Kleine jongetjes en meisjes horen al vroeg een antwoord te hebben op de vraag: ‘Wat wil jij later worden?’ Het antwoord dient ook een beetje ambitieus te zijn. Voetballer, piloot, brandweerman of directeur voor de jongens en schooljuffrouw, kinderarts of dierenverzorger voor de meisjes. ‘Weet niet’ mag ook wel, maar liever niet te lang.

Lennaert Nijgh, zonder wie de Nederlandstalige muziek veel armoediger zou zijn, wilde graag ‘het mannetje op de maan’ worden. En de kleine Lennaert bedoelde daarmee niet dat hij astronaut wilde worden.
Het mannetje op de maan waarop Lennaert doelde bekijkt ons vanuit de ruimte en glimlacht, weent en verwondert zich over wat wij onszelf en elkaar aandoen.
Lenneart Nijgh deed dat ook en schreef er -onder andere- prachtige liedjes over.
Betere Nederlandstalige liedteksten als ‘Pastorale’, ‘Testament’, ‘Meester Prikkebeen’ of bijvoorbeeld ‘Malle Babbe’ ben ik nog niet tegengekomen.
Liedjes van het mannetje van de maan.

Er komt onherroepelijk een tijd dat men niet meer geïnteresseerd is in wat je wilt worden, maar dat men wil weten wat je bent. Of de vraagsteller ook geïnteresseerd raakt in wie je bent is vaak sterk afhankelijk van het antwoord op de vraag wat je doet.
‘Ik doe wat ik doe’, was het antwoord van Lennaert Nijgh in 2000.
Een antwoord van het mannetje op de maan.

Er zijn veel artiesten groot geworden met teksten van Lennaert Nijgh. Boudewijn de Groot, Liesbeth List, Ramses Shaffy en Rob de Nijs bijvoorbeeld. Zij konden worden wat zij wilden worden dankzij dat ventje dat reeds op vijfjarige leeftijd aangaf nooit iets anders te zullen worden dan dat wat hij toen al was: het mannetje op de maan.

Lennaert Nijgh schreef in Pastorale:

Nee nooit sta ik een seconde stil
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Geen leven dat ik niet begon
Je kunt niet houden van de zon

Dit geldt ook voor het mannetje op de maan. Je kunt hem wel liefhebben, je kunt hem wel koesteren maar je kunt nooit dichtbij genoeg komen om hem aan te raken.
Het mannetje op de maan is van een andere orde. Hij kijkt naar ons en geeft terug wat hij ziet.
Om daar echt goed in te zijn vergt afstand. Een afstand van de maan tot de aarde.

Mannetje op de maan is een eenzaam beroep.