Date29 november 2010

Bellicher

Gisteravond zag ik de laatste aflevering van de VPRO serie ‘Bellicher; de macht van meneer Miller’.
Ik heb er van genoten. Voor Nederlandse begrippen topkwaliteit. Op de publieke omroep, zonder reclame. Spannend, van de eerste tot de laatste minuut.

Ook wanneer ik naar de ‘betere’ buitenlandse series of films kijk dan vallen mij vaak dingen op. Gebeurtenissen die niet realistisch zijn. Dat ik denk ‘ja, dat kan natuurlijk niet echt’. Dat komt ook een beetje door mijn manier van kijken. Ik kijk naar mensen die voorbij komen en die eigenlijk geen toegevoegde waarde hebben, anders dan dat later moet blijken dat zij een belangrijke schakel in het verhaal vormen. Of mensen die ‘terloops’ iets zeggen, wat gewoonweg te terloops is. Hoe minder van die momenten ik beleef, hoe meer ik de serie of film over het algemeen waardeer. Niet alleen heeft dat met een goed plot te maken, als een film of serie een mogelijke realiteit weergeeft, dan moet het – in mijn beleving- ook wel realistisch overkomen.

Bij Bellicher viel mij op dat ik dit voor een Nederlandstalige serie blijkbaar nog veel belangrijker vind. Dat onrealistische gebeurtenissen mij niet alleen opvallen, maar mij ook echt gaan storen.
Dat gedoe met dat inbreken op die server in Brussel bijvoorbeeld.
In een uurtje een programma schrijven om een ultra beveiligd systeem te kraken en van alle Europese ministers een terroristenprofiel in elkaar zetten. In je eentje. Ondertussen regelt de ander even toegang en weet de boef binnen no-time waar hij de helden moet zoeken. En om onduidelijke reden gaat dan een dame die servers te lijf, terwijl de programmeur buiten in een campertje zit met z’n laptoppie.
Om nog maar te zwijgen van het in gijzeling nemen van een hele EU-top en daar dan ook nog weg weten te komen omdat achter de deur die de held kiest om te vluchten nou net geen zwaar bewapende SWAT-agent ligt.

Dat zie ik in Amerikaanse films en series ook.
Maar waarom stoort het hier zoveel meer?
En, herkent u dat?
Of is het iets wat alleen in mijn brein gebeurt?

Hee, er is iemand dood. Het (Twitter) dorp komt tot leven

‘Hee, er is iemand dood. Het dorp komt tot leven #allemaalnaardebegrafenis’ Het was één van de winnende tweets bij de verkiezing van de ‘Mooiste Nederlandstalige Tweet‘. Hij is van @myrthe1974. Vandaag moest ik hier even aan denken.

Gisteren werd ik via het blog van Vrouwke van Stavast mij bewust van het feit dat er die dag op Twitter massaal werd opgeroepen om ‘een kaarsje te branden’ voor een tweep die ziek was. Ernstig ziek. En een zware operatie moest ondergaan. Vrouwke legt in haar blog uit waarom zij daar niet aan meedoet.
Vanmorgen werd, voor dezelfde tweep, opgeroepen tot het massaal ‘zoemdenken’ om doemdenken uit te bannen.
Tja.
Even voor tienen werd massaal rondgetweet dat de patiënt de ingreep niet overleeft heeft. En hoe erg iedereen dat vindt. Nu, om 11.00 uur is de overleden tweep een van de meest populaire tweeps van Nederland (Via Twirus.com).
De ziekte en de dood van deze tweep roept enorme golven van sympathie op bij mensen, en het ergert ook veel mensen. Het maakt dus heel wat los.

Uiteraard is het een verschrikkelijke tragedie voor familie en vrienden wanneer een jong mens die dicht bij je staat moet lijden dood gaat. En natuurlijk is er niets verkeerds aan sympathie tonen.
Maar de ergernis die het oproept is deel ik ook.

‘Laten we ook steun uitspreken voor de ouders van de donor’
‘Zoemdenken’ tegen doemdenken’
‘Al kende ik je niet, deze tweet is voor jou’
‘Daar sluit ik me in respect bij aan: Al kende ik je niet, deze tweet is voor jou’
‘Ook hier in Rotterdam komt het nieuws hard binnen’
‘Nu is ze overleden. Kutwereld.’
‘Helaas heeft mijn kaarsje niet geholpen’
*Twirus die meldt dat de tweep in de top 5 staat*
(*Mensen retweeten dat*)
‘Uit respect draag ik deze tweet op aan…’
‘dat je in liefde en licht ontvangen mag worden in de andere wereld!’

Het zijn zomaar wat tweets die nu voorbijkomen en massaal geretweet worden.

Mij verbaast dit. En het roept ook mijn ergernis op.
Niet omdat de boodschappen veelal weinig toevoegen, nergens op slaan of omdat de boodschap voornamelijk iets zegt over de degene die hem verzend.
Nee, mijn ergernis heeft een andere reden.

Eén van de bekende klachten – of laat ik zeggen problemen – die mensen aangeven wanneer het gaat om het verwerken van een rouwproces is dat zij zich eenzaam en verstoten gaan voelen.
Je loopt rond met verdriet in je hart en een zware zak verlies op je rug. En, juist dan lijkt het wel of mensen als zij jou tegenkomen plotseling aan de overkant van de straat moeten zijn, ineens linksaf moeten of in enorme haast zijn.
‘Hoe gaat het met je’, wordt nog maar zelden gevraagd. Men is namelijk bang voor het antwoord.
Mensen in rouw valt het vaak op dat het wel lijkt of ze een besmettelijke ziekte hebben opgelopen.
Mensen in rouw worden met grote regelmaat eenzaam.

Hoe kan dat nou?
Komt dat dan omdat zij geen Twitter hebben?
Of is het de absolute vrijblijvendheid van onze sympathie die maakt dat we op Twitter wel kunnen wat we in het gewone leven vaak nalaten?

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑