Jaar: 2010

Teddybeer

De laatste tijd zit hij vaak in mijn hoofd, speel ik zijn liedjes op gitaar en luister ik naar – kwalitatief vaak belabberde – Youtube fragmenten met zijn muziek.
Een grote, bebaarde kerel. Een innemer.

De grootste Nederlandstalige liedjesschrijver is voor mij zonder twijfel Lennaert Nijgh. Die man heeft zulke monumentale nummers geschreven, daar kan niemand aan voorbij.
Ook een innemer overigens, Lennaert. Ik zat wel eens naast hem in de kroeg in Haarlem. Geen zinnig woord kwam er uit, zo dronken was hij. Het weerhield hem er niet van een paar dagen later weer een prachtig stuk te publiceren in het Haarlems Dagblad, over de geschiedenis van Haarlem.

Maar ik dwaal af, de Lennaert Nijgh is niet de innemer wiens liedjes de laatste dagen door mijn hoofd zwerven.
Dat is Cornelis Vreeswijk.

Cornelis Vreeswijk (1937-1987), geboren in IJmuiden. Op 12-jarige leeftijd geëmigreerd naar Zweden. daar kies je niet voor als je 12 bent.
Mijn moeder zei ooit over Vreeswijk: ‘Ja, best leuk hoor, maar om dan te vluchten naar Zweden als het je hier te moeilijk wordt.’
Onbegrip. Hoort wel een beetje bij de man.
(Klik hier voor het Cornelis Vreeswijk genootschap)

Drank, vrouwen, geld en problemen met drank, vrouwen en geld.
Dat is een beetje het leven van Vreeswijk voor wie alleen die informatie over de man wil horen of lezen.

Voor mij is het een man van werkelijk schitterende liedjes.
En dan niet alleen ‘De nozem en de non’ en ‘Veronica’.
Nee, u zou eens naar zijn laatste Nederlandstalige CD moeten luisteren ‘Ballades van een gewapende bedelaar’.
Wat denkt u van een frase als:

Als de rozenmorgen stijgt
over hemelmora hoog
dan wordt een dode uit het dorp weggehaald
Door de heide en de bloemen
gaat een stille hemeltoog
terwijl de maan in de hemel is verdwaald
(Uit De laatste tocht van een speelman)

‘Teddybeer’, staat er boven dit stukje.
Het is de titel van een ander liedje van Vreeswijk. Een liedje met humor en vilein.
Luistert u zelf.


Herinneringsminuut: het kan altijd erger

Nu ben ik vandaag net een beetje van mijn kerstdepressie hersteld, zit een beetje de babyboomer te zijn en luister dus de Top2000. Maar wat blijkt: het kan toch nog erger.
Uit een persbericht van Yarden:

“Donderdagavond 30 december om exact 19:58 wordt voor het tweede jaar de Herinneringsminuut uitgezonden. De Herinneringsminuut is tegelijkertijd te zien op NED1, RTL4, SBS6 en alle regionale omroepen van ORN. Nederland krijgt zo de mogelijkheid om samen stil te staan bij een overleden dierbare. De Herinneringsminuut is een initiatief van Yarden Uitvaartorganisatie en wordt dit jaar door Robert ten Brink ingeleid.”

Robert ten Brink dus. dat is die man die jaren geleden zijn eigen kinderen al verkocht aan reclame bureaus.
Wat hier erg aan is?
Alles!
Wij zijn de weg kwijt. Volledig de weg kwijt.
In dit land moet de televisie worden stopgezet om ons ‘de mogelijkheid te geven’ stil te staan bij een overleden dierbare.
Hoezo?

Lukt dat niet zonder dat iemand de televisie op stop zet? Kunnen we het anders niet opbrengen? Ja, kijk, het is niet dat ik niet wil herdenken he, maar, As The World Turns komt, het journaal moet ik nog zien en er is vanavond The Voice Of Holland.
En wat is dat eigenlijk, ‘de televisie stopzetten’? Hoe werkt dat?
Krijgen we kaarsjes? Net als op de website? En, wat komt er aan tekst te staan?
Deze uitzending is mede mogelijk gemaakt door Yarden?

Wat nou economische crisis? Welke politieke crisis?
Een diepe, grauwe, geestelijke crisis zul je bedoelen!!

Ik ben er weer liefje

Ik doe het ieder jaar.
Zo half december keer ik nog meer in mijzelf dan dat mijn omgeving al van me gewoon is (en kan dragen eigenlijk). ‘Is er iets?’ en ‘Gaat het goed?’ zijn vragen waar ik wel antwoord op geef, maar nooit een antwoord waar de vraagsteller iets mee kan.
Zo rond de kerst explodeert het. Ik krijg dan – al kan het woordelijk ergens anders over gaan – het verwijt dat ik een spanning om mij heen creëer. Dat mijn omgeving niet meer weet hoe zij zich in mijn omgeving moeten gedragen. Zij hebben het gevoel hebben geen goed te kunnen doen. Dat alles mij irriteert, dat ik nergens geduld voor heb.
Dat ik niet alleen ben, maar alleen wil zijn.

Het is allemaal waar.
Ik kan mij nog zo voornemen dat nu eens een jaar over te slaan, maar het lukt me niet. De kerstperiode kleurt mijn gemoed intens donker.
Ik voel mij er niet in thuis. Ik voel mij niet thuis in de wereld van de kerstkaart, de kerstfilm en de kerstgedachte.
En al die lijstjes met dooie mensen, gruwelijke gebeurtenissen en natuurrampen helpen ook niet echt.

Juist in deze periode heb ik het gevoel op een groot feest te zijn dat zijn beste tijd gehad heeft. Waar veel van de graag geziene gasten die voor jou dit feest de moeite waard maakten reeds vertrokken zijn. Zij die bleven zijn over het algemeen liederlijk dronken, hebben of openlijk seks op de dansvloer, of vechten hun relationele mislukking uit tussen de restanten toast en stokbrood in de keuken.
De band speelt steeds harder, maar valt in herhaling.

Maar gelukkig valt, zoals vanmorgen, alles ook zo maar weer op z’n plek.
Ik loop met de honden, kijk uit over het fantastische Friese land. De wind is guur, het ijs houdt, maar er schaatst geen mens.
De ezel bij de levende kerststal steekt z’n kop naar voren en wil een aai.
Het schaap stampvoet beledigd naar de honden.
Een vreemde vogel in een boom trekt z’n kop schuin terwijl hij mij nieuwsgierig nakijkt.

Ik draai mij om en wandel naar huis.
Ik ben er weer liefje.

Saté van de Haas

Bij een goede saté draait alles om de marinade.
Een goede marinade, en een goed stuk vlees. Geen plofkip, of knalkalkoen. Nee, een mooi stuk varkenshaas. De euroknallers laat je liggen, koop een goed stuk vlees bij de betere slager.
Echt, omdat je saté marineert en eenmaal gegrild in de satésaus drukt betekent nog niet dat je er goedkoop vlees voor moet gebruiken!

In de marinade dus. Een uurtje of 24 van te voren, liefst. Vroeg in de ochtend maken en ‘s avonds eten mag ook nog wel.
Pak een mooie grote (oven)schaal en gooi daar de volgende zaken in: veel ketjap manis, rasp van een citroen, de citroen zelf (in stukken gesneden), een berg gesneden knoflook, een gesneden ui, een eetlepel of 2 kokosmelk, een eetlepel gemberwortelsiroop, een gesneden peper, een eetlepel of wat sambal en de volgende kruidenmix: Chinese 5-spice, boemboe saté en Djahé
Ik voeg geen zout toe, het is niet nodig. Maar, het is aan u uiteraard.

Snijdt het vlees in stukken. Nee, niet van die stukjes van 1x1cm!
Echt, het mogen flinke stukken zijn.
Rijg 4 stukken vlees aan iedere saté prikker (ook hier geldt: niet die enge kleine wiebelstokkies! Een beetje boomtakmodel dus). Zorg dat alles lekker in de marinade gedompeld is. Dek de schaal af met folie, zet in de koelkast.

U zult zien, als het vlees goed gemarineerd is, en van goede kwaliteit, dan hoeft de saté slechts een paar minuten op de gril.
Lekker satésausje er bij, stukje stokbrood. Hmm, heerlijk.

P.s. De emmertjes satésaus van Wijko (bij de Jumbo) zijn echt zo goed dat ik het vaak de moeite niet vind om het zelf te gaan maken.
P.s. II Wij hebben het zo gruwelijk snel opgevroten allemaal dat de foto niet van onze eigen saté is, we vergaten een plaatje te schieten. Bovenstaande foto is prima, al zijn de stukken vlees wat aan de kleine kant.