Date26 december 2010

Saté van de Haas

Bij een goede saté draait alles om de marinade.
Een goede marinade, en een goed stuk vlees. Geen plofkip, of knalkalkoen. Nee, een mooi stuk varkenshaas. De euroknallers laat je liggen, koop een goed stuk vlees bij de betere slager.
Echt, omdat je saté marineert en eenmaal gegrild in de satésaus drukt betekent nog niet dat je er goedkoop vlees voor moet gebruiken!

In de marinade dus. Een uurtje of 24 van te voren, liefst. Vroeg in de ochtend maken en ‘s avonds eten mag ook nog wel.
Pak een mooie grote (oven)schaal en gooi daar de volgende zaken in: veel ketjap manis, rasp van een citroen, de citroen zelf (in stukken gesneden), een berg gesneden knoflook, een gesneden ui, een eetlepel of 2 kokosmelk, een eetlepel gemberwortelsiroop, een gesneden peper, een eetlepel of wat sambal en de volgende kruidenmix: Chinese 5-spice, boemboe saté en Djahé
Ik voeg geen zout toe, het is niet nodig. Maar, het is aan u uiteraard.

Snijdt het vlees in stukken. Nee, niet van die stukjes van 1x1cm!
Echt, het mogen flinke stukken zijn.
Rijg 4 stukken vlees aan iedere saté prikker (ook hier geldt: niet die enge kleine wiebelstokkies! Een beetje boomtakmodel dus). Zorg dat alles lekker in de marinade gedompeld is. Dek de schaal af met folie, zet in de koelkast.

U zult zien, als het vlees goed gemarineerd is, en van goede kwaliteit, dan hoeft de saté slechts een paar minuten op de gril.
Lekker satésausje er bij, stukje stokbrood. Hmm, heerlijk.

P.s. De emmertjes satésaus van Wijko (bij de Jumbo) zijn echt zo goed dat ik het vaak de moeite niet vind om het zelf te gaan maken.
P.s. II Wij hebben het zo gruwelijk snel opgevroten allemaal dat de foto niet van onze eigen saté is, we vergaten een plaatje te schieten. Bovenstaande foto is prima, al zijn de stukken vlees wat aan de kleine kant.

Loempia

Dit receptje bedacht ik zelf.
Omdat de kinderen op school Vietnamese loempia’s hadden gemaakt en vertelden dat we dat thuis ook eens moesten doen. wat niet hoort, maar wat ik wel deed was gebruik maken van bladerdeeg.
En, dat gaat heel goed.
De loempia wordt er ‘anders’ van, maar wij vonden het erg lekker.

Eerst maar even een vulling.
Ja, kijk, gebruik je fantasie zou ik zeggen.
Een combi van groenten, een stukje kip, doe maar wat.
Hou je daar niet van?
Wat denk je van wat Italiaanse kruiden en een lekkere blauwe kaas?

Bij een Chinees in België at ik zelfs eens een keer een loempia met ijs! Het kan, je moet wel in staat zijn het ijs heel koud te maken, met stikstof of zoiets.
Maar dan kan het.
De frituurtijd is namelijk maar heel kort, en net lang genoeg om het ijs van onbeschrijfelijk koud, naar eetbaar koud te krijgen.

Maar goed, je moet dus een vulling hebben en wat je er in stopt maakt niet zo veel uit.
Bedenk wel dat vlees etc. eerst gebakken moet worden, de baktijd van die loempia is maar een paar minuten. Niet lang genoeg om van allerlei ingrediënten gaar te krijgen.

Mooi, je hebt een vulling.

Een pak bladerdeeg, uit de vriezer. (Roomboter, uiteraard.)
laten ontdooien.
Werp het tafelblad – vinden de kinderen ook zo leuk – vol met een hand bloem.
Rol de plakken bladerdeeg uit tot ze zo dun zijn dat je er bijna doorheen kunt kijken.

Leg een plak als een ruit voor je.
Een drolletje vulling in de midden.
Vouw de buitenste punten naar binnen. Vouw de onderste hoek naar binnen (zie je de envelop?).
Bestrijk de overgebleven punt met wat opgeklopt ei, als lijm.
Rol de loempia nu dicht, leg hem te drogen (half uurtje) met de gelijmde punt naar beneden.

Frituren in een paar minuten.
Eet smakelijk.

Soms, dan geloof ik er ineens in

Gisteravond keken wij ‘Oorlogswinter’. Wij, dat is dus het hele gezin Quest.
Op enig moment heeft de hoofdpersoon, Michiel, contact gemaakt met een neergeschoten piloot en hij, Michiel van 14, gaat deze piloot helpen.
Als hij de schuilplaats in het bos uitkomt lacht hij.

‘Ik snap het niet’, zegt F. (13), ‘waarom lacht hij nou?’
Ik vertel haar dat Michiel eindelijk een ‘rol’ heeft in de oorlog. Hij is ineens geen kind meer, maar een verzetsstrijder.

Aan het einde van de film, net na de bevrijding, zie je dat Michiel een stuk slang aanpakt van zijn buurjongetje en daarmee boven zijn hoofd zwaait. Dat maakt een zingend geluid. Michiel lacht.
‘Wat is daar nou leuk aan?’, vraagt zoon B. (11).
En nu komt het.

Grote zus F. zegt tegen haar broertje: ‘Daar gaat het niet om, of het leuk is. Het gaat om wat papa straks zei. Hij werd eerst volwassen, en nu mag hij weer kind zijn.’

Jezus, wat vind ik dat mooi!

Wonderen bestaan niet

Nee, wonderen bestaan echt niet. Nee, geen voorbeelden. Niet doen. Wonderen bestaan niet. En omdat u het even niet kan verklaren, is iets nog altijd geen wonder.
Uw geloof in wonderen, geachte lezer, is waar bijvoorbeeld de rk kerk dankbaar gebruik van maakt. En Jomanda. Uw horoscooptrekker. Uw handlijnlezer.

Wat geen wonder is, bijvoorbeeld, is uw geloof in wonderen.
U houdt er niet van dat zaken niet verklaard kunnen met de drie jaar MAVO die u gestudeerd heeft. Oh, u heeft 4 jaar HAVO, daarna VWO en een studie aan de universiteit gedaan? Nou, jammer, maar ook dat geeft geen garanties dat u wel in staat bent om zonder het geloof in wonderen door dit leven te stappen.

Wij leven op een heel klein, nietig klote korreltje in een omgeving die zo groot is dat het ieders bevattingsvermogen te boven gaat. En zelfs voor hen die dat kunnen begrijpen, of die in ieder geval kunnen bevatten dat zij dat niet kunnen bevatten (bent u er nog?) is het gevolg van dat bevattingsvermogen de conclusie dat er buiten wat wij kunnen waarnemen aan werkelijkheid nog meer ‘werkelijkheden’ moeten bestaan.
Dat moet wel, omdat de wetten die wij kennen niet voldoende zijn om te verklaren wat wij denken waar te nemen.
Maar nogmaals: omdat wij het niet snappen, betekent niet dat er wonderen plaatsvinden.

Nu geloven in wonderen is net zo achterlijk als het geloof dat de aarde plat is.
Ieder wonder zal ontkracht worden, alles is te verklaren.
Heus, het vraagt alleen geduld en studie.

Ik ben een enorme egocentrische, tegen het autistiforme aanschurende, in zichzelf gekeerde, nauwelijks corrigeerbare, seksistische, ongeduldige, narrige, sacherijnige zwartkijkende, vaak sprakeloze en neurotische klootzak.
En jij houdt van mij.
Daar ben ik blij om, iedere dag weer.
Maar het is geen wonder.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑