een goede zaak is. Dat dit toch een positief teken is, een signaal dat Mubarak er voor kiest om niet over een heleboel lijken te gaan.
Wel hoor ik een ‘deskundige’ (wat zijn er toch ineens een hoop ‘Egypte deskundigen’?!) vertellen dat dit waarschijnlijk een tactische zet is van Mubarak. Om straks knalhard en met veel geweld in te grijpen.
‘Waarom denkt u dat?’, vroeg de radiopresentator vanmorgen op Radio 1 aan die ‘deskundige’ van wie ik de naam al weer kwijt ben. ‘Dat vermoeden heb ik’, antwoordde de deskundige.
En daar kwam die deskundige dus mee weg.

‘Nieuws ontstaat niet, nieuws wordt gemaakt’, hoorde ik gisteravond Rob Wijnberg bij de Dailiy Show zeggen.
Zo is het ook.
En blijkbaar dienen wij er van overtuigt te worden dat ‘de betogers’ op het plein in Egypte aan de goede kant staan. En dat de tegendemonstranten door de regering betaalde armoedzaaiers en medewerkers van politie en geheime diensten zijn.

Hoe zouden de nieuwsuitzendingen er uit zien wanneer zou blijken dat de massale demonstraties worden georganiseerd door het Molsim Broederschap? Of wanneer er op het plein massaal Israëlische en Amerikaanse vlaggen verbrand worden?

Zouden dan ineens de tegendemonstranten van nu worden uitgeroepen tot betogers die opkomen voor het behoud van hun verworven vrijheid en welvaart? Gewone, hardwerkende mensen die protesteren tegen een coup van moslim fundamentalisten?

Vreselijke Dialogen: Betalen

– Ja hallo, je spreekt met Van Zwieten, van Bora.
– Ehh. Oh. Ja. Ehh, goedemiddag.
– Nou, dat valt niet mee hè, om u aan de telefoon te krijgen.
– Ja, ik ben nogal druk.
– Ik heb anders het idee dat u de telefoon gewoon niet opneemt als ik bel.
– Nee hoor.
– Nee?
– Nee.
– Goh, nou, dan is het zeker toeval dat u nu wel opneemt. Nu ik vanaf een ander nummer bel.
– Ik denk het.
– Ja. Nou ja, ik heb u nu te pakken. U weet waarover ik bel neem ik aan?
– Nee?
– Nee? Nou, dat verbaast mij dan. Leg ik het nog even uit. Er staat van u nu al bijna 5 maanden een rekening open bij Bora.
– 5 Maanden? Dat lijkt me sterk.
– Nou, nee hoor. Het is echt zo. Weet u nog, die bestelling in mei? Voor dat feest? Dat zo’n haast had? Weet u nog?
– Ohh.. Ja, die rekening.
– Ja, die rekening. Dat gaat om € 1500 euro meneer. En, dat zal u misschien verbazen, maar ik moet ook eten kopen. En dat gaat alleen als mijn klanten hun rekeningen betalen. Snapt u dat?
– Ja, dat snap ik.
– Waarom betaalt u dan niet?
– Ik denk dat het me ontschoten is.
– Maar meneer, dat kan toch niet? Ik heb u nu al 3 keer een kopie van de factuur gestuurd, aanmaningen, sommeringen. Ik bel u bijna dagelijks.
– Nou, dat is niet waar hoor. We spreken elkaar nu voor het eerst over de telefoon!
– Ja, omdat u de telefoon niet opneemt.
– Nee, omdat ik het druk heb.
– Al goed meneer, ik heb u nu te pakken, daar gaat het om. Wat kan ik met u afspreken? Wanneer gaat u de rekening betalen?
– Vandaag.
– Vandaag?
– Ja. Vandaag. Vanmiddag, als mijn secretaresse er is. Dan kan die even de papieren er bij pakken.
– Ik kan het wel even opnoemen hoor. Rekeningnummer, factuurnummer, bedrag.
– Nee, maar zij heeft ook de pas, voor het telebankieren.
– Uw secretaresse?
– Ja.
– Hoe laat kan ik dan de overschrijving verwachten?
– Nou, dat moet er morgen wel opstaan.
– Nee, wij hebben dezelfde bank meneer. Als u het om 15.00 uur overschrijft, dan heb ik het om 15.01 binnen.
– Oh. nou, ik denk dat mijn secretaresse om 16.30 uur terug is.
– Dus om 16.45 moet ik het geld wel binnen hebben.
– Ja, dat moet lukken.
– Daar kan ik op vertrouwen?
– Ja.
– Mooi. Fijn. Wacht ik dat even af.
– Ja.
– Ik kan u eventueel bellen?
– Ja hoor.
– Ja, dat begrijp ik. Maar, neemt u dan de telefoon ook op?
– Ja.
– Mooi. Wacht ik het even af. Nog een prettige middag verder.
– Ja, u ook.
**

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑