Datum12 december 2009

Geachte heer van Nazareth,

Geachte heer van Nazareth, beste Jezus,

(Een brief beginnen met een aanspreektitel suggereert op zijn minst het erkennen van het bestaan van degene die wordt aangesproken. Dat is, voor een “ongelovige”, op zijn minst curieus.
Ik doe het echter bewust. Ik wil daarmee namelijk meteen iets duidelijk maken. Het is niet zozeer dat ik Uw bestaan wil ontkennen, het is voor mij meer de vraag of ik U wil kennen.)

Laat ik eerst beginnen met de reden dat ik, ondanks al mijn twijfels, mij tot U richt in een brief. Een brief die ik, bij gebrek aan direct contact met U, op het Internet zet, wellicht dat u daarmee een aansluiting heeft
Ik kreeg enige tijd geleden een boekje, duidelijk bedoeld als uitnodiging om met U in gesprek te gaan. Dit boekje heet:

“Dineren met een volmaakte vreemdeling”

Toen ik de titel las, begreep ik volkomen wat de inhoud van het boekje zou zijn. De volmaakte vreemdeling, dat moest Jezus zijn. En de subtitel “een uitnodiging om over na te denken” wekte bij mij ook direct de verwachting dat ik middels dit boekje tot nadenken gestemd zou moeten worden.
Wel, dat is gelukt. Het boekje had ik binnen een aantal uren uit het heeft mij aan het denken gezet. Hoewel het hele boekje er op gericht is vragen te beantwoorden, roept het bij mij steeds meer vragen op.
Overigens, ik schrijf steeds “boekje”. Dat is omdat het een boekje is. Letterlijk. Klein van formaat en 127 bladzijden met flinke letters. Het verkleinwoord slaat dus niet op de inhoud.

Alvorens ook ik U overspoel met mijn vragen is het wellicht verstandig een aantal gezichtspunten van mijn kant aan U te verhelderen. Dit schrijvend bedenk ik mij dat dit niet het nodig is wanneer ik U goed begrepen heb. Ik hoef U niets te vertellen. Laten we dan zeggen dat ik mijn gedachten probeer te ordenen en deze op papier zet, waarbij ik mij richt to U. Het gesprek met U gaat mij op deze manier beter af dan, laat ik zeggen, een gebed.

Voor mij is de centrale vraag van het leven niet zozeer wat we hier doen, waarom dit alles er is en waartoe het allemaal dient. Ik vind het in de basis best wanneer het nergens toe dient.
Ik vind wel dat van een ieder verwacht mag worden dat hij of zij er het beste van probeert te maken. Dat er normen en waarden zijn die gerespecteerd moeten worden. Dat je moet proberen je naar een aantal regels te gedragen. Laten we zeggen; zoals de tien geboden. Ik zeg wel eens: als ieder mens zich naar de tien geboden zou gedragen, dan hadden we een heel veel minder problemen, was er veel minder verdriet en pijn en zouden de mensen een stuk blijer kunnen wezen.
Blij zeg ik, ik weet namelijk niet of je er ook gelukkig van wordt. Geluk wordt namelijk nog al eens, en niet in de laatste plaats door mij, bepaald door het ontbreken van geluk bij een ander. Ik zeg niet: het ongeluk van een ander, dat is namelijk nooit iets om je beter van te voelen. “Ik ben gelukkig” is vaak een conclusie, en het resultaat van een vergelijking met de situatie van een ander.

Diep, intens geluk van binnen zijn vaak, voor mij althans, korte en allesbepalende gebeurtenissen die herinnering worden en die krachtiger zijn dan al het minder gelukkige dat je dagelijks tegenkomt.
“Ik wil met jou wel avonturen beleven”, die woorden sprak M. tegen mij, meer dan 10 jaar geleden. Dat bracht mij een diep gevoel van geluk, en nog steeds. “Kijk papa, dat is nu een Grutto”, mijn dochter zei het op een mooie zomerdag in Friesland, leunend over een boerenhek in een weiland waar wij waren heen gepaddeld in de kajak. Dat is geluk voor mij. Diep, intens en tranentrekkend geluk. Geluk is voor mij ook wel het ontbreken van ongeluk. Gewoon, aan tafel zitten met vrouw en kinderen en beseffen dat je er allemaal weer bent vandaag.

Ik vind ook niet, in tegenstelling tot vele anderen, dat er een “recht” is op geluk. Ik vind wel dat ieder mens recht heeft op een leven dat het mogelijk maakt om geluk te ervaren. Geluk vind je namelijk in jezelf en wordt je niet gegeven, hoogstens gegund.

Maar goed, even terug naar de centrale vragen
Ik heb die vragen dus niet. Voor mij is het leven, hoe moeilijk te doorgronden ook, een gegeven. Ik probeer het leven te zien binnen de tijdspanne die mij is gegeven. Ik hoef de oorsprong niet te doorgronden, ik hoef de toekomst niet te weten. Ik ben. Hier en nu.
Het verleden is een instrument om het heden mee in te richten met als doel de toekomst voorspelbaar te maken. Nogmaals, voor mij dus.

Stel nu dat ik U wel zou aanvaarden. Stel nu dat ik U zou willen leren kennen. Dan, mijn beste Jezus, dan komen er pas vragen.
Dan vraag ik mij, of beter, U af: WAAROM?
Wat, in al Uw wijsheid, heeft u doen besluiten dit te scheppen? Was U verveeld? Had U dienstbaarheid nodig? Was U eenzaam?
En, in al Uw volmaaktheid: meent U werkelijk hier een prestatie van formaat te hebben geleverd? Wat was er dat U niet voorzien had toen U er aan begon? Wat maakt dat U dit kunt aanzien? U had het, als volmaaktheid tenminste is wat ik er van begrijp, moeten weten. En, wanneer ik dat bedenk kan het niet anders zijn dan dat ik u een integriteitvraag moet gaan stellen: Mag U hier wel mee doorgaan?

Wij mensen zijn zulke stumpers. Hoe kunt U nu denken, verwachten of zelfs maar hopen dat dit goed komt?
Wij mensen zijn al een tijdje bezig nu, op deze aarde. Dat wij de aarde gaan beheren, elkaar gaan bejegenen en U gaan dienen op een, laat ik zeggen, enigszins aanvaardbare wijze is in de afgelopen paar duizend jaar niet gelukt, en het zal ook in de komende jaren (ik ben hier wat voorzichtiger, ik kan de toekomst niet voorspellen) niet gaan lukken.
Dat betekent dat wij mensen, althans, voor een heel groot deel, gedoemd zijn om na de dood, ten overstaan van U, te wenen van schaamte en verdriet. We hebben het niet begrepen. We hebben Uw boodschap niet begrepen. We hebben Uw opdracht niet begrepen.

En, vergeet niet, er zijn om ons heen legio mensen geweest die ons verteld hebben dat zij het wel begrijpen. Zij kennen de weg, of het pad. Zeggen ze.
Maar welk “gewoon” mens, met gemiddeld intellect is in staat de juiste keuze te maken tussen al diegenen die weten, of denken te weten, hoe het moet.
Wie kan een moslim verwijten te geloven dat wat zijn ouders, grootouders, zussen, broers, buren, dorpsgenoten, en al die anderen onder wiens invloed zij verkeren hen altijd als waarheid verteld hebben? Hoe gaat U oordelen?

Terug naar het boekje dat ik ontving.
Ook de schrijver dezes kan Uw boodschap niet begrepen hebben. En als hij wel schrijft wat U hem ingeeft, welk een Vader bent U dan?
Ik lees dat U een ieders keuze respecteert. Als ik het boekje moet geloven doet U dat helemaal niet! In de hel kom ik! Ik mag wel kiezen, maar alleen tussen het eeuwige leven en de hel!

In het boekje wordt aan een vader gevraagd of hij de plaats van zijn dochter zou innemen wanneer deze “verkeerde” vrienden kreeg, aan de heroïne ging en tot de dood werd veroordeeld na het plegen van een moord. Ja, zegt de vader volmondig.
De vader zou de zonde van zijn kind op zich nemen. Net als U.
En dat zou de vader doen uit liefde.
Nee, mijn beste Jezus. Dat zou die vader doen uit spijt! Uit schaamte! Je dochter van 17 aan de heroïne komt niet door verkeerde vrienden. Dat kun je jezelf wel wijsmaken, maar ik geloof dat niet. Ik heb een verslaafde zoon. Dat komt door een gebrek aan liefde, genegenheid, warmte, aandacht, stabiliteit en vrede. De opvoeding dus. Het nest. De basis die het kind onthouden is. De lessen die hij gemist heeft om de juiste keuzes te kunnen maken. Niet door verkeerde vrienden. Die verkeerde vrienden is het niet anders mee gegaan.

Een beter verhaal was geweest:
Stel, je dochter van 17 wordt, onderweg naar haar examen VWO door een stomdronken gereformeerde ouderling van haar fiets gereden; dood. Zou je als vader haar plaats willen innemen? Ik wel.
Maar nu komt het probleem. Want, nu komt de vraag. Wat bedoelde U met het nemen van dit leven? Wat wil U voor boodschap naar die vader communiceren? Wat had U niet anders kunnen vertellen? Waarom Vader? Waarom?
Verwacht U dat dit deze vader op het goede spoor brengt? Dat de dood van je dochter je op termijn een inzicht geeft waardoor je als vader God aanvaart? Ik hoop toch echt van niet.

Nu weet ik dat redetwisten hierover met die mensen die U wel menen te aanvaarden weinig zin heeft. Kenmerkend van Uw volgelingen is wel het gegeven dat zij op alles een antwoord hebben. Een citaat, een geschrift, een historie. Er is altijd een antwoord.
Dat is, voor mij nogmaals, ook de reden dat U zoveel volgelingen heeft. Ik vertel U alvast dat alle moslims, katholieken, gereformeerden en welke andere volgelingen van om het even welke geloofsstroom dan ook, Uw volgelingen zijn. Hoogstens weten zij het nog niet. Immers, U bent toch de enige?
Wij mensen hebben een grote handicap. We hebben, over het algemeen gesproken, te veel geestelijke vermogens om geen vragen te stellen, en te weinig verstand om de antwoorden te vinden. En dus volgen wij U.

Het zou fantastisch zijn wanneer een veel groter deel van de mensen U zou erkennen en aanvaarden vanuit een diep religieus besef. (Dit uiteraard los van mijn vraag waarom U dit allemaal wilt, maar goed, dat is nu niet mijn punt)
Ik denk echter, en ik ben er ook eigenlijk stellig van overtuigd dat veel te veel van Uw volgelingen zich volgeling noemen omdat zij dit hebben meegekregen, omdat zij bang zijn in de hel te belanden en omdat zij de vragen die hen bezighouden (waartoe zijn wij op aarde) niet anders weten te beantwoorden dan door aan te nemen dat dit alles onder regie van een hogere macht staat.
Dit laat onverlet dat deze mensen vaak een diep gewortelde overtuiging hebben dat de weg die zij bewandelen de enige, juiste weg is. Al duizenden jaren lang trachten vele religieuze stromingen “het woord” te verspreiden. Vaak tegen wil en dank.
In onze gouden eeuw was het een probleem wanneer slaven, voor zij werden getransporteerd naar de plantages, reeds waren gedoopt. Dat was lastig omdat de bemanning een gedoopte neger niet overboord kon kieperen wanneer er honger en/of ziekte was. Dat kon wel met een heiden, een ongelovige.
Waarom ik dit voorbeeld aanhaal? Simpel. De bemanning was er echt diep van overtuigd dat het zo werkte. Dat zij niets verkeerd deden wanneer zij een zieke, of hongerige slaaf levend en wel overboord mieterde. Dat zij in de hemel zouden komen. Dat zij de negers een dienst bewezen door hen uit de rimboe van Afrika naar de plantages te brengen, met zwepen af te ranselen en het geloof er in te meppen.
En, nu gaat het niet om dat dit een geschiedenis is, het gaat er niet om of dit goed of kwaad was, of dat dit een gevolg is van, of een oorzaak heeft in.
Nee, het gaat er om dat deze mensen allemaal dachten met dit gedrag in de hemel te komen! Wat is er met hen gebeurd? Waar is hun ziel? In de hel? In de hemel? Wat hebben deze mensen moeten vernemen in Uw aangezicht? Sorry, u moet linksaf, naar de hel. Tja, nee, U dacht wel het goede te doen, maar dat ligt toch even anders.
Niet u, maar Ik had het toch anders bedoeld. U heeft mij niet goed begrepen.
En, ik vraag niet eens wat U die overboord gekieperde negerin, net moeder van een klein negertje heeft verteld. Of welke kant zij op is gegaan. Onwetend van Uw bestaan, nooit in staat geweest U te aanvaarden.

Maar goed, ik zal er over ophouden. U weet allang dat ik een vertwijfelde geest ben. Dwalend en zoekend. Niet direct naar U, maar dat zal U anders zien.
U heeft echt wel alle antwoorden, daar ben ik van overtuigd. Ik bedoel, als U er bent.
Of U en ik ooit zover komen dat we het over kunnen hebben, ik weet het echt niet.
Een ding is zeker. En dat is onlosmakelijk verbonden aan het boekje dat ik ontvangen heb.
Voor het eerst in mijn leven heb ik mij tot U gericht.

Daklozenkrant

De vier mannen zaten aan de kleine keukentafel en dronken thee. Achter de keukendeur klonk geluid van druk kwetterende vrouwenstemmen en spelende kinderen.
Alle vier de mannen rookten zware sigaretten, er hing een dikke damp van rook. De oudste van de vier, blijkbaar de leider, had het woord. “Jullie moeten jullie gezin in de hand houden jongens”. “Wii, Ipod en laptop gewoon in de kast houden, huiswerk kan later.” “Met zeventien familieleden niet meer dan € 750,- omzetten op een koopavond in december is belachelijk!” “Het is mij ook al opgevallen dat er sommigen van jullie hun taak niet serieus nemen”, hij keek daarbij dreigend in de richting van een van de jongere mannen. “Een goede Albanese vader houdt van zijn kinderen.” “Je kind niet slaan is een gebrek aan liefde!” Twee van de drie aangesproken mannen gromden instemmend. De derde hield wijselijk zijn mond.

“Goed, genoeg gesproken.” “We gaan aan het werk.” “Tira, rijd jij de auto voor.” De mannen stonden op, namen een laatste slok van de zoete thee en knoopten de dikke lederen jassen dicht. Tira stapte door de buitendeur en liet van grote afstand de zwarte BMW uit de 7-serie starten. Altijd weer een kik vond Tira. Onder aanvoering van de leider liepen de andere mannen door de keukendeur naar de huiskamer, waar de rest van de familie direct stopte met kwetteren, spelen en vol aandacht naar de mannen opkeken.

“Ok allemaal.” “Werkkleding aan?” “Mischa, je doet toch wel andere schoenen aan he?” “Die met die gaten.”
“Iedereen kent zijn plek?” “Laat horen dan!” een voor een noemde alle aanwezigen hun plek op. Voorbij kwamen de Aldi, Jumbo, Albert Heijn, Blokker, Stationsplein, Grand Café De Brug, en meer. tot ook de jongste van een jaar of negen “Hema” had gestameld.
“Goed, dan kan de eerste ploeg naar de auto”. “En denk er om!!!” “Om zeven uur worden jullie weer opgehaald dus zorg dat je klaarstaat en dat ik je niet van je werkplek zelf moet komen halen!!”
Iedereen stond op en er klonk een luid geroezemoes van kleding die werd aangetrokken en fluisterende stemmen.

“O ja, en nog één ding beste mensen!!” “Gisteren hoorde ik sommigen luidkeels schreeuwen.” “Dat doen we dus niet meer!” “Jullie gaan rustig zitten, kijken de mensen droevig aan en dan beleeft fluisteren.”
“DAK-LOZEN-KRANT, meneer wilt u een DAK-LOZEN-KRANT, mevrouw help me alstublieft, koop een DAK-LOZEN-KRANT!!!”
“Begrepen???”

PYJAMAPAPJE!!

Soms ben ik gewoon te snel. Maar ja,  Mercedes Benz roept al vanaf oktober dat hun besteller de auto van het jaar 2010 is (!), dus waarom zou ik in december reeds niet een gooi doen naar het meest stompzinnige woord van het jaar? GROENTEMOMENT. Tja, ik dacht dat het niet meer erger zou kunnen, maar het gelukt.

Dames en heren, met welgemeende excuses wil ik mijn nominatie van GROENTEMOMENT hierbij intrekken. Het kan namelijk erger, veel erger.

PYJAMAPAPJE!!

En, wederom uit de reclame.
Pyjamapapje. Dit woord, Pyjamapapje, moet jonge moeders er toe bewegen om, kort na de moedermelk, hun jonge spruit pap van Nestlé te gaan voeren. En…het werkt ook nog!! Google maar eens op Pyjamapapje. Op Fora als ikkeben.nl, kindjeopkomstforum.nl (jezus, nog een naam zeg) of babybytes.nl (veel leuker als .com domein ;-) worden hele serieuze discussies gevoerd over pyjamapapje. “Kan ik het wel elke dag geven aan kleine Benno?” Vraagt Suus zich af. Volgens Katinka kan Suus het best elke dag geven hoor. “Onze Yannick had er ook nooit last van…”

Gadverdamme mensen!!!!!

Waar zit je verstand?? Hoeveel hersencellen mis je?? Dat koop je toch niet? En je gaat je kind toch geen enge drap voeren die ze pyjamapapje noemen omdat Katinka uit Sliedrecht zegt dat haar Yannick (wat wel een geit kan zijn) er ‘ook nooit last van had’. Hoe dom bent u nou eigenlijk helemaal?
Pyjamapapje??? Dat klinkt toch zeker niet als iets gezonds?? Waarom heet dat zo?? Dat kan toch alleen maar zijn omdat je die bende iedere dag uit de kleding moet wassen?? Na het kotsen?? Wat, kotsen? Projectielbraken!

Pyjamapapje! Je zoon van twaalf zul je bedoelen. “Kijk mam, het is gisteren dan toch gelukt. Hier, mijn eerste pyjamapapje!” “Goed zo Yannick!!” “Herman…Heeerrrmaannnnn.. Kom eens snel kijken!” Yannick heeft zijn eerste pyjamapapje geproduceerd!” “Hou jij even het eten in de gaten, dan bel ik mijn moeder!”

Jezus mina zeg.

© 2021 Berend Quest

Thema door Anders NorénOmhoog ↑