– Help me even herinneren dat ik vanmiddag nog langs de apotheek moet.
– Je moet vanmiddag nog langs de apotheek.
– Leuk hoor.
– Nee, jij bent leuk.
– Joh, ik vraag toch alleen maar of je mij even wilt helpen herinneren dat ik nog langs de apotheek moet?
– Nee, je maakt er mijn probleem van.
– Huh?
– Ja, je maakt er mijn probleem van. Omdat jij geen zin hebt om te onthouden dat JIJ langs de apotheek moet maak jij er MIJN probleem van.
– Dan zeg je toch gewoon ‘nee’?
– Oh, ja. En dan gaat het wel goed komen?.
– Hoe bedoel je?
– Als ik ‘nee’ zeg, dan zijn de poppen meteen aan het dansen!
– Heh?
– Ja! Dan ‘vergeet’ jij naar de apotheek te gaan, en dan heb ik het gevreten.
– Hoe bedoel je dat: dan ‘vergeet’ jij dat, tussen aanhalingstekens?
– Of je moet het natuurlijk helemaal niet belangrijk vinden, dat je naar de apotheek moet.
– Nou ja zeg! Wat bedoel je nou weer?
– Hoe kun je anders vergeten dat je naar de apotheek moet!
– Nou, omdat ik het misschien een beetje druk heb godverdomme!!
– Oh, oh!! Dus mevrouw ‘heb het druk’!!
– Ja, ik heb het druk ja!!

****

– Je gaat toch zeker niet voor zonnebrandcrème?
– Ohhhh… is dat het!?
– Nee, het gaat er om dat je het blijkbaar niet belangrijk vindt! Daar gaat het om!
– Ik krijg al echt zin in vanavond Karel!! Heus. WAT HEB IK EEN ZIN!!!
– Ahh.. de aap komt uit de mouw.
– Jonge, jonge zeg! Wat ben jij eigenlijk een LUL Karel. Wat ben jij een LUL!!
– Ja. Maar wel één die het doet!
– Jongen, dit is zo vuil wat je nu doet hè, dit is zo gemeen!
– Ja, ga janken.
– Klootzak.
– Jank dan!? Kun je morgen weer aan Herman vertellen dat het mijn schuld is dat het weer eens niet gelukt was.
– Lul.
– Dat het allemaal komt omdat ik je niet wil herinneren om naar de apotheek te gaan.
– Zak!
– Nou, dat wil ik anders best hoor!!
– LUL!!
– JE MOET NAAR DE APOTHEEK!! KUTWIJF!!!
**