Year2010

Vega Killing Fields

Nu ik al dagenlang word bestookt met een reclame over een ‘vegapolis‘ waarin wordt gesproken over ‘vleesverlaters’ die een tegoedbon kunnen krijgen voor bij de ‘vegetarische slager’ en het hele land gewoon doordraait alsof er niets aan de hand is, zal ik het u maar gewoon vragen:

‘Hallo!!!?? Bent u er nog? Of heeft u de hersenen met al die feestdagen gewoon weggezopen?!?’

Lieve mensen. Een vegapolis? Een vleesverlater? Een vegetarische slager?

Lees nou verdomme gewoon die eerste pagina eens van die website! Allemaal handige dingen die je krijgt, allemaal geschenkjes wanneer je deze -aanvullende!! – verzekering afsluit, en bakken vol met extra voordelen.
Maar waar, WAAR staat nou WAAROM je die verzekering zou willen?? Waarom er een aparte polis is voor vegetariërs.
Nee, DAT STAAT ER NIET!

Een Vleesverlater??
Doe nou toch verdorie eens alsof je meer dan 3 hersencellen hebt mensen. Een ‘vleesverlater’?? Alsof je daarvoor iedere dag je de kanker rookte, zo klinkt dat. Alsof je eindelijk bent losgeweekt van de een of andere enge sekte! Alsof je iedere dag met HIV besmette naald en zilverfolie ‘vleesoïne’ in je aderen plempt.
Alsof de eerste de beste 10 frikadellen per dag consumerende tokkie te vergelijken is met de wekelijks een verantwoord portie vlees consumerende medemens!
FLIKKER OP!!!

Een vegetarische slager?
Een wat?
Moet ik hier nu werkelijk gaan uitleggen wat een slager is? Een slager, beste tofu knager, is een meneer die beesten SLACHT. Daar komt dat woord vandaan.
Slachten, dat is doodmaken ten behoeve van de consumptie.
Afslachten, dat woord wel gebruikt om duidelijk te maken wat er tussen Hutsi’s en Tutsi’s plaatsvond.

(Even hoor. Ik moet even rustig ademhalen.)

NEE RIETSUIKER ROERENDE KLEURENKIJKER!!! NEE!!!
EEN POMPOEN KUN JE NIET SLACHTEN! EEN BAK TOFU HEEFT GEEN HART!!!
EEN BLOEMKOOL HEEFT GEEN KINDEREN!!

‘Pyamapapje’ was voor mij het meest achterlijke begrip van 2010.
‘Vleesverlater’ of ‘vegetarische slager’?
Zegt u het maar. Welke wordt het voor 2011?

Toscanini: Lekker Italiaans in Franeker

Het heeft de Questjes de laatste tijd niet meegezeten waar het ging om een Italiaanse maaltijd. De meeste Italiaanse restaurants zijn toch een beetje de Chinees van 1970 zeg maar. De menukaart staat vol met prachtig klinkende Italiaanse namen, maar vaak heeft het eten zelf nog maar weinig met Italië te maken.
Hollandse kaas, Hollandse sla, Hollandse koffie.
Olijfolie, dat dan nog wel. Maar of die olie uit Italië komt kun je je afvragen.

En hoe begrijpelijk dat ook is, als je dus wel van Italiaanse smaken en producten houdt dan is het bij een gemiddelde Italiaan slecht eten.
Dan kun je beter thuis wat maken.
Maar goed, je wilt ook wel eens uit eten, de kinderen willen ook graag wat lekkers, dus vandaag trokken wij er weer eens op uit en reserveerden een tafeltje in Toscanini in Franeker.
Zonder al te veel verwachtingen.
Meer voor de gezelligheid.

Wij zijn alle vijf blij dat we gegaan zijn.
Toscanini is een leuk restaurant, met een vriendelijke klantgerichte bediening en een goede kaart.
Ok, we moesten even wachten op ons eten, maar dat is eerder een goed, dan een slecht teken. En ja, als je dan toch moet wachten is bijvoorbeeld een stukje brood en boter ook wel lekker.

Het eten was echt helemaal goed!
Mooie pizza’s met een goede – dus dunne – bodem en prima belegd.
De Margherita, de Salami, de Vesuvio en de Mangiami (een pittige vegetarische pizza) waren stuk voor stuk prima te eten. De kinderen riepen op 2/3 van hun pizza verschrikt dat hij ‘veel te snel op ging’.
Ik had zelf een Filetto di maiale al Gorgonzola met een heerlijke salade en een schaaltje lasagne.
Echt goed! Mooi stukje vlees (sappig, vers), heerlijke saus, lekkere salade (goed gevarieerd, vers) en een lasagne als bijgerecht met een verrassende smaak (munt?).

Wij gaan daar vaker eten.
Moet u ook eens doen, als u toch in de buurt bent.

Hallo, ik ben Marianne

De zware deur van weer een nieuwe afdeling had geen raam. Het was denk ik de derde of vierde afdeling waar ik die week zou binnenstappen. Uitzendkracht. Het had wel iets. Dagelijks nieuwe gezichten, weinig sleur en je kon net zo veel werken als je wilde.
De gang van het oude gesticht was breed.
De deur ging open. Jij, deed de deur open.
‘Hallo, ik ben Marianne’, zei je en je stak een hand uit.
Lichtbruine trui, dik opgestoken haar. Grote ogen en een vol lichaam.

Het terras naast dat van café Studio op de Grote Markt. Achter glas, uit de wind en in de zon.
We babbelen, kijken elkaar aan. Onze hoofde buigen naar elkaar, ik voel je adem.
De eerste kus.

We werken samen. We eten samen. We drinken samen. We slapen samen.
Maar we zijn niet samen.
Nog niet.
Tot jij zegt dat je wilt dat ik blijf, en dat ik anders maar moet gaan.
Ik blijf.

We wonen samen. We doen dingen die verliefden doen. We maken de fouten die verliefden maken en we vinden, zoals verliefden dat vinden, dat dat helemaal geen moer uitmaakt.
We zoeken samen naar een nieuwe plek. Onze plek.
Jij zegt mij: ‘Ik wil met jou wel avonturen beleven.’
En dat doen we vol overgave; avonturen beleven.

Onze liefdesbaby F. rent al door het stadhuis als we ‘ja’ zeggen.
Mijn zoon is al 14 op dat moment.

We zijn vandaag twaalf en een half jaar verder.
We hebben nog altijd onze top-dagen. En, we hebben nog altijd onze mindere dagen.
Want we zijn nog steeds jij en ik.
Gelukkig.
Jij bent mijn mooiste avontuur Marianne.

Winnen of verliezen, de macht van social media

Een paar dagen geleden gaf ik aan graag te willen winnen bij de verkiezing ‘Twitteraarvanhetjaar‘ in de categorie ‘blogger’. Ik dacht ook eerlijk gezegd dat ik dat wel zou kunnen.
Ik Twitter veel, ik blog veel.
En ik blog ook nog eens regelmatig over Twitter, en ik schrijf – goed gelezen en hoog gewaardeerde – Twitter profielen.
Kijkend naar het lijstje concurrenten schatte ik mijn kansen goed in. Daarbij komt, ik werd spontaan genomineerd, kreeg weer eens last van overmatige ego kieteling en de rest is historie.

Ik ga die verkiezing niet winnen.
Dat op zich, en u moet maar even van mijn oprechtheid uitgaan, vind ik niet zo erg. Het zijn immers verkiezingen en als je meedoet kun je verliezen.
Het is daarbij jammer dat er geen kwalitatief oordeel gegeven wordt, maar een puur kwantitatieve. Welke genomineerde krijgt zijn/haar volgers zo ver om dagelijks op hem of haar te stemmen.
Ik ga daar niet toe oproepen, het doet te veel afbreuk aan wie ik ben en wat ik doe en waarom ik blog.
Ik ga die verkiezing dus niet winnen en dat vind ik verder prima.
Wat ik niet ga doen is een oordeel geven over mijn directe concurrenten. Dat vind ik niet chique.
Ook zij zijn oprechte bloggers, hebben iets te vertellen en zijn genomineerd. Wie er ook wint, ik zal hem of haar van harte feliciteren.

Er zijn meer categorieën, en als ik daar naar kijkt gaan mijn haren wel overeind staan en word ik afkerig.
In de categorie ‘social media’ gaat het Twitter account van TVOH winnen? Belachelijk!
In de categorie ‘twitter events’ wint serioustweeps’, gevolgd door ‘twedding’? Doe eens normaal zeg!
Jan Dijkgraaf bij de journalisten laatste met 5%?
‘televisie personality’, Nicollette van Dam?
Populaire vrouw? Populaire man?
Nee, ik herken mij daar niet in.
Ik herken mijn volgers er niet in.

Genoeg redenen voor mij om te zeggen dat ik er verder niet meer aan mee doe.
Of, zoals @marnixamsterdam het treffend zei: ‘Nèh. Fuck it‘.

Via Crowdsourcing vind je nieuwe vragen, meer dan antwoorden

Op Marketingfacts staat een artikel van Hans Slender getiteld: ‘Voetbalclub bestuurd door de crowd’. Het vertelt het ‘succes’ van het inzetten van de ‘crowd’ om voetbalclubs te besturen. Dit zou in Groot Brittannië gelukt zijn, in Duitsland op weg zijn naar succes en in Nederland geïnitieerd, maar nog niet van de grond gekomen zijn.

Onder het artikel staat een prima commentaar van @andersfloor. Hij toont niet alleen feitelijk aan dat het met dat succes wel meevalt, tevens houdt Anders Floor een pleidooi tegen de ‘crowd’ als bestuurder van een onderneming.
Maar ik mis een belangrijk argument in zijn betoog.

De crowd levert niets meer op dan een gemiddelde mening
In de vorm zoals de experimenten met het besturen van voetbalclubs gaat het met crowdsourcing natuurlijk nooit wat worden.
Terecht wordt aangehaald dat in Nederland 16 miljoen bondscoaches rondlopen, die het allemaal beter weten dan de bondscoach die is aangesteld. Wanneer die 16 miljoen mensen – de crowd – gaat bepalen wie er moeten worden opgesteld en welke tactiek moet worden aangehouden, dan komt daar niet anders uit dat een voorspelbaar gemiddelde.
Zo werkt het niet.
En dat is ook geen crowdsourcing.

Stel je een land voor dat zich zou laten regeren door crowdsourcing. Sorry, maar daar komt helemaal geen donder van terecht. De reden is simpel. Mensen willen wel overal over meebrullen, maar zich ergens in verdiepen doen er maar weinig. Daarnaast, het zou een onmogelijkheid worden je overal in te verdiepen, we zouden geen economie meer over houden.
Ja, nee, zegt u dan. Maar niet iedereen mag zich overal tegenaan bemoeien, we krijgen wel specialistische crowds. Ja, uhm, een beetje zoals nu? Via verkiezingen of zo?

Crowdsourcing is prima, ik ben echt helemaal voor.
Ik maak er ook zo veel als mogelijk gebruik van, actief en passief.
Actief, door aan het Twitterpubliek, bloglezers en Facebook gebruikers vragen te stellen, passief door de ontwikkelingen op blogs, Twitter, Facebook etc. te volgen.
En het levert mij veel op.
Heel veel.

Vooral nieuwe vragen overigens.
En dat is het mooie en het rijke van crowdsourcing.
Alle input vanuit de crowd maakt met name duidelijk hoe weinig vragen je aan jezelf over een bepaald onderwerp gesteld hebt.
Er komen tientallen nieuwe invalshoeken en inzichten jouw kant op wanneer je jouw vraag in de ‘crowd’ gooit.

Crowdsourcing is perfect om je eigen vragen beter te stellen.
En het helpt je, met een beetje geluk, in de richting van de antwoorden.

Maar crowdsourcing als besturingssysteem van een organisatie?
Nee, ik zie het niet.
Maar, ik hoor graag uw mening.
Dat dan weer wel.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑