Date3 december 2010

Natuurlijk, ook jij blijft welkom

Begin januari van dit jaar schreef ik al eens een stukje over mijn oudste zoon. In maart stond ik appeltaart te bakken voor de verjaardag van mijn dochter toen ik te horen kreeg dat mijn zoon op die verjaardag voor de rechter moest verschijnen wegens een gewapende overval, mishandeling en poging tot doodslag. Ik koos er destijds voor de verjaardag van mijn dochter te vieren en niet naar de rechtszaak te gaan.
Vandaag, voor het eerst in meer dan een jaar had ik weer eens rechtstreeks contact met mijn zoon.

‘Hoi, met S.’ Het klinkt een beetje voorzichtig.
‘Hey man’, antwoord ik, ‘hoe gaat het?’
Ik kan horen dat hij opgelucht adem haalt. Zijn vader – en hij kan niet anders gewend zijn – wijst het contact niet af, wordt niet boos, haalt geen koeien uit de sloot en is niet cynisch.
Hij vertelt over de periode (langer dan een jaar) dat hij 23 uur per dag achter slot zat, dat hij nu een behandeling ondergaat en dat het voor hem is alsof de tijd heeft stil gestaan.
Ik vraag wat hij daarmee bedoelt.
‘Nou ja’, legt hij uit, ‘voor jullie is alles doorgegaan. Voor jullie is wat er gebeurd is misschien al weer een tijdje geleden. Maar wanneer je echt niets anders meer hebt dan je eigen gedachten als gezelschap en er gebeurt niets nieuws, dan blijft alles bij het oude. Er verandert niets. Het had allemaal ook gisteren gebeurd kunnen zijn. Vandaar dat het lang heeft geduurd voor ik weer contact opnam.’

‘Vandaar dat ik nu pas bel. Ik bedoel, ik weet niet of je dat leuk vindt.’
Ik vertel hem – misschien wel voor de duizendste keer – dat hij altijd welkom is. Omdat hij mijn zoon is. Maar dat hij niet in iedere ‘toestand’ welkom is. Geen drank, geen drugs.
Ik voeg daar voor het eerst aan toe dat hij niet meer zo maar kan binnenvallen.
Dat mijn jongste zoon na zijn laatste verschijning zo van slag was dat hij nachtmerries kreeg.
Dat hij eerst zal moeten laten zien werkelijk een keuze gemaakt te hebben voor een leven. En leven betekent geen drugs en geen drank.

‘Misschien dat je een keertje op bezoek wil komen.’
Ja, dat wil ik wel.
Ik heb alleen wel even tijd nodig.
Om weer aan het idee te wennen.

Oh, echt? TNT Post gaat staken?

Ook ik begrijp volkomen waarom de postbezorger gaat staken. Heus.
Je (dure) personeel er aan de achterkant uitschoppen en (goedkope) nieuwe krachten aan de voordeur binnenhalen is zuur. Wanneer je dan ook nog zelf je ontslagbrief mag bezorgen en de oproep voor nieuw personeel mag rondbrengen, dan zou ik ook gaan staken.

Maar, ik begrijp ook dat de postbezorger simpelweg veel te duur is. Te veel betaald krijgt. Ik hoorde laatst een postbezorger van middelbare leeftijd vertellen wat hij per maand verdiend. En hoewel ik de man zijn werk respecteer en hem alles gun, ik vond het toch wat zuur te constateren dat zijn salaris een euro of 100 lager lag dan een gediplomeerd HBO-verpleegkundige, met 20 jaar ervaring en een stuk of wat aanvullende opleidingen.
Ik bedoel, een erg zware studie is er niet voor nodig om postbezorger te worden.

Maar goed, daar wilde ik het niet eens over hebben.
Mijn vraag is meer: waarvoor is die dagelijkse postbezorging eigenlijk nodig?
Denk nu eens na.
Wat is er nog zo noodzakelijk aan een postbode die vijf keer per week de brievenbus laat klepperen?
Waarom kan dat niet in twee keer per week?
Of, kunt u mij wel uitleggen welke bijzonder belangrijke stukken ik iedere dag niet krijg en u wel?

Een kaartje?
De blauwe enveloppen?
Een boek?
Een rekening?
Reclame van de Postcodeloterij?

Een rouwkaart, hoor ik u zeggen.
Ja, daar zit wat in. Een rouwkaart.
Misschien dat we daar nog wat anders voor kunnen verzinnen dan.
Want als een rouwkaart de dagelijkse postbezorging moet verantwoorden, dan is er toch iets mis.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑