In de grote U-markt in Dieulefit zijn een zestal kassa’s.
Er is er een bij waar een groot bord met daarop ‘Gehandicapten Kassa’ boven hangt. Daar stonden wij dus in de rij. Althans, vrouw Quest stond daar, ik zat op het bankje achter de kassa, tegen de vitrine met USB sticks.
Omdat het allemaal best lang duurt in zo’n rij ga je een beetje zitten nadenken.
Een kassa voor gehandicapten.
Nu ken ik wel kassa’s voor scholieren, kassa’s voor rolstoelen, kassa’s voor minder dan 10 boodschappen en zelfs kassa’s waar je alleen met pinpas mag betalen, maar een kassa met slechts de beschrijving ‘gehandicapten’ is nieuw voor mij.
In de rij zie ik overigens niemand met een handicap.
Maar goed, zo bedenk ik mij, een handicap hoef je aan de buitenkant helemaal niet te zien.
En ik weet niet eens wat ze hier bedoelen, met een handicap.

Zou het zo zijn dat je in de Franse U-markt wellicht een handicap krijgt zoals bij het golf?
Dat je zo goed bent in efficiënt boodschappen doen dat je een handicap krijgt toegewezen? Want eerlijk gezegd, het is wel de meest trage kassa die ik ooit gezien heb.

Of krijg je een pasje van der U-markt wanneer je meer als drie keer aan de informatiebalie hebt staan te klagen en zeuren?
Van de drie klanten die aan de beurt geweest zijn hadden er twee de ‘chef’ nodig. Een mooie, beetje arrogante jongeman trouwens, die chef. Wel een lekker ding. Zo een die tegen je praat maar met zijn ogen wat arrogant maar ook dromerig langs je heen kijkt.
Hij staat achter een ronde balie, op een verhoging. Zodat hij als een Franse vorst zijn koninkrijk kan overzien.
Daar tekent hij bonnetjes af, beoordeelt pasjes en roept zo nu en dan iets onverstaanbaars door de omroep installatie.

Ik dwaal af.
De handicap dus.
In de U-markt verkopen ze, net als in Amerikaanse supermarkten, alles wat bij ons door de Jumbo verkocht wordt, maar dan aangevuld met het assortiment van de Blokker, de Hema en de plaatselijke visboer.
De caissière, van de gehandicapten kassa, helpt een oudere vrouw die, zo lijkt het, haar kleinkinderen gaat mishandelen met een voorraad jurkjes en blouses van € 1,95 het stuk.
Die caissière, een on-ogelijk ding met scheve ogen en sluik, vet haar, staat onhandig aan de kleding te prutsen. De hangertjes zijn blijkbaar niet bij de prijs inbegrepen, dus die moeten er af, en dat lukt niet. Ze kijkt er ook uitermate simpel bij en blijft stoïcijns de beweging herhalen waarmee de kleding dus niet van de hanger wil.
Zou dat het dan zijn?
Dat achter de ‘gehandicapten’ kassa een geestelijk gehandicapte staat?
Dat je er als het ware een goed doel mee steunt in de vorm van het realiseren van stageplaatsen voor geestelijk gehandicapten in de supermarkt?

Het wachten in de rij voor de gehandicapten kassa duurt veel langer dan het vullen van de kar met boodschappen. Ik wil het risico niet lopen dat de chef aan vrouw Quest gaat vragen ‘wat haar handicap is’, en zij dan beschaamd de rij weer moet verlaten omdat zij er geen kan overleggen.
Ik gebaar naar vrouw Quest en wijs haar het bord.
Dan wijs ik op mijzelf.
Met mijn tong lik ik aan de glazen de vitrine met USB sticks.
Niet omdat dat zo lekker is.
Maar gewoon, voor de zekerheid.