Date31 juli 2010

Café de L’amour

Wanneer een 16e eeuws boerderijtje in Zuid Frankrijk wordt omgebouwd tot vakantiehuisje dan gebeurd dat met de Franse slag en, omdat het pand in Nederlandse handen is, met Hollandse zuinigheid.

Dat betekent bijvoorbeeld dat een vloer van een verdieping niet alleen kieren heeft, maar ook gebouwd is zodat je er op kunt lopen, en niet meer dan dat.
Isolatie tegen de kou? Niet nodig.
Isolatie tegen het geluid dan? Welnee.
Wel een veilig gevoel hoor, dat je de kindertjes op de verdieping boven je zelfs kunt horen ademhalen, maar dodelijk voor je sexleven.
‘Eh, mam, pap, het is hier dus gehorig he, ik hoor dus alles’, sprak dochterlief F. na de eerste nacht. En die ligt niet eens recht boven de ouderlijke sponde.

Papa en mama moeten dus iets anders verzinnen.
Zo opperen wij met enige regelmaat dat wij ´even koffie gaan drinken´.
´Blijven jullie maar even lekker hier, papa haalt jullie straks wel op, dan gaan wij even een bakkie doen.´

Onderweg kijken we elkaar grijnzend aan.
´Koekje er bij schat?’
‘Hmmm ja, en krijg ik dan ook een toefje slagroom?’

Pluk van de Petteflet en het schildersclubje

We zoeken allemaal, maar we zoeken niet allemaal hetzelfde.
Ik bedoel dus dat we wel allemaal naar hetzelfde zoeken, maar niet op dezelfde manier.
De een gaat schrijven, de ander gaat in therapie en weer een ander gaat op schildercursus naar Zuid Frankrijk, net als het clubje hier.

Terracotte katoenen broeken, grijze vesten en harde tepels op losjes gedragen hangtietjes.
Grijze haren en een pijp.
Kruidenthee en ochtendgymnastiek.
Zelfs de woorden worden in pastelkleuren uitgesproken.

‘Die boom, die schilder jij niet. Die boom ontstaat op jouw doek, door jou kwast, via jouw hoofd en jouw hand. Die boom die je schildert, die boom ben jij. Neem die gedachte mee en ga vooral door!’
Van die dingen hoor ik hier.

Blauw-werken. Kleur-draperen. Groen-voelen. Te paars zijn. Effe zitten indruk opdoen hier.
Het zijn nieuwe uitdrukkingen voor mij. Woorden uitgesproken door volwassen mensen die minimaal de helft van hun bestaansrecht reeds verbruikt hebben.
Mensen die op de parkeerplaats hier, aan de andere kant van de boerderij hun Volvo 80, Audi A4 en Landrover geparkeerd hebben.
Grote, grijze kinderen met kwastjes en emmertjes.

En als er niet geschilderd wordt, omdat het pauze is, dan gaat het klasje, als waren het kleuters uit een boekje van Annie M.G. die van de verboden bramen gesnoept hebben, zingend en dansend door de grote zonnige tuin van de oude boerderij.
Een grijze katoenbroek met pijp doet kinderlijke danspasjes.
Een bh-loze zweefteef op de schommel.
Een gefrustreerd huilende midlife puber in lotushouding op de trampoline.
Een onderbroek die danst onder de honderden jaren oude moer-bij-boom.
De nichterige schildercoach toont glimmend van trots hoe je een plakbandje kunt ontdoen van zijn grootste plakkracht.
En dan is de wijn nog niet eens geschonken.

Wat zullen we doen dit jaar? In therapie, of op schildercursus?
Het werd de schildercursus.

Schilderen als smeermiddel om oeverloos te ouwehoeren over psychische ongesteldheden.
‘Ik zat er vandaag helemaal niet in!’, roept de grijzende pasteltroel tegen de cursusleider. ‘Ik zie het Mariëlle, de kleuren op je doek zijn zo hard. Wat is er mis? Kom, deel het met ons’, moedigt de cursusleider aan.
En ‘s avonds laat, na een paar koude flessen rosé zal de cursusleider Mariëlle nogmaals aanmoedigen zichzelf helemaal te laten gaan.
En te praten hoeft zij dan niet.

Blijf zoeken, wordt geen gevondeling

Zoeken, dat is de opdracht.
En mensen die zeggen dat ze het gevonden hebben, hebben niet genoeg gezocht.
Het gaat er ook helemaal niet om dat je het vindt.
Het gaat er om dat je wilt blijven zoeken.

‘Wij gaan al vijftien jaar naar camping ‘Petit Hollandais’ in Zuid Frankrijk. Omdat dat de beste camping is, omdat daar het mooiste zwemwater is, omdat daar de beste sfeer hangt, omdat daar de kinderen het meeste plezier hebben, omdat we daar, op camping Le Petit Hollandais, echt tot rust komen.’
Mensen die je dat proberen wijs te maken, of erger, die zichzelf dat wijs hebben gemaakt moet je mijden.
Zij zijn reddeloos verloren.
Zij hebben het ‘gevonden’.
Zij zijn niet te vondeling gelegd, maar zijn gevondenlingen geworden.

Gevondelingen zijn tragische types. Gevondelingen hebben geen vragen meer, maar antwoorden.
Zij kennen het beste restaurant al, zij weten de kortste weg, zij rijden de beste auto.
Een goed gesprek met een gevondeling is niet te voeren. Een gevondeling is namelijk niet geïnteresseerd in jouw vraag, de interesse van een gevondeling gaat niet verder dan het willen uitdragen van zijn antwoorden.

Een gevondeling kun je er niet van overtuigen dat het beste restaurant wel te zoeken is, maar niet te vinden. Dat het in het leven niet gaat om het vinden,maar juist om het zoeken.
Een gevondeling vermijdt risico’s. Want zoeken is gevaarlijk, je kunt namelijk teleurstellingen vinden.
En dat heeft de gevondelijng liever niet.

Ook ik heb dit jaar de beste vakantieplek ooit gevonden, niet voor het eerst, en zeker niet voor het laatst.
Pont de Barret in Zuid Frankrijk is de mooiste plek waar ik ooit vakantie heb gevierd.
Schitterende natuur, prachtige dorpjes, goed eten en leuke mensen. Geen massa toerisme, geen pretparken en geen ‘animatie-team’. Pure schoonheid.
Precies wat ik zoek.

En toch weet ik dat wij volgend jaar weer ergens anders heen zullen gaan.
Want zoeken is leuk, en het vinden is een ultieme beleving.
Maar het gevonden hebben, dat is de dood in de pot.

En dat geldt niet alleen voor de vakantie.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑