De CSI dokter schreef een blog over een beladen onderwerp: zelfmoord De titel luidt ‘Zelfmoord bestaat niet‘. En, hoewel ik het een goed stuk vind, in mijn ogen ontbreekt er een belangrijk aspect. Als psychiatrisch verpleegkundige heb ik meer suïcides meegemaakt dan mij lief is. Maar, hoe gruwelijk ook, vaak had ik begrip voor de daad en veel minder voor de manier waarop.

Het punt dat ik wil maken is dat het een veelvoorkomende gedachte is dat iemand die suïcide heeft gepleegd ‘te redden’ zou zijn geweest.
Te redden omdat problemen wel groot en onoverkomelijk lijken, maar het vaak niet zijn.
Te redden wanneer de zelfmoordenaar de problemen maar had kunnen delen, er over in gesprek had kunnen gaan of zich had willen laten helpen.
Maar een zwak punt in die gedachte is dat wij deze mogelijkheden zien vanuit ons eigen perspectief, en niet dat van de suïcideplegers.

De praktijk leert mij namelijk dat lang niet alle mensen te redden zijn.
Zij zijn op z’n best ‘in leven te houden’.
(En natuurlijk zijn er impulsieve zelfmoordenaars en natuurlijk zijn er veel depressieve mensen die een suïcidale periode kunnen overwinnen en daarna ‘kwaliteit van leven’ vinden. Die groep doel ik hier niet op.)

Hieronder beschrijf ik een aantal suïcides waar ik persoonlijk een vorm van begrip voor kon opbrengen.
De methode om zich het leven te benemen die door die mensen gehanteerd werd, dat is een heel ander verhaal.

Een jongen van 18 jaar. Hoog intelligent, sociaal perfect ingebed. Veel vrienden, goede school, warm nest, muzikaal, creatief, lid van verenigingen, mooie vriendin, een mooi toekomstperspectief.
Tot het moment waarop deze jongen in een half jaar tijd 2 heel ernstige en langdurige psychotische episodes krijgt.
De medicatie die hij krijgt nemen de gruwelijke symptomen van zijn ziekte weg, maar het neemt daarnaast nog veel meer van hem af.
Om kort te gaan, een jaar lang probeert de jongeman te accepteren dat hij zal moeten leven met een zeer ernstige handicap. Een handicap die medicijnengebruik eist. En de medicatie die werkt heeft invloed op zijn hersenen, zijn gedachtewereld, zijn seksualiteit, zijn lichaamsbeleving. Het is een knellend harnas.
Niet slikken is gek worden.
Wel slikken is uitgedoofd zijn.
En dan ben je 18.
De toekomst zoals hij die voor zich zag, bedacht had en gewenst had ligt aan duigen.
De jongen overziet zijn toekomstbeeld en besluit dit niet te willen.
Tijdens een ‘goede’ periode is hij een weekeinde thuis en trekt een plastic zak over zijn hoofd.

Een man van 50 wordt opgenomen omdat hij suïcidaal is. Zijn  vrouw is overleden.
Onderzoek wijst uit dat de man niet ‘ziek’ is in de zin van een psychiatrische stoornis. Hij zegt: ‘Mijn vrouw zorgde voor het eten, de was, structuur en al het andere in mijn leven. Ik heb gewoonweg geen zin om voor mijzelf te zorgen. Voor mij hoeft dat niet. Als u mij wilt helpen, doodt mij dan.’
Aangezien een psychiatrische grond ontbreekt wordt de maatregel waarmee de man is opgenomen opgeheven. Hierop loopt hij naar buiten, pakt de lift in een flat en springt naar beneden.

Een jongen van 25 is al vanaf zijn 18e psychiatrisch patiënt. Een tiental opnames, langdurige behandeling en een breed scala aan medicamenten heeft niet kunnen voorkomen dat hij 24 uur per dag de meest vreselijke dingen hoort en ziet.
Naast het gebruik van medicatie grijpt de jongeman veelvuldig naar grote hoeveelheden alcohol en softdrugs, alles om de ellendige stemmen en beelden uit zijn hoofd te bannen.
Niets helpt voor langere tijd.
Zijn manier om de dag enigszins dragelijk door te komen is om, met het volume maximaal, cd’s te draaien en op het ritme, staand achter een stoel, zijn lichaam heen en weer te wiegen.
Na een poging of 4, steeds weer mislukt omdat hij zich voor de daad liet vollopen met alcohol waardoor de moed hem in de schoenen zakte, stapt hij volkomen nuchter en helder van geest voor een trein.

In ‘Onder de Eikenboom (Een helder moment)‘ beschrijf ik het verhaal van een oude man die zich bewust wordt van de dementie die hem langzaam de hersenen aan het wegvreten is.
In een helder moment neemt hij de beslissing om niet meer te eten en te drinken.
Korte tijd later sterft hij.

Dat er mensen zijn die de dood als redding zien daar heb ik begrip voor leren opbrengen.
Dat mensen zulke gruwelijke methoden (menen te moeten) gebruiken als voor treinen gaan staan, van flatgebouwen afspringen en zakken over het hoofd trekken zegt iets over hen, en wellicht iets over ons.

Maar wat, daar ben ik nog altijd niet achter.