Datum2 januari 2011

U moet niet lezen, ik moet schrijven

Ik heb geen last van een ‘writers-block‘. Ik schrijf meer dan ooit (57 stukjes in december, Nurks Magazine en Twittermania niet meegerekend), en een writers-block is volgens mij dat je niet meer schrijft, of moeite hebt om tot schrijven te komen.
Een writers-block heb ik dus niet.
Toch werd ik de laatste tijd verteerd door twijfel.

Ik schrijf namelijk wel meer, maar het wordt er niet beter van.
Met beter bedoel ik niet het lopen der zinnen, het ontbreken van taalfouten of de logische opbouw van een stukje.
Met beter bedoel ik de minimale afstand tussen mij en wat u leest.
Dat ik het ben wat u leest.
Dat ik in staat ben mijzelf aan u te lezen te geven.

Het is mij de afgelopen maand een keer of 5 gelukt vind ik zelf.
Dat is nog geen 10%.
Maar, Is dat dan erg? Is die andere 90% daarmee slecht? Infaam? Niet lezenswaardig?
Welnee, die andere stukje zeggen ook alles over mij, maar dan in wat meer alledaagse vorm. Zoals we met elkaar spreken als we elkaar tegenkomen.

Ik heb er een tijdje over nagedacht en besloten dat ik het niet erg meer vind. En dat het geen reden voor twijfel is.
Praten doen we ook veel meer dan iets zeggen. En als we alleen zouden praten wanneer we iets wezenlijks te zeggen hadden, dan was het erg stil om ons heen.

Het is hier mijn domein, met mijn blog. U bent mijn gast. U mag komen, en u mag weer gaan.
En natuurlijk vind ik het leuk als u komt. En – anders dan visite – komt u vooral met zoveel mogelijk! Reageer op wat hier geschreven staat, laat weten wat u er van vindt.
Wees welkom.

Maar, vergeet niet (net als ik niet mag vergeten), dat ik niet schrijf omdat u het zo nodig moet lezen.
Ik moet schrijven. Schrijven is een vaardigheid.
Een vaardigheid die je beter beheerst naarmate je het meer beoefent. Als een sport. Ik moet trainen. Blijven schrijven. Om beter te worden.

U mag er uit pikken wat u leuk, boeiend, prikkelend, amusant, teder of scherp vindt.
Ik beschrijf zo nu en dan de dingen die heel erg dicht bij mij staan.
En dat lukt mij beter als ik meer schrijf.

U moet niet lezen, ik moet schrijven

Tonijn met champignons en geroosterde paprika

Zo na de vervetting van de kerst en oud en nieuw een heerlijke, frisse lunch.
Om te beginnen maak je een koekenpan heet, een flinke scheut olijfolie en daarin bak je op het hoogste vuur plakjes champignons. Regelmatig omschudden.
Rasp de schil van een halve citroen, snijdt een rood pepertje, een paar tenen knoflook en een sjalotje. Pers de citroen uit.
Blus de champignons af met de citroen, laat het vuur hoog en voeg de andere ingrediënten toe.
Als de pan weer droog is, een scheutje witte droge wijn toevoegen, een paar minuten nastomen op de kleinste pit, dan van het vuur halen. In de pan laten wachten.

Snijdt een paprika in 8 delen, rooster de parten.

Een groot bord bestrooien met gemengde salade, een aan ringen gesneden sjalotje er overheen.
Een blikje uitgelekte tonijn (op water) op de salade, een schijfje citroen en tomaat ter garnering.

Maak een dressing van een scheut olijfolie, klein teentje knoflook, verse roomkaas, halve uitgeperste citroen en wat bieslook.

Op het bord de champignons verdelen, de geroosterde paprika er bij en het geheel bedruppelen met de dressing.
Vers stokbroodje er naast, klaar.
Een uiterst frisse, lekkere en gezonde lunch.
Eet smakelijk.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑