Ik zou dit stukje kunnen beginnen met:
‘Haar onschuldige Bambi ogen keken mij vragend aan’
Maar, dat zou een verkeerde indruk wekken.
Dit gaat over domheid. En decorum.
Dus begin ik anders.

In het restaurant
Met grote klootogen keek zij mij niet begrijpend aan. ‘Huh? Hoe bedoelt u?’, vroeg ze terwijl zij haar pen onhandig op het notitieblokje gedrukt hield.
‘De soep van de dag, is die van gisteren?’, vroeg ik nogmaals.
‘Ehh.. nou, dat weet ik niet hoor. Ik kan het wel even vragen?’, haar ogen schoten angstvallig richting de bar, alsof daar redding te verwachten was. ‘Maar het is de ‘soep van de dag’. Dus.’
‘Dus?’
‘Gisteren hadden we andere soep.’
‘Nou, dan kom ik morgen wel terug voor de soep. Doet u mij maar een broodje beenham. Die beenham, is dat rund, kip of varken?’
‘Ehh… nou.. dat weet ik niet. Dat moet ik even vragen?’
‘Laat maar hoor. Doe maar een broodje beenham en een cola light.’

De rekening was € 11. Ik gaf haar een briefje van twintig. En dus ging zij tellen. ‘Wacht even’, zei ik. ‘Hier heb je er twee euro bij. Dan geef je mij een tientje en mag je de rest houden.’
‘Huh?? Ja, nou begrijp ik het niet meer hoor!’, riep zij met rood aangelopen hoofd.
‘Nee, daar was ik al bang voor’.

In de Aldi
Berend heeft niets tegen de Aldi, maar wel tegen de gemiddelde Aldi klant. Die mist decorum.
In de Aldi staat dus een vrouw drie dozen komkommers van elkaar te trekken. Dus Berend kijkt nieuwsgierig naar wat het plan is. Graai, graai en nog eens graai, doet de vrouw. Komkommer in de doos, komkommer uit de doos. Minuten later is de vrouw tevreden. Zij heeft, uit drie dozen komkommers de twee allergrootste gevonden. Tevreden gaat zij verder, de dozen verspreid in het gangpad achterlatend.
‘Komkommers, € 0,49’ staat op het bordje te lezen.

Aan het Trekpad
Daar laat Berend zijn honden uit. Een wandeling langs het water, tussen de weilanden en over een onverhard pad. Een dijkje eigenlijk. Aan de trekvaart leggen regelmatig bootjes aan. Voor een uur, een dag of voor de hele zomer.
De honden rennen vooruit. Ze hebben een ander hondje gezien dat, aan een lijntje, naast een boot staat geparkeerd. ‘Kef, kef’, doet het kleine mormel. Moeder snelt van de boot, graait het beestje op en begint direct te tieren. ‘Floffy is net geopereerd hoor!! Ze heb een hele grote snee!’
‘Nou, dat is wel fijn voor zo’n klein hondje, een grote snee. Dan kan ze het ook met een bouvier doen’, antwoordt Berend snedig.
Op de boot zit kapitein Rob aan z’n 2, 23e biertje. Hij grijnst.
Door moeder wordt het minder gewaardeerd. Maar goed.
Een kwartiertje later komen we dus terug. Want ja, je kunt wel heen gaan, maar je wilt uiteindelijk ook wel weer terug. Fluffy of geen Fluffy.

‘Kef, kef’, doet Fluffy.
‘Krijs, krijs’, doet moeder.
‘Ja, zie je nou wel!! Is dat nou nodig!!! Ik zei toch dat ze ge-ope-reer is!!!
‘Vuile ASO!!
Kapitein Rob nam nog een slokje van z’n bier en keek zuchtend de andere kant op.