Vandaag was ik sinds lange tijd op Westerveld, de mooiste Nederlandse begraafplaats die ik ken. Ik was daar om Ben Hoogeboom de hand te schudden die afscheid nam van zijn grote liefde, Alice Stegeman.

Een wandeling over Westerveld vind ik mooi. Niet leuk, niet droevig, maar mooi. Natuurlijk zijn er heel veel droevige graven, van kinderen bijvoorbeeld. Maar ik vind zo’n wandeling vooral mooi.
Een graf van iemand die in 1985 overleden is en waar een vers bosje tulpen staat.
Een graf van een kind dat overleed in 1961 en waar sinds die tijd de natuur zijn eigen kunstwerk heeft gecomponeerd van een paar plantjes, een houten speelgoed auto en een van metaal vervaardigde vlinder.
Die steen met alleen de naam ‘Leo’ en de gebeitelde afbeelding van een klok die precies 8 uur aanwijst.
Of die fles wijn, tegen een boom, die er zo te zien al vele jaren moet staan.

Noem het vreemd, maar ik vind het mooi.
Het doet mij niet alleen denken aan de angst dat alles eindig is, het stelt mij ook gerust.

Ik zag ook iets bijzonders vandaag.
Een bordje bij een graf dat mij doet vrezen dat zelfs na de dood je de verplichtingen gewoon doorgaan.
Ik denk derhalve dat ik mij toch maar laat cremeren.