‘Nu even niet ja!!’, Kim Jong-il’s stem sloeg over. Gejuich klonk op uit de grote speakers die overal in de grote ‘Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung’ aan de muren waren bevestigd. Terwijl de modeltrein met de presidentiële wagon aan een volgende rondje begon zwaaide Kim Jong-il met een wit zakdoekje ontroerd naar alle onderdanen die langs de spoorlijn stonden opgesteld.
‘Grote leider’, sprak generaal Ri Chan Bok voorzichtig, ‘laat ons u feliciteren met uw briljante strategie en ongekende wijsheid.’ Kim Jong-il drukte met een zucht op de rode knop van de afstandbediening. De trein stopte, de juichende massa viel stil.
‘Ik wil soep!’, klaagde de grote leider, ‘kippensoep!’
Onrustig geritsel volgde. Ministers en generaals keken elkaar vertwijfeld aan. Soep! de grote leider wenst kippensoep!
Uit veiligheidsoverwegingen was er maar één deur in de grote Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung. En alle twaalf aanwezige mannen wisten dat alleen hij die de grote leider tijdig in zijn behoefte aan kippensoep voorzag, kon rekenen op diens genade. En een medaille uiteraard.
Een generaal, een minister, een staatssecretaris en de lijfarts van Kim Jong-il trachtten zich gevieren door de nauwe, houten deur te persen. De lijfarts won.

‘Dus we hebben ze verpulverd?’, vroeg Kim Jong-il aan generaal Ri Chan Bok terwijl zijn ogen glinsterend de modelspoorbaan bekeken. ‘Het dappere volksleger van de enige echte socialistische volksrepubliek ter wereld heeft zojuist de glorieuze overwinning bevestigd, uiteraard dankzij de verpletterd briljante strategie van onze grote leider Kin Jong-il!!’, blafte de generaal in staccato.
‘Dolletjes!’, riep de grote leider verrukt, ‘dan mogen jullie ook soep.’

Even later stonden de twaalf mannen met een dampende, in Chinees porseleinen kommen opgediende kippensoep. De grote leider was de enige aanwezige die niet stond, Kim Jong-il zat in zijn ruime, rood fluwelen stoel waarop in massief gouden letters stond te lezen: ‘Hoofdconducteur’.
‘Hoe laat gaat de trein naar Seoul?’, vroeg Kim Jong-il aan niemand in het bijzonder. De mannen keken elkaar schichtig aan. ‘Ik wil met de trein naar Seoul. Net zoals Hitler met de trein naar Parijs ging.’, ging Kim Jong-il verder. De grote leider bracht met een druk op een knop de modelspoorbaan opnieuw tot leven en marsmuziek schalde uit de speakers.
Kim Jong-il maakte een handgebaar ten teken dat de vergadering was afgelopen.
De mannen spoedden zich naar de deur, in de hoop als eerste het vertrek te kunnen verlaten.
‘Generaal!!’, riep Kim Jong-il, ‘jij blijft.’
Generaal Ri Chan Bok slikte. ‘Maar natuurlijk, iedere seconde in het licht van de grote leider Kim Jong-il is mij een eer!’, sprak hij met veel stemverheffing.

‘Wat denk je van een aanval op Seoul generaal?’, vroeg Kim Jong-il toen de voormalige vice minister van buitenlandse zaken Choe Su-hon als laatste de deur achter zich gesloten had.
Ri Chan Bok slaakte een zucht van verlichting. ‘Briljant, grote leider, briljant!’, antwoordde hij enthousiast. ‘Goed’, sprak Kim Jong-il, ‘breng het machtige volksleger in gereedheid om onze zuidelijke broeders te bevrijden.’
‘Jazeker grote leider!’ Ri Chan Bok sloeg hard zijn zwarte hakken tegen elkaar, salueerde en verliet de Hal van de Eeuwige Ceremonie ter Verering van de Immer Wakende Leider Kim Il-sung.

Buiten het paleis werd hij opgewacht door een angstig kijkende Choe Su-hon. ‘En?’, fluisterde hij. ‘Niets aan de hand, alles gaat volgens plan’, antwoordde de generaal kalm. ‘Weet je het zeker?’, vroeg Choe Su-hon. ‘Uiteraard. wees maar rustig.’ ‘Maar wat nu?’, drong Choe Su-hon aan.
‘Nu wachten wij af. Het komt goed. Kijk naar Irak. Wat was er nodig om Irak te bevrijden? Een maffe megalomane leider, de verdenking van het bezit van vernietigingwapens en de aanval op een bevriende natie. En, wat is de huidige status van Noord Korea? Juist.’ De generaal keek Choe Su-hon een moment indringend aan. ‘Nog even geduld vriend, nog slechts even geduld.’
Choe Su-hon zuchtte: ‘Eindelijk. Eindelijk zou het Noord Koreaanse volk vrij zijn.’

De generaal zweeg.
Hij dacht aan de 24 fabrieken die hij de laatste maanden op zijn naam had weten te zetten. Hij dacht aan de enorme rijkdom die hij zou vergaren wanneer hij met het exporteren van goedkope textiel, motorfietsen, vissersschuiten, landbouw machines en kunstbloemen de wereld zou veroveren.
Om maar te zwijgen van de hotels die hij zou starten in de vele vrijgevallen paleizen.
Nog even en hij, generaal Ri Chan Bok zou de rijkste ondernemer van Azië zijn.