Een aantal patiënten keek nieuwsgierig door de glazen deur van de afdeling de centrale hal in. In de hal stonden drie geüniformeerde agenten met elkaar te praten, ze hadden zo te zien ergens lol over.
De ambulance die wegreed toeterde een keer ter afscheid.

In de ruime spreekkamer zoemde de airco, het was een hete dag.
Dokter Omkar Sagoo, een kleine, van oorsprong Indiase psychiater nam het woord: ‘Meneer Sikkel, mijn naam is dokter Sagoo, ik ben uw behandelend psychiater gedurende de tijd dat u opgenomen bent op deze afdeling. U wordt hier opgenomen omdat u vanmiddag in winkelcentrum Gouwberg veel onrust heeft veroorzaakt. Vertelt u eens, wat is er gebeurd?’
De ogen van Frank Sikkel schoten schichtig langs de verschillende aanwezigen in de kamer. Op zijn kalende hoofd waren zweetdruppels te zien. Ondanks zijn zongebruinde huid zag Frank Sikkel bleek in zijn gezicht. Zijn handen lagen geforceerd op zijn knieën.
Zijn houding was kalm, maar de spanning die hij uitstraalde was voelbaar. De geur van angst vulde de kamer. De grimas op zijn gezicht was dreigend, zijn gebalde vuisten intimiderend.

‘Meneer Sikkel?’, dokter Sagoo keek Frank Sikkel vragend aan.
‘Jij weet donders goed wat er gebeurd is!’, siste Frank Sikkel met Amsterdams accent. ‘Ik hoef jou helemaal niks te vertellen, niks uit te leggen of te verklaren. Het is allemaal één grote test hier! Je hoeft mij niet te vertellen dat ik wordt opgenomen. Alles, meneer de zo genaamde dokter, alles wat ik doe en zeg wordt al jaren opgenomen! En dat weet jij ook wel! Je ken doen wat je wil, maar ik zwijg, mijn connecties gaan met mij het graf in!’

‘Meneer Sikkel’, sprak Omkar Sagoo vriendelijk. ‘U bent hier vanmiddag door de politie heen gebracht nadat besloten is dat u hulp nodig heeft, u bent in de war. U bent hier tegen uw wil, dat weet ik. Laten we proberen er het beste van te maken en uw opname zo kort als mogelijk te houden. Vertelt u eens, wat is er vanmiddag gebeurt?’
‘In de war? In de WAR? Wie is hier in de war? Wat ik weet mag niet naar buiten komme! En omdat ik zwijg denken jullie mij op deze manier klein te krijgen! Maar dat gaat niet lukke mannetje, oh nee. Ik zwijg en die zender gaat deruit!’
‘Zender?’, vroeg dokter Sagoo.
‘Ja. Zender. Zen-der!’
‘En die zender is de reden dat u vanmiddag met een doorgeladen pistool in het winkelcentrum stond?’
‘Ja! Hij gaat er uit! Desnoods knal ik hem er uit. En een Colt 45 gaat zo’n ding niet tegen kunnen!’
‘Vertelt u eens over die zender meneer Sikkel, ik begrijp niet zo goed wat u bedoeld.’
‘Fortuyn is door de CIA omgelegd meneertje, dat weet jij ook wel! En die van Gogh, neergestoken door een fanatieke gestoorde moslim? Me zole!! Ik zeg maar vier letters: AIVD! Ja, kijk je van op he? Sikkel weet het, Sikkel snapt het en Sikkel moet zwijgen! Daar gaat het om! Wie bracht Bouterse aan de macht? Nou?’
Frank Sikkel stond met een ruk op en wees door het raam naar buiten. ‘Kijk dan! Zie je nou wel!! Daar gaan ze weer! Die zwarte auto, dat zijn die gasten die door de burgemeester zijn ingehuurd, allemaal mafia, ze komme me omlegge, ik zei het toch?’

Nadat Frank Sikkel met zachte hand weer terug in zijn stoel gezet was nam dokter Sagoo opnieuw het woord: ‘Meneer Sikkel, u bent gedwongen opgenomen. Dat is geen goede situatie. Wij willen u graag helpen om de zaken weer op een rijtje te krijgen en u helpen wat minder angstig te worden.’
‘Ik ben voor niemand bang!’, riep Sikkel terwijl de zweetdruppels over zijn voorhoofd liepen.
Dokter Sagoo negeerde deze opmerking en ging verder: ‘Wat ik belangrijk vind meneer Sikkel, is dat we kunnen samenwerken. U heeft een probleem, u stond met de loop van een pistool in uw neus in het winkelcentrum, dat is gevaarlijk en daarom bent u hier gebracht.’
‘DER ZIT EEN ZENDER IN ME NEUS, BEGRIJP DAT DAN!!’, schreeuwde Frank Sikkel nu.
‘Ik begrijp dat u daarvan overtuigd bent, en wij willen u helpen dat probleem op te lossen. Maar dat gaat veel beter wanneer wij samenwerken, begrijpt u?’
‘Ik vertrouw niemand meer, en as ze me tegewerke gaan er dooie valle.’ Frank Sikkel sprak zacht nu, maar zijn stem was dreigend.
‘Meneer Sikkel, laten we toch proberen samen te werken’, sprak dokter Sagoo vriendelijk.
‘Echt, u bent veel eerder weer thuis wanneer wij kunnen afspreken dat u meewerkt aan uw behandeling.’
‘Met mij is niets mis, die zender mot er uit!’, sprak Frank Sikkel gelaten.
‘Maar natuurlijk, daar gaan we u bij helpen. Maar helpt u ons dan ook met de behandeling.’
‘De Mossad komt overal meneertje’, zei Sikkel. ‘Ik sta op 15 dodenlijsten, ze volgen me overal.’
‘Wanneer u meewerkt aan de behandeling dan zullen wij u beschermen, u bent veilig hier.’
‘Een soort ruil dus?’, sprak Sikkel.
‘Wat bedoelt u precies met ‘een soort ruil’?’, vroeg dokter Sagoo.
‘Nou, gewoon. Ik help mee met de behandeling en jullie zorgen voor bescherming. Dat ik niet word ‘kaltgestelt’ zeg maar’, Sikkel haalde ter benadrukking van zijn woorden zijn vinger langs zijn keel.
‘U bent hier veilig meneer Sikkel’, sprak dokter Sagoo. ‘Kunnen we afspreken dat u gaat meewerken aan de behandeling?’
Frank Sikkel ontspande en sloeg een diepe zucht.
‘Ok, ok’, zuchtte hij. ‘Maar er ik heb één voorwaarde!’, Frank Sikkel stak een waarschuwende vinger in de lucht.
‘En dat is?’, vroeg dokter Sagoo.

‘Ik werk mee aan de behandeling, maar ik doe niet meer dan één patiënt per dag!’