Beste lezer. voor u een vraag deze keer. Wat besluit Ingrid te doen? Lang haar, of toch maar kort. Laat het mij even weten.
‘Wat vind jij?’
‘Hmm? Waarvan lief?’
‘Van mijn haar. Ik wil het weer eens anders, maar weet niet zo goed hoe.’
‘Ik vind jou altijd mooi liefje.’
‘Zal ik het langer laten groeien, of toch maar kort houden?’
‘Nou, als je het laat groeien hoef je niet naar de kapper.’
‘Dat heeft er niets mee te maken.’
‘Oh? Groeit je haar sneller van knippen dan?’
‘Leuk hoor.’
‘Joh, kom, ‘t is maar een grapje.’
‘Tuurlijk, het is altijd ‘een grapje’.’
‘Luister Ingrid, als jij je haar wilt laten knippen moet je dat doen. Heus. Ik heb er geen problemen mee.’
‘Ik vraag je om een mening Pepijn, ik vraag je wat je leuker vindt. Kort, of juist langer.’
‘En uiteindelijk doe je altijd wat jij wilt.’
‘Dus?’
‘Je vraagt wel mijn mening, maar je trekt je er niets van aan.’
‘Daar gaat het toch helemaal niet om? We kunnen het er toch wel over hebben?’
‘Dat vind jij. Ik vind het redelijk zinloos om over een vraag na te denken wanneer de steller er van niet geïnteresseerd is in het antwoord.’
‘Hoe kom je daar nou bij? Ik ben juist geïnteresseerd in jouw mening! Daarom vraag ik het je toch?’
‘Ja, maar je doet uiteindelijk toch wat je zelf wilt.’
‘Dat doe nou zo vaak Pepijn, dit is zo irritant! Natuurlijk doe ik uiteindelijk wat ik wil. Maar ik vraag het ook aan jou, ik vraag het ook aan de kapper. Ik win advies in en dan besluit ik wat ik doe!’
‘Oh, dus mijn mening staat gelijk met die van de kapper?’
‘Godverdomme Pepijn!!’
‘Ja, wat nou ‘godverdomme Pepijn’? Als je niet weten wilt wat ik er van vind, vraag het dan niet!’
‘Ik vraag helemaal niet wat je van mijn meningsvorming vindt. Ik vraag je wat je hoe je mijn haar leuker vindt. Kort of lang! Maar, weet je? Laat maar zitten Pepijn. Laat alsjeblieft maar zitten!’
‘Ja, gelukkig is dat niet irritant. Als je geen gelijk krijgt, laat dan maar zitten. Volgende stap: huilen…’
‘Jezus Pepijn, wat ben jij een klootzak.’
‘Zie je, huilen.’