Maand: november 2010

Nog heel erg bedankt Freddie

1975.
De wereld is van mij, ik ga nooit dood en niemand kan mij wat maken.
Tenminste, zo begon het jaar.
Ik had verkering met het mooiste meisje van de school. Een bijzonder meisje ook, want zij kwam uit Engeland. Gaynor, heette ze. Ik had verkering, bijna een half jaar. Maar nu heeft zij verkering met de grootste klootzak van de school. Twee klassen hoger en drie koppen groter.
En die klootzak heeft veel vrienden. Die ook allemaal twee klassen hoger zitten en drie koppen groter zijn.
Samen scheppen zij er nogal genoegen in om mij en mijn klasgenoten te bewijzen dat ik helemaal niet zo groot ben, en helemaal niet zo flink en dat ik het mooiste meisje van de school had, dat was een vergissing.
Dat wordt mij, zeg maar, ingepeperd. Of mijn fiets wordt gesloopt, zodat ik moet lopen.

Ik kom dat jaar nooit op tijd op school, maar altijd te laat. Dat scheelt klappen.
Ik ben ook altijd zo snel mogelijk weg van het schoolterrein.
Uiteindelijk pik ik het een keer niet. Sla ik iemand zo hard en ongeremd tussen de kapstokken dat hij blijft liggen. Dus moet ik bij de directrice komen. En wordt ik gewaarschuwd.
En uiteraard geeft dit alles genoeg reden aan de vriendjes van het slachtoffer om mij nog vaker op te wachten, mijn spullen te vernielen, mijn jas te laten verdwijnen en zo voort.
Als ik een leraar Nederlands tijdens een spreekbeurt over boksen een duw geef – ik had hem gevraagd als mijn sparringpartner op te treden – is voor de school de maat vol.
Ik kan vertrekken.

Het was beslist een heel beroerd jaar.

Maar thuis had ik een eigen kamer, de zolderkamer. Daar draaide ik muziek.
Ik had geen koptelefoon maar wel twee boxen. Liggend op de grond zette ik de twee boxen naast mijn hoofd, om volledig afgesloten van de buitenwereld mij te kunnen laten gaan.
Vier langspeelplaten had ik.
Queen, Queen II, Sheer Hart Attack en A Night at the Opera.

Seven Seas Of Rhye, Keep yourself alive, Flick of the Wrist, Killer Queen, Death On Two Legs maar vooral The Prophet’s Song en Love of my live. Daar luisterde ik dan naar. Uren achtereen.
Het waren mijn geluksmomenten, weet ik nu.

Nog heel erg bedankt Freddie.

Ondertussen in Pyongyang

‘Nu even niet ja!!’, Kim Jong-il’s stem sloeg over. Gejuich klonk op uit de grote speakers die overal in de grote ‘Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung’ aan de muren waren bevestigd. Terwijl de modeltrein met de presidentiële wagon aan een volgende rondje begon zwaaide Kim Jong-il met een wit zakdoekje ontroerd naar alle onderdanen die langs de spoorlijn stonden opgesteld.
‘Grote leider’, sprak generaal Ri Chan Bok voorzichtig, ‘laat ons u feliciteren met uw briljante strategie en ongekende wijsheid.’ Kim Jong-il drukte met een zucht op de rode knop van de afstandbediening. De trein stopte, de juichende massa viel stil.
‘Ik wil soep!’, klaagde de grote leider, ‘kippensoep!’
Onrustig geritsel volgde. Ministers en generaals keken elkaar vertwijfeld aan. Soep! de grote leider wenst kippensoep!
Uit veiligheidsoverwegingen was er maar één deur in de grote Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung. En alle twaalf aanwezige mannen wisten dat alleen hij die de grote leider tijdig in zijn behoefte aan kippensoep voorzag, kon rekenen op diens genade. En een medaille uiteraard.
Een generaal, een minister, een staatssecretaris en de lijfarts van Kim Jong-il trachtten zich gevieren door de nauwe, houten deur te persen. De lijfarts won.

‘Dus we hebben ze verpulverd?’, vroeg Kim Jong-il aan generaal Ri Chan Bok terwijl zijn ogen glinsterend de modelspoorbaan bekeken. ‘Het dappere volksleger van de enige echte socialistische volksrepubliek ter wereld heeft zojuist de glorieuze overwinning bevestigd, uiteraard dankzij de verpletterd briljante strategie van onze grote leider Kin Jong-il!!’, blafte de generaal in staccato.
‘Dolletjes!’, riep de grote leider verrukt, ‘dan mogen jullie ook soep.’

Even later stonden de twaalf mannen met een dampende, in Chinees porseleinen kommen opgediende kippensoep. De grote leider was de enige aanwezige die niet stond, Kim Jong-il zat in zijn ruime, rood fluwelen stoel waarop in massief gouden letters stond te lezen: ‘Hoofdconducteur’.
‘Hoe laat gaat de trein naar Seoul?’, vroeg Kim Jong-il aan niemand in het bijzonder. De mannen keken elkaar schichtig aan. ‘Ik wil met de trein naar Seoul. Net zoals Hitler met de trein naar Parijs ging.’, ging Kim Jong-il verder. De grote leider bracht met een druk op een knop de modelspoorbaan opnieuw tot leven en marsmuziek schalde uit de speakers.
Kim Jong-il maakte een handgebaar ten teken dat de vergadering was afgelopen.
De mannen spoedden zich naar de deur, in de hoop als eerste het vertrek te kunnen verlaten.
‘Generaal!!’, riep Kim Jong-il, ‘jij blijft.’
Generaal Ri Chan Bok slikte. ‘Maar natuurlijk, iedere seconde in het licht van de grote leider Kim Jong-il is mij een eer!’, sprak hij met veel stemverheffing.

‘Wat denk je van een aanval op Seoul generaal?’, vroeg Kim Jong-il toen de voormalige vice minister van buitenlandse zaken Choe Su-hon als laatste de deur achter zich gesloten had.
Ri Chan Bok slaakte een zucht van verlichting. ‘Briljant, grote leider, briljant!’, antwoordde hij enthousiast. ‘Goed’, sprak Kim Jong-il, ‘breng het machtige volksleger in gereedheid om onze zuidelijke broeders te bevrijden.’
‘Jazeker grote leider!’ Ri Chan Bok sloeg hard zijn zwarte hakken tegen elkaar, salueerde en verliet de Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung.

Buiten het paleis werd hij opgewacht door een angstig kijkende Choe Su-hon. ‘En?’, fluisterde hij. ‘Niets aan de hand, alles gaat volgens plan’, antwoordde de generaal kalm. ‘Weet je het zeker?’, vroeg Choe Su-hon. ‘Uiteraard. wees maar rustig.’ ‘Maar wat nu?’, drong Choe Su-hon aan.
‘Nu wachten wij af. Het komt goed. Kijk naar Irak. Wat was er nodig om Irak te bevrijden? Een maffe megalomane leider, de verdenking van het bezit van vernietigingwapens en de aanval op een bevriende natie. En, wat is de huidige status van Noord Korea? Juist.’ De generaal keek Choe Su-hon een moment indringend aan. ‘Nog even geduld vriend, nog slechts even geduld.’
Choe Su-hon zuchtte: ‘Eindelijk. Eindelijk zou het Noord Koreaanse volk vrij zijn.’

De generaal zweeg.
Hij dacht aan de 24 fabrieken die hij de laatste maanden op zijn naam had weten te zetten. Hij dacht aan de enorme rijkdom die hij zou vergaren wanneer hij met het exporteren van goedkope textiel, motorfietsen, vissersschuiten, landbouw machines en kunstbloemen de wereld zou veroveren.
Om maar te zwijgen van de hotels die hij zou starten in de vele vrijgevallen paleizen.
Nog even en hij, generaal Ri Chan Bok zou de rijkste ondernemer van Azië zijn.

Verkiezing Nationale Sinterklaas [Stem vandaag nog!!]

Mart Smeets. MART SMEETS, mensen. Ik ken de beste man van eindeloos wielrengereutel, manisch basketbal geouwehoer en ‘mag ik dat zeggen? Ja dat mag ik zeggen’ schaatsgeblaat. O ja, en midden in de nacht wil Mart Smeets ons ook wel eens vergasten op wat authentieke muziek, een beetje in de Boudewijn Büch stijl. Zo van, ‘kijk mij er eens verstand van hebben’.
Allemaal leuk en aardig, maar om op basis daarvan de grote kindervriend uit te gaan hangen? Nee, dat kan beter. Helpt u even mee met kiezen? De poll staat stond rechtsboven op dit blog. De nominaties en motivaties vindt u hieronder.

Jeroen Krabbé
Niet alleen kinderen zijn vriend van Jeroen Krabbé, iedereen is zijn vriend. En, bijkomend voordeel is dat ondaks dat niemand hem kent. Kinderen zullen nooit denken ‘hé, dat is Jeroen Krabbé!!’ Met Jeroen Krabbé als Sinterklaas zullen kinderen en ouders tot in lengte van dagen blijven geloven in het sprookje. O ja, en Jeroen Krabbé wordt nooit van een paard gegooid, want het paard is een vrind van Krabbé. De negerpieten ook trouwens.

Van Velzen
Weg met de ongelijkheid! Zet van Velzen op ‘My Little Pony’ en de kinderen zullen nooit meer bang zijn voor de goedheiligman. Ook gemakkelijk voor bezoekjes aan scholen en huiskamers. Van Velzen kan met pony en al worden ontvangen. Beter voor het milieu ook, My Little Pony schijt namelijk nooit de boel onder.

Tineke Schouten
Niet omdat ze leuk is, maar dan zijn we er maar van af. Belangrijk is dan dat de boot waarop Sinterklaas weer vertrekt echt naar Spanje vaart. Of liever nog, Timboektoe. En, uiteraard zijn echte Pieten gewenst.

Mohamed Rabbae
Tuurlijk! Is al heel erg bekend met het dragen van raar haar, praat lekker met een buitenlands accent en wil niets liever dan een lekkere toga dragen. Ook in zijn voordeel is de eerlijke verdeling en de aandacht voor de kansarmen. Wel opletten dat iedereen een cadeautje krijgt.

Mario Been
Toegegeven, is een keuze uit medelijden. Maar, zoals Mario zijn ‘gassies’ en ‘jochies’ tot dieptepunten weet te brengen verdient respect. Heel veel geven, en geen tegenprestatie verlangen. Een schatje. een echte Sinterklaas die Mario.

Rita Verdonk
Dat lijkt wat vreemd maar is het niet. Want, ook ik vind dat hele Sinterklaas gedoe veel te lang duren! Met Rita weet je zeker dat het binnen een week afgelopen is. Binnenstormen, hard brullen, pakjes afgeven en af via de zijdeur. En nu rita geen premier is geworden heeft zij wel even de tijd.

Ik ben een egoïst!

Volgens van Dale is een egoïst ‘iemand die alleen aan zichzelf denkt’. Ik zou zo iemand eerder gehandicapt noemen Immers; het is praktisch bijna een onmogelijkheid om niet aan een ander te denken en voor een egoïst lijkt het me ook zinloos.
Alleen de ware egoïst houdt rekening met de ander, dat komt namelijk de eigen bevrediging ten goede.. 

‘Jantje, geef je vriendjes ook eens een snoepje! Wees niet zo’n egoïst.’
Dit is, kort door de bocht, hoe wij de term egoïsme in de regel gebruiken. Het grootste stuk taart pakken, ‘ikke ikke en de rest kan stikken’, een schutting plaatsen die de zon van de buren wegneemt, van die dingen.
Alsof egoïsme een slechte karaktereigenschap is en alsof we niet allemaal egoïsten zijn.

We verlaten allemaal als egoïsten de moederschoot. Of u moet denken dat er wel baby’s zijn die wachten met poepen, kotsen en honger hebben tot moeders daar tijd voor, en zin in heeft. Nee, ik. Ik en nog eens ik.
Ik moet poepen, ik moet vreten, ik moet aandacht en ik voel me niet lekker. En dat moet jij verhelpen.
En als die kleine schat dan stil is, en met een glimlach op het snoetje de volgende partij poep ligt voor te kleien, dan doet dat mormel dat niet om jou iets terug te geven, nee, het vruchtje geeft uiting aan zijn of haar eigen welbehagen.
De egoïst.

Nog in de wieg krijgen we in ons jonge leventje de eerste signalen – al verstaan we ze nog niet – dat het ‘ikke ikke ikke’ niet altijd gewenst is. ‘M’n kleine hoetepetoetie moet nog even wachten hè, mammiepammie moet eerst nog even mellekie mellekie opwarmen doen hoor.’ (Dat de meeste kinderen het na het aanhoren van zulk hersenloos gebral het op een schreeuwen zetten is in mijn ogen volkomen terecht trouwens, maar dat is een heel ander verhaal.) We leren al snel dat we niet ‘alleen op de wereld zijn’.

Als we wat groter zijn wordt die boodschap er jarenlang stevig ingemetseld. Thuis in het gezin, op school, de sportvereniging; overal wordt egoïsme ontmoedigd en afgeleerd.
De finale les is de relatie.
Als pure egoïst ben je niet of nauwelijks in staat een relatie te onderhouden. Immers, de ander in de relatie wil over het algemeen wel iets aan je geven, maar dan dient daar wel wat voor terug te komen. De ander is namelijk ook een egoïst.

‘Je kunt het gedrag wel uit de egoist halen, maar niet de egoïst uit het gedrag’ 

Ik bedoel daarmee dat we wel leren hoe wij ons minder egoïstisch moeten opstellen, maar wij leren dit uiteraard omdat het de enige weg is om onze egoïstische behoeften te bevredigen.

Wij doen namelijk dingen voor een ander omdat wij daar ‘iets’ voor terug krijgen.
‘Welnee!! Je bent zo negatief!!’, ik hoor het u denken.
Maar het is echt wel zo.
Wellicht niet altijd alleen maar omdat we er iets voor terug krijgen, maar het speelt een belangrijke rol.

De Jehova die langs de deuren sjouwt doet dat niet omdat hij ons wil redden, primair hoopt hij er zichzelf mee te redden.
De vrijwilliger die arme poezenbeesten een thuis biedt doet dat niet in de eerste plaats om arme poezenbeestjes te redden. Nee, de arme poezenbeestenredder wil voor zichzelf het gevoel hebben iets te doen aan het rottige leven van arme, verstoten poezenbeesten. Of dacht u soms dat de arme poezenbeestenredder net als ik een enorme teringhekel aan armepoezenbeesten heeft maar, geheel vrij van egoïsme, ondanks die haat tegen armepoezenbeesten, toch al zijn vrije tijd er in steekt?
Ik dacht het niet.

De hardwerkende priester die tegen een schamele boterham diep in donker Afrika arme zwarte kindertjes gaat lesgeven is ook een egoïst. De ‘beloning’ die hij zoekt bestaat niet uit geld, maar uit de hemel, en een goed gevoel, het gevoel iets zinnigs te doen, het bestaan inhoud te geven.

‘Moeder Teresa is wel de grootste egoïst’, dat zei mijn vader eens.
En ik snap dat wel.
Want iemand als moeder Teresa heeft nog nooit rekening gehouden met een ander waar het gaat om het vervullen van haar doelen.

En nee, dat is niet erg. Het is juist aan te bevelen. En dan bedoel ik niet dat we ons in praktijk allemaal een stuk egoïstischer moeten gaan opstellen, ik bedoel daarmee dat het goed is om te weten van jezelf dat wat je voor een ander doet je ook grotendeels voor jezelf doet.
Dat scheelt bijvoorbeeld een hoop ‘teleurstelling’ in de anderen.
De ander stelt jou niet teleur.
Wat je teleurstelt is over het algemeen dat je niet evenredig wordt uitbetaald voor de door jou geleverde  inspanning.
De krenking van je ik.
Jouw ego.

Mindfuck

Prachtig! Je retweet een plaatje waarbij staat ‘Bah, wat vies’ (@rossumrood). Je voegt toe: Get. Ver. Demme! Succes verzekerd. Want wat zag u, in eerste termijn toen u naar dit plaatje keek?
Precies!

 O ja, voor u wegzapt omdat u het zo ranzig vindt, nog wel even goed kijken hè.