Date15 december 2010

Een lichte lunchhap

Een stevige basis van in olie gebakken uien en knoflook, dan meebakken: gekneusde sereh, daun jeruk, ketumbar, kurkuma, pepers, zout, suiker, verse gember in lucifers gesneden.
Als het een stevige pap is, grote garnalen er even in bakken en dan alles blussen met water en er meteen veel klappermelk aan toevoegen. Dit laten sudderen (het water verdampt).
Apart een paar kleingesneden pepers bakken, afdruipen of afdeppen en die laten afkoelen. Ondertussen eendeneieren koken (of gezouten eendeneieren van de pasar).

In water groente koken, mooi klein gesneden in gelijke delen; wortel, peulen en wat er verder voor handen is (beetje kool).
In deze soep een kip koken. Niet te lang, hij moet niet droog worden. De groente afgieten.
De kip goed droog maken en in kleine blokjes snijden en even kort bakken zodat hij een bruine laag krijgt. Hij is al gaar.
De tofu (of tempé) in kleine dobbelstenen snijden en kort frituren en goed laten uitlekken op een krant.
De blokken kip uit elkaar trekken tot sliertige stukjes. Eerst laten afkoelen.
De groente bij de garnalensoep toevoegen.
Noedels koken, niet te lang.
In een kom per persoon doe je: een stevige hand noedels, daarop een plukje taugé, en wat gefrituurde tofu (tempé kan ook, maar is beter er naast).
Dan schenk je de soep er over (let op; de daun jeruk en de sereh niet opdienen) en maak je het geheel af door er wat kip overheen te draperen, plukjes, een beetje platte peterselie, en pepers.
Naast het bord: een half eendenei, wat sambal, de gabakken pepers eventueel een gefruit uitje en de tempé goreng en een koel glas bier.

Het is opgeschreven in een soort half steno, half als en redactrice van een kooktijdschrift. Het volgt wel de stappen, maar je moet wel kunnen koken om het na te kunnen doen. Wat vooral opvalt is dat er veel aandacht besteed wordt aan de opdiening. De kleuren moeten kloppen. Bovenop de witte kip, de groene peterselie en het rode pepertje, terwijl de soep zelf waarschijnlijk gelig is door de kurkuma.
In de kantlijn staat geschreven; ipv kip kan je ook drooggebakken biefreepjes maken. Maar die kan je beter apart serveren; goed veel sechuanpeper gebruiken en meebakken!!

Die aanvulling maakt het wel bijzonder. Als je het gerecht gewoon ziet is het een soort Maleisische Laksa. Met die biefreepjes wordt het ineens Chinees. Toch bijzonder dat die Nederlanders de Chinese fusion cuisine verzonnen.

Dit recept hoort bij het eerste deel van ‘Het bonbondoosje van mijn oma‘.

Het bonbondoosje van mijn oma I

Al 12 jaar heb ik in een la een doosje. Het is een oud kartonnen bonbondoosje en in dat doosje zitten losse oude blaadjes en velletjes. Ze zijn beschreven met een ouderwets handschrift. Het handschrift van een schooljuf uit vervlogen tijden; het handschrift is van mijn oma.
Op de velletjes staan gerechten. Vrij bijzondere gerechten.

Mijn Oma is zo’n 12 jaar geleden overleden en heeft lang daarvoor een paar jaar in een interneringskamp in Indië gezeten. De Japanse bezetters vonden Nederlanders en alle mixen van Nederlanders koloniale bezetters en die werden in kampen gezet. In Indië was het warm en de Japanners waren over het algemeen geen fijnzinnige lui. De discipline, de terreur en de angst waren constant aanwezig. De jappenkampen waren de hel op aarde in de stomende hitte.

Mijn oma en mijn moeder zijn mijn twee belangrijkste informatiebronnen over deze tijd. Het was niet dat het onbesproken bleef, maar niet vaak begonnen zij er zelf over.
Ik herinner mij levendig dat de Japanse Keizer, Hirohito, naar Nederland zou komen voor een staatsbezoek. Dat was halverwege de jaren 70, ik was een jaar of tien. Ik heb geen idee of dat bezoek doorgegaan is of niet. Maar ik weet wel hoe een golf van oprechte verontwaardiging door de Indo gemeenschap ging.
Het was voor hen een klap in het gezicht en gaf blijk van het onbegrip van Nederlanders over de oorlogsperiode in Nederlands-Indië. Het werd beangstigend duidelijk dat Indië geen onderdeel uitmaakte van de Nederlandse geschiedenis. Dat onbegrip was vaak de aanleiding om de jappenkampen ter sprake te brengen. Het idee om de herinnering levend te houden was minder belangrijk dan de behoefte aan de erkenning dat het er vreselijk was geweest. Dat Nederlands-Indië er ook bij hoorde wanneer het over ‘ons’ ging. Niemand voelde zich meer Nederlands dan de Indische Nederlanders.

Het geneuzel over sawa’s en vulkanen, over ‘lieve inlanders’ en moorddadige paljassen, het was iets waar Nederland geen boodschap aan had in de tijd van de wederopbouw. Nederland had zijn eigen problemen en behoefte aan eigen helden.
En dat is het punt, de Indische geschiedenis is ook onderdeel van de ‘eigen problemen’ en van het ‘eigen heldendom’.
Althans volgens de blauwen, de Indiëgangers, de totoks, de indo’s, en niet te vergeten de pindachinezen.

Dit is het 1e van 5 delen waarin Alexander Valeton vertelt over zijn oma die jaren gevangen zat in een jappenkamp. Bij ieder verhaaltje wordt een recept uit het bonbondoosje gepubliceerd.

Armoede in Nederland

Wat kun je er van zeggen?
Schandalig is het natuurlijk!
€ 7,99!! Dat is alles!!
Een schamele zeven euro negenennegentig is alles wat er te besteden is voor een kerstpakket dit jaar.
De horror.
De armoede.
Vre-se-lijk.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑