Date12 december 2010

De Twitter-rechtbank

Het was weer eens zo ver: ‘BREKOND’ nieuws.
Al sinds de middag werd het breed aangekondigd.
Een ‘grote zedenzaak’ in Amsterdam.
Zondagavond, kwart over tien een persconferentie, met de burgemeester en al.

Een zedenzaak inderdaad.
En een verdachte. Nou ja, verdachte.
Zijn foto, telefoonnummer, e-mailadres.
En tweets die er niet om liegen.
De Twitter-rechtbank heeft gesproken.

Het zijn zomaar wat berichten die ik er tussenuit pluk.

Gelukkig zie je ook heel veel berichten langskomen van mensen die zich afvragen wat iedereen bezielt om dit te doen.
We leven hier in een rechtstaat. Toch?

Twitter is een dorp.
Ik zei het al eerder. En dat heeft goede, maar ook hele slechte kanten.

Tja

Tjajajajaja.
Zo! Dus.
Ja, ja. Goh! Tssskk.
Heh?
Zo, zo zo. Duuhhs. Ja, ja, ja.
Nouh! Tjonge, jonge, jonge.
Ja, ja.
Heh?
Man, man, man.
Het is me allemaal wat.
Heh?
Ja, ja, ja, ja.
Nou, vooruit maar.
Tjonge, jonge, jonge zeg.
Goh!

Web 4.0: Het einde van de website

Ik was de afgelopen dagen druk met het in elkaar zetten (ja, bouwen is het niet meer) van mijn nieuwe website. Werkt mooi tegenwoordig hoor. Je kiest een omgeving (in mijn geval WordPress), zoekt een lay-out (in mijn geval ‘Snowblind van Bavotosan), die lay-out pas je aan (dat vraagt wel wat vaardigheden trouwens) en vervolgens installeer je van allerlei extra toepassingen, frutsels en fratsels die je leuk vindt en die mensen allemaal gratis voor je maken.

Leuk, maar ik bedacht mij ook: hoelang gaat dit nog duren?
Want een website, dat is toch eigenlijk zo Web 3.0.

Laatst schreef ik een stukje over het jaar 2035, en hoe de wereld er dan uit gaat zien.
Ik schreef bijvoorbeeld over media:

Ik zie wat ik wil zien, ik hoor wat ik wil horen en lees wat ik wil lezen. Mijn televisie, mijn krant en mijn geluidsinstallatie weten hoe ik naar de wereld kijk, waar mijn interesses liggen en wat ik beslist ook niet wil, wat mijn irritatie oproept, of mijn afkeer.
En dus zie, hoor en lees ik nog slechts wat ik wil.
Hierbij is het niet de bedoeling om informatie voor mij onbereikbaar te maken, het is om mij te plezieren. Omdat ik het zo wil.

In 2035 mag je ook verwachten dat Web 4.0 een feit is.
En dan zullen er – ja ik vind nu gewoon Web 4.0 even uit – geen websites meer zijn.
Huh? Geen websites meer? Nee.
Wel webpagina’s, dat nog wel.

Iedereen z’n eigen WWW. Dat gaat het worden. Kijk bijvoorbeeld eens naar Twitter. Is dat een website? Nee, het is een web-pagina. Zie ik daar wat mijn buurman ziet? Nee, ik zie alleen wat ik wil zien en mijn buurman ziet wat hij wil zien. Kent u iGoogle? dat is ook geen website, maar mijn webpagina. Die toont mij delen van informatie uit verschillende websites en verschillende toepassingen. Facebook, ook een voorbeeld.

Het zijn de voorbodes van het Web 4.0.
Stel jezelf de vraag waarom een ondernemer nog de moeite zou nemen om een eigen website te maken die moet opvallen tussen (cijfers uit 2007!) 109 miljoen websites en 29 biljoen webpagina’s.
In plaats van de informatie te publiceren op webpagina’s en dan maar spammen om er bezoekers heen te krijgen, kan hij veel beter zorgen dat hij de informatie naar de gebruiker brengt.

Het tijdperk van de ‘cloud’ als opslagplaats van data gaat daar bij helpen.
Wanneer ik straks, in het tijdperk van Web 4.0, achter mijn browser ga zitten dan surf ik niet meer naar een website, nee, ik activeer mijn web.
Mijn identiteiten, de (sociale) netwerken waarbij ik ben aangesloten en de media die ik toegang heb verleend tot mijn scherm tonen mij de links naar informatie waar ik geïnteresseerd in ben, brengen mij het nieuws dat mij bezig houdt en laten mij kiezen uit muziek en film die ik leuk vind.

Heel veel van die informatie, die muziek, die films en dat nieuws vinden hun oorsprong bij bedrijven die nu nog een website hebben. Dat gaat verdwijnen.
Ik lees straks in 2035 niet het nieuws op de website van de Volkskrant, ik lees nieuws dat online is gebracht door de Volkskrant.

En dan bedoel ik niet te veronderstellen dat we straks alle portals zoals ‘startpagina‘ (man, wat een onzin is dat) weer terug gaan zien, nee, dat gaat veel mooier worden!
Ik open straks mijn browser en een zoetgevooisde damesstem vraagt mij: ‘Goedemorgen Berend. Eerst maar even het nieuws? Of wil je je nieuwe berichten horen? Je hebt er 40. We kunnen ook je agenda even doornemen, de laatste aanbiedingen bekijken of wil je iets zoeken?’

Snap je?
Ik ga dus niet meer naar websites, het Web 4.0 brengt mij wat ik wil.
Bedrijven hebben dus geen website meer nodig, voor bedrijven wordt het noodzakelijk dat de informatie die zij hebben beschikbaar is voor hen die dat willen.
Ik schrijf bijvoorbeeld stukjes. Niemand gaat straks nog naar Berend Quest om daar iets te lezen. En dat geeft niets. Want Berend Quest publiceert zijn stukjes en iedereen die deze stukjes lezen wil die heeft de beschikking over die stukjes. Niet omdat ze op de website van Berend Quest staan, maar omdat ze onderdeel uitmaken van het Web 4.0.

Wat overblijft op Web 4.0 zijn een aantal hele grote partijen die er voor zorgen dat jouw (bedrijfs)informatie precies daar terecht komt waar er op gewacht wordt.

Dus, als jullie techneuten even doorgaan, dan kan ik gaan schrijven en hoef ik me niet iedere keer bezig te houden met de ontwikkeling van nieuwe websites.
Dank u.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑