Date28 december 2010

Via Crowdsourcing vind je nieuwe vragen, meer dan antwoorden

Op Marketingfacts staat een artikel van Hans Slender getiteld: ‘Voetbalclub bestuurd door de crowd’. Het vertelt het ‘succes’ van het inzetten van de ‘crowd’ om voetbalclubs te besturen. Dit zou in Groot Brittannië gelukt zijn, in Duitsland op weg zijn naar succes en in Nederland geïnitieerd, maar nog niet van de grond gekomen zijn.

Onder het artikel staat een prima commentaar van @andersfloor. Hij toont niet alleen feitelijk aan dat het met dat succes wel meevalt, tevens houdt Anders Floor een pleidooi tegen de ‘crowd’ als bestuurder van een onderneming.
Maar ik mis een belangrijk argument in zijn betoog.

De crowd levert niets meer op dan een gemiddelde mening
In de vorm zoals de experimenten met het besturen van voetbalclubs gaat het met crowdsourcing natuurlijk nooit wat worden.
Terecht wordt aangehaald dat in Nederland 16 miljoen bondscoaches rondlopen, die het allemaal beter weten dan de bondscoach die is aangesteld. Wanneer die 16 miljoen mensen – de crowd – gaat bepalen wie er moeten worden opgesteld en welke tactiek moet worden aangehouden, dan komt daar niet anders uit dat een voorspelbaar gemiddelde.
Zo werkt het niet.
En dat is ook geen crowdsourcing.

Stel je een land voor dat zich zou laten regeren door crowdsourcing. Sorry, maar daar komt helemaal geen donder van terecht. De reden is simpel. Mensen willen wel overal over meebrullen, maar zich ergens in verdiepen doen er maar weinig. Daarnaast, het zou een onmogelijkheid worden je overal in te verdiepen, we zouden geen economie meer over houden.
Ja, nee, zegt u dan. Maar niet iedereen mag zich overal tegenaan bemoeien, we krijgen wel specialistische crowds. Ja, uhm, een beetje zoals nu? Via verkiezingen of zo?

Crowdsourcing is prima, ik ben echt helemaal voor.
Ik maak er ook zo veel als mogelijk gebruik van, actief en passief.
Actief, door aan het Twitterpubliek, bloglezers en Facebook gebruikers vragen te stellen, passief door de ontwikkelingen op blogs, Twitter, Facebook etc. te volgen.
En het levert mij veel op.
Heel veel.

Vooral nieuwe vragen overigens.
En dat is het mooie en het rijke van crowdsourcing.
Alle input vanuit de crowd maakt met name duidelijk hoe weinig vragen je aan jezelf over een bepaald onderwerp gesteld hebt.
Er komen tientallen nieuwe invalshoeken en inzichten jouw kant op wanneer je jouw vraag in de ‘crowd’ gooit.

Crowdsourcing is perfect om je eigen vragen beter te stellen.
En het helpt je, met een beetje geluk, in de richting van de antwoorden.

Maar crowdsourcing als besturingssysteem van een organisatie?
Nee, ik zie het niet.
Maar, ik hoor graag uw mening.
Dat dan weer wel.

Teddybeer

De laatste tijd zit hij vaak in mijn hoofd, speel ik zijn liedjes op gitaar en luister ik naar – kwalitatief vaak belabberde – Youtube fragmenten met zijn muziek.
Een grote, bebaarde kerel. Een innemer.

De grootste Nederlandstalige liedjesschrijver is voor mij zonder twijfel Lennaert Nijgh. Die man heeft zulke monumentale nummers geschreven, daar kan niemand aan voorbij.
Ook een innemer overigens, Lennaert. Ik zat wel eens naast hem in de kroeg in Haarlem. Geen zinnig woord kwam er uit, zo dronken was hij. Het weerhield hem er niet van een paar dagen later weer een prachtig stuk te publiceren in het Haarlems Dagblad, over de geschiedenis van Haarlem.

Maar ik dwaal af, de Lennaert Nijgh is niet de innemer wiens liedjes de laatste dagen door mijn hoofd zwerven.
Dat is Cornelis Vreeswijk.

Cornelis Vreeswijk (1937-1987), geboren in IJmuiden. Op 12-jarige leeftijd geëmigreerd naar Zweden. daar kies je niet voor als je 12 bent.
Mijn moeder zei ooit over Vreeswijk: ‘Ja, best leuk hoor, maar om dan te vluchten naar Zweden als het je hier te moeilijk wordt.’
Onbegrip. Hoort wel een beetje bij de man.
(Klik hier voor het Cornelis Vreeswijk genootschap)

Drank, vrouwen, geld en problemen met drank, vrouwen en geld.
Dat is een beetje het leven van Vreeswijk voor wie alleen die informatie over de man wil horen of lezen.

Voor mij is het een man van werkelijk schitterende liedjes.
En dan niet alleen ‘De nozem en de non’ en ‘Veronica’.
Nee, u zou eens naar zijn laatste Nederlandstalige CD moeten luisteren ‘Ballades van een gewapende bedelaar’.
Wat denkt u van een frase als:

Als de rozenmorgen stijgt
over hemelmora hoog
dan wordt een dode uit het dorp weggehaald
Door de heide en de bloemen
gaat een stille hemeltoog
terwijl de maan in de hemel is verdwaald
(Uit De laatste tocht van een speelman)

‘Teddybeer’, staat er boven dit stukje.
Het is de titel van een ander liedje van Vreeswijk. Een liedje met humor en vilein.
Luistert u zelf.


Dag Marianne

Ja, natuurlijk. Een beetje een vreemdeling is het wel.
Maar, hoe je het ook wendt en/of keert: Marianne Timmer is groot.
En, nu Marianne Timmer stopt met een actief groot sportvrouw te zijn moeten wij maar duimen dat Marianne Timmer met regelmaat voor een camera blijft verschijnen.

Want – zeker in ontspannen doen – Marianne Timmer is ook een erg mooie vrouw.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑