Ja en nee. Dit stukje gaat wel, en juist niet over de zedenzaak die Nederland zo bezig houdt. Het gaat er wel over, omdat het de aanleiding is dit te schrijven en het gaat er niet over omdat ik geen rechtstreeks verband wil leggen tussen die zaak en dit stukje.
Ingewikkeld?
Ja, misschien. Maar het is belangrijk dat u dit stukje wel probeert te lezen met de kennis van de laatste zedenzaak die ons land getroffen heeft, maar het niet tegen dat licht leest.

Kinderdagverblijf, kleuterschool, tussenschoolse opvang, basisschool, sportvereniging, zwemles, oppas, na-schoolse opvang. Het zijn zomaar een aantal plaatsen waar onze kinderen verblijven. Verplicht of vrijwillig, vanwege plezier of door de omstandigheden gedwongen.
Veel van onze kinderen zijn dagelijks een uurtje of 12 van de 14 die ze wakker zijn bij anderen dan de ouders onder toezicht en onder dak. Die ‘anderen’ zijn professionals, vrijwilligers, betaald en onbetaald.
Begrijp mij goed, ik veroordeel dat niet. Het is vaak niet eens een keuze. Als ouders zul je wel moeten.
De maatschappij stelt hoge eisen. Zeker aan jonge ouders.

Het is verbazend (of, misschien is het dat juist wel niet) om te zien hoe gemakkelijk ouders hun kroost afstaan. Ladingen kinderen worden vijf dagen in de week bij dag en dauw vrolijk met een trommeltje en flesje uit de auto gezwaaid om een uurtje of tien later weer ergens te worden opgehaald. Nou ja, opgepikt eigenlijk.
Een vluchtig ‘En? Hoe ging het?’ is vaak alles wat er gecommuniceerd wordt. Want thuis wachten er nog twee, er moet er nog één naar de voetbaltraining, de pianolerares komt straks en de kleinste moet zo naar bed.

Zoals ik het zie worden ouders van jonge kinderen sociaal en economisch welhaast gedwongen om beiden full-time te werken. Uiteraard kun je mijn mening bestrijden met hele goede argumenten. Maar ‘het anders doen’ vraagt wel wat van mensen. Dat vraagt namelijk dat je afstand neemt van de norm. Dat je afstand kunt nemen van dat eigen huis, in die leuke wijk, met die automobiel voor de deur, die leuke vakanties naar Italië, zaterdags lekker shoppen in de Bijenkorf, lekker uit eten omdat we het zo druk hebben, ongegeneerd boodschappen doen omdat we geen tijd hebben om na te denken en wat bewuster te kijken.
Dat je dus vrij genoeg bent – en dat is een beleving – om keuzes te maken.

Veel ouders willen hun kinderen helemaal niet ‘afgeven’ en weer ‘oppikken’. Sterker, als ik het aan ouders om mij heen vraag dan vinden zij het (en met name moeders) ronduit ‘verschrikkelijk’. Maar ja, het kan gewoon niet anders. We zullen wel moeten.
Zo is de wereld, ons stukje van de wereld, op dit moment ingericht. Allebei werken, allebei een leven, samen een leven en ook samen nog kinderen.

Om ons leventje te kunnen leiden en om dat leventje te beschermen betalen we. We betalen heel fors zelfs.
Iedere maand weer. Duizenden euro’s aan hypotheek, ziektekosten, verzekeringen, scholen, opvang, verenigingen en noem maar van alles op.
En toch.
We betalen blijkbaar niet genoeg.

Want hoe kun je ook maar enige zekerheden ontlenen aan sportverenigingen die louter en alleen draaien op vrijwilligers? Vrijwilligers die met de dag moeilijker te vinden zijn ook. Waar ook steeds minder eisen aan gesteld worden.
Een euro of 6 voor opvang van je kind in een kinderdagverblijf? Dat is toch veel te goedkoop?
De oppas? Voor vijf euro in het uur?

Beste mensen, voor vijf euro per uur kun je tegenwoordig nog net je auto parkeren. Als je boft overdekt.
En dan wordt hij nog niet eens bewaakt.
Laat staan verzorgd.