Date18 december 2009

Rechter krijgt ontslag na ‘slechts’ 14 jaar disfunctioneren??

Bron: Nu.nl: DEN HAAG – De Hoge Raad der Nederlanden heeft eerder deze week een rechter ontslagen omdat zij ongeschikt is om haar taken uit te voeren.

Hallo!!! Ik weet niet of u het goed gelezen heeft (lees anders dit artikel in de NRC) maar wat ik lees daar zakt je broek toch helemaal van af!
Om kort te gaan is er een rechter die geregeld dronken is (nou ja, dat mag van mij hoor), haar werk veel te traag doet, zaken laat verslonzen, een beperkte inhoudelijke inbreng heeft, zaken slecht voorbereid, te veel leunt op griffiers, onfris ruikt, niet kan samenwerken en zeer frequent ‘niet aanwezig is’ ontslagen.

Nu zou je denken, goh, wat is er gebeurd met die mevrouw. Net gescheiden? Iemand verloren? Aandelen zien verdampen in de crisis? Spaargeld op de DSB? Todat je een beetje beter kijkt. Want deze mevrouw de rechter heeft al in 1996 (!) de eerste functioneringsgesprekken gehad omdat haar functioneren te wensen overliet. 1996 beste mensen! En, vervolgens, er is in 2006 (Jazeker, ook alweer bijna 4 jaar geleden) een incident geweest dat ‘de deur dicht deed’.

Deze mevrouw, als ik het verhaal mag geloven, heeft dus 14 jaar lang recht gesproken (met dubbele tong waarschijnlijk) terwijl zij niet functioneerde. Dit is al die tijd bij haar leidinggevenden bekend geweest.

Jee, daar gaat mijn vertrouwen in de rechtspraak nu echt met sprongen door vooruit!

Kan iemand mij uitleggen wat dit zegt over de wijze waarop de Nederlandse rechtspraak zichzelf controleert en corrigeert??

Deze Stad

He liefje laat ons even nog wat lopen in de regen
En ons laven aan de schoonheid van de stad
Wij gearmd langs de ramen waar de mensen zich niet schamen
Voor het geld dat ze betalen en de smart

Laat ons drinken in de kroegen waar zo zo velen zich misdroegen
Als de drank is doorgelopen tot het hart
Laat onze liefde zweven
Zo ver weg
Midden in het leven
Van deze stad

Deze stad waar geen bijbel God nog kent
Maar op elke hoek een freak zijn boodschap vent
En wij engelen zweven
In elkaar verward
In deze stad

Hier waar schoonheid slaapt naast eenzaamheid
De grootste geest leeft in vergetelheid
En wij engelen zweven
In elkaar verward
In deze stad

He liefje laat ons even nog wat lopen door de regen
En ons laven aan de schoonheid van de stad
Wij gearmd langs de ramen waar de mensen zich niet schamen
Voor het geld dat ze betalen en de smart

Laat ons drinken in de kroegen waar zo zo velen zich misdroegen
Als de drank is doorgelopen tot het hart
Laat onze liefde zweven
Zo ver weg
Midden in het leven
Van deze stad

Van deze stad


Geplaatst door Berend Quest op Berend Zingt op 12/18/2009 04:22:00 AM

Onder de Eikenboom III [Roosje]

Rosalinda van der Meulen was bij de meeste huisgenoten en bezoekers alleen bekend als “Roosje”. Dit paste ook veel beter bij haar. Roosje was klein, had donkerrood geverfd haar en een klein bleek gezicht. Roosje was altijd directiesecretaresse geweest. Nog altijd had zij de neiging om alles te regelen. Roosje was nooit getrouwd geweest, en had geen kinderen. Roosje had ogen die konden dwingen. Zelfs haar huisgenoten in Onder de Eikenboom hadden een onuitgesproken respect voor Roosje.
Haar anders zo heldere ogen zagen troebel. Onder aan haar kin bungelde een traan. Roosje stond in de erker van de ‘kleine huiskamer’ van Eikenboom en staarde naar de besneeuwde tuin aan de achterkant van het huis. Roosje deed dat wel vaker. Zich afzonderen en zachtjes huilen terwijl zij haar gezicht alleen aan de van spekbollen pikkende mussen liet zien. Niemand wist wat er zich op zulke momenten in Roosje haar hoofd afspeelde. Het was ook nog nooit iemand gelukt haar daarover te spreken. Op de vraag “Wat is er Roos?” reageerde zij alleen door te zwijgen, haar zakdoek te pakken en de ogen te drogen. “Niets”, was alles wat Roosje er over kwijt wilde.

Roos haar blik was wel op de tuin gericht, maar eigenlijk keek zij niet. Dat wil zeggen, de ogen van Roos bewogen niet mee met de veranderingen die buiten in het beeld plaatsvonden. Roos zag geen vogels en volgde geen sneeuwvlokken op hun slingerende weg naar beneden. Roos stond daar en huilde.
Roos haalde nogmaals haar zakdoek langs haar gezicht, zuchtte diep en prevelde onhoorbaar een paar woorden.

Zij stopte het kleine, bezoedelde fotootje welke zij in haar linkerhand geklemd had terug in haar tas en liep de trap op naar de tweede verdieping, opende het raam van haar kamer en vloog naar buiten.

Onder de Eikenboom II [Zusterrrr!!]

Jacob en Elisabeth van der Vrede waren samen in Onder de Eikenboom geplaatst. Niet vrijwillig. Totaal vervuild waren zij uit het Haarlemse arbeidershuisje gehaald. Bij het leegruimen van de woning had de brandweer een grote hoeveelheid geld gevonden, verstopt op de vreemdste plaatsen. Dat was maar goed ook, want verzekerd waren zij niet. En Jacob, die onder de vreemde uitslag zat, moest een dure behandeling ondergaan.
“Ohhhhh….Here die daar boven waakt, schenk mij gul Uw kracht..” Met lange uithalen, geheven handen en statige tred danste Elisabeth door de kamer. Jacob siste haar toe vanachter de tafel. Dat ze moest gaan zitten. “Ach Cor”, sprak Liesbeth met liefde in haar ogen. “De mensen gaan zo naar huis, rustig maar.” Jacob begon te proesten en hoesten toen hij Elisabeth opnieuw, en nu luider, naar de tafel wilde manen. Elisabeth, die feilloos aanvoelde wanneer het haar Cor te veel werd, trad kordaat op. Midden in de huiskamer bleef zij staan en sprak op luide en duidelijke toon:”Lieve dames en heren, wij vonden het echt heel gezellig dat u langskwam, maar het wordt tijd dat u weer naar uw eigen huis gaat.” “Cor en ik moeten nog boodschappen doen en de kinderen komen zo uit school.”

Alhoewel men in Onder de Eikenboom wel wat gewend was werd er toch gereageerd. Hendrik Olieslager begon vals te lachen en mompelde dat hij een hekel aan kinderen had. Tante Jo, de 93 jarige nog overgebleven helft van een tweeling, riep dat een goede moeder warme melk klaarmaakte wanneer haar kinderen thuiskwamen in de winter. Daarna riep tante Jo luidkeels om de zuster. “Zusterrrrrr!!!!” “Zuuuusterrrrr!!” Het geroep van tante Jo werd niet gehoord. Tenminste, niet door een zuster. Meneer van Dam werd wakker van het ge-zuster van tante Jo en begon een vrolijk wijsje. “Weet je wat een aap op zee doet? Zich vlooien, uit weemoed.” Meneer Rutte, tafelgenoot van meneer van Dam begon te schelden: “Houdt toch je bek vuile NSB-er!!” “Zusterrrrrrrr!!!”, gilde tante Jo nu. “Weet je wat een aap op zee doet, zich vlooien in de wind!”

Jacob van der Vrede sloeg de handen voor zijn ogen. “Ga nou zitten Lies.” “Gaat nou godverdomme eindelijk eens zitten!!!”


Geplaatst door Berend Quest op Berend Schrijft op 12/18/2009 01:14:00 AM

Onder de Eikenboom I [Mooie Bajes]

Piet was een zwerver van 85 jaar. Ooit had een klasgenote hem uitgelachen wegens zijn stotteren. Hij was direct weggelopen om nooit meer terug te keren naar Lochem. Hij was toen 12. Nu woonde Piet in Haarlem, in ‘Onder de Eikenboom’. Kakken deed hij nog altijd in de tuin.

Piet stotterde. Niet alleen als hij praatte, ook in bewegen. Een borrel dronk hij dan ook graag uit een beker. Liever nog had Piet een flesje bier. Daar zat meer in. Die beker wilde de zuster nooit volschenken.
Deze ochtend was Piet laat uit bed voor zijn doen. dat kwam wellicht ook door de avond daarvoor. Piet was pas om 1 uur ‘s nachts weer aangespoeld op De Eikenboom. Gebracht in een politiebusje. Na een paar biertjes in het pannenkoekenhuis in de Haarlemmerhout was hij de verkeerde kant op gewandeld. Na urenlange omzwervingen was Piet tenslotte maar onder een bosje gekropen om te gaan slapen. Jammer dat zijn voeten onder de haag vandaan staken. Een late wandelaar met hond dacht dat hij een dooie had gevonden.
Piet bedankte de agenten overigens hartelijk en nodigde hen uit om een paar biertjes van hem te drinken. De agenten lachten vriendelijk, maar weigerden beslist. Een van hen vroeg of hij het plastic zeil, waar Piet tijdens de rit op had gezeten, hier mocht afgeven. Het stonk nogal. Piet had niet alleen een dranklucht om zich heen hangen. Piet keek vol ontzag naar de agenten die weer vertrokken in de nacht.
“G-G-G-Godverdomme j-j-j-jongen, die g-g-gasten w-w-weten ook a-a-alles!” “H-h-hoe ze m-m-mijn adres w-w-w-weten, i-i-i-ik wist h-h-h-het z-zelf niet eens!!” Dat zijn adres in zijn kleding was genaaid is Piet op dat moment maar niet verteld.

Piet was deze morgen niet alleen later dan anders, hij was ook anders. Hij zat, hoe moet ik het zeggen, hij zat wel in zijn stoel in de gang, maar er zat geen knik in zijn lichaam. Piet zat, als was hij een strijkplank, met gestrekt lichaam in zijn stoel. “He, j-j-jongen!’ “I-i-i-k kan niet p-p-pissen!!” Afijn, de dokter kwam en Piet moest worden onderzocht in het Spaarne Ziekenhuis. daar werd Piet opgenomen met een vergrootte prostaat. Een ingreep onder narcose volgde.
Ik zocht Piet een paar uur na de ingreep op. Zaal 20, bed 3. Ik herkende Piet niet. Z’n pet niet op en alle pruimsporen deskundig weggepoetst. Geschoren ook. Piet herkende mij wel. “H-h-h-h-heee…j-j-jij hier??” Ik vroeg hem hoe het ging. Zorgvuldig keek hij de zaal rond alsof hij mij een groot geheim ging vertellen. “N-n-n-nou, m-m-m-mooie bajes hier hoor!!’ “E-e-e-en, a-a-a-allemaal l-l-lekkere wijven hier!!”
‘s Middags kreeg Piet koorts. Onder de Eikenboom heeft hij nooit meer gezien.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑