Tagliefde

GIJS

gijs

“Goedemiddag mevrouw, wij komen even naar de kleine kijken. Mogen we even binnenkomen?”
“Ehh, wat is aan hand meneer?”
“Nog niets mevrouwtje, nog niets. Het is, zeg maar, voorzorg.”
“Voor zorg? Wat is voor zorg!? Wij zorgpas meneer. Mijn man betaalt premie. Altijd op goeie tijd meneer.”
“Ja mevrouw, voor-zorg. Wij willen gewoon even bij u kijken of de kleine wel krijgt wat hij nodig heeft.”
“Ik ga zeggen u meneer, als buurman gebeld heeft over kleine dan ga ik boos worden meneer. Buurman is racist meneer!! Kleine gaat goed mee. Eerlijk waar. Veel buitenspelen meneer, eigen slaapkamertje, hele mooie stapelbed van de Iékea. Is eerlijke ook meneer! Buurman altijd slecht praten over kleine, is PVV stemmer meneer, u weet. U van Jeugdzorg?”
“Nee mevrouw. Wij zijn van de universiteit van Utrecht.”
“Meneer, wat moet universiteit met ons kleine? Is goeie jongen meneer!! Alleen vroeger wel eens scooter gereden van vriend. Was maar kleine ongelukje toen. Waarom nu universiteit voor kleine? Waarom wij verdienen dat? Wij goeie mensen meneer!!! Fouad is heel goede jongen!!”
“Fouad? Ehhh… wie is Fouad? Wij komen voor ene Gijs.”
“Huh? U komen voor Gijs? Hahaha, voor GIJS??? Gijs is konijn van Fatima meneer!”
“Ja, dat weten wij. Kunnen we dus even binnenkomen?”
“Binnenkomen?? Waarom binnenkomen meneer. U gaan omlopen naar achtertuin. Gijs is in schuur.”
“In de schuur hè. Hmmmm…  Kijk, daar gaan we al. Bert-Jan, maak jij daar even een aantekening van?”

Over Berend Quest

'Als Berend Quest de wereld zou begrijpen, dan pas had ik een rotleven' | Blogt & Schrijft | Kookt maaltijden en soms van woede | Heeft hart, dat klopt

De zon grijnst naar mij!

De zon grijnst

De wind giert als een wilde over het Friese land. Wolken dreigen met water. Zelfs in de Trekvaart koppen de golven. De honden rennen voor mij uit alsof in Bolsward de beloning wacht. Ik heb de handen in de zakken van mijn spijkerbroek. Onder mijn muts de TOP2000, Run The World (Girls) van Byoncé.
Het is 2e Kerstdag 2017.

Voor ik de deur uit liep vulde ik de slow cooker en las ik #MijnMoment van Tjarko Rikkerink. Het maakt dat ik terugdenk aan 2009. Na jaren tevergeefs duwen en trekken verkocht ik de inboedel, de klanten en het personeel van mijn bedrijf. Wat over bleef was een lege BV met een enorme schuld. Lastige jaren volgden. Een faillissement, dreigende banken en ziektewet. In 2013 een (niet terechte) claim van de ING. We zouden dat jaar, ter afsluiting van een financieel zware periode, met het gezin naar de USA. Een ruim jaar spaarden we voor die reis. Het spaargeld ging als een soort van depot in de aflossing van het Doorlopende Krediet. Dat scheelde veel rente op de aflossing. En week voor onze vakantie nagelde de ING ons als wanbetaler aan de wand van het BKR. Met trillende benen naar de lokale Rabobank. Fantastische mensen. Maakten het bedrag dat we nodig hadden over naar de betaalrekening en blokkeerde pas daarna verdere opnames.
Nog vier dagen en dan lossen we de laatste euro’s af. Vanaf januari 500 euro minder vaste lasten per maand.

Djeez.

Gisteren met mijn oudste dochter en jongste zoon op bezoek geweest bij mijn oudste zoon. Kerstpakket mee, en mee terug. Mocht niet. Geen eten. Wat wel mocht waren de kaarten en de brieven die in de doos zaten. Ook een brief van M. Hoewel ik toenemend moeite heb om mijn emoties te controleren huil ik eigenlijk nooit. Een traantje, een snik. Daar blijft het wel bij. Gisteren huilde ik echt. Niet van ellende, niet van verdriet, niet van vreugde. Meer uit besef. Ik heb weer vier kinderen. Ik heb een wereldvrouw, ik heb een wereldgezin.

George Michael is dood, Prince is dood, Bowie is dood, mijn broer is dood. De wereld staat in brand.
En met mij gaat het beter dan ooit!

Ik draai om bij Bolsward en loop terug naar Burgwerd. Halverwege de Trekvaart kom ik een dorpsgenoot tegen met zijn hond. Handen diep in de zakken, muts tot over de oren, neus in zijn kraag. Als we elkaar tot op een paar meter genaderd zijn trek ik de pluggen uit mijn oren, steek mijn hand uit, grijp de zijne en wens hem mooie dagen. Hij kijkt verbaast en lacht. Dit had hij niet zien aankomen, zo kent hij mij niet.

De wolken breken even open en de zon grijnst naar mij.
Speciaal naar mij.
En ik?
Ik grijns terug en geef de zon een knipoog.

Wij snappen elkaar. De zon en ik.

 

 

Over Berend Quest

'Als Berend Quest de wereld zou begrijpen, dan pas had ik een rotleven' | Blogt & Schrijft | Kookt maaltijden en soms van woede | Heeft hart, dat klopt

Je kunt niet je hart openstellen maar de deur gesloten houden

niets doen

Op de late avond van zondag 6 november krijg ik een telefoontje. Mijn jongere broer (54) is overleden. Na 40 jaar alcohol heeft zijn lichaam het opgegeven. Er komt geen advertentie, geen rouwkaart en geen dienst. Mijn ouders, zo’n beetje de enige mensen die nog contact met hem hadden konden het niet meer opbrengen. Ik had zelf al een jaar of 20 geen contact meer met hem. Rottig doodgaan noem ik dat.

Ik raak er door van slag. Niet zozeer omdat mijn broer overlijdt, dat zat er al jaren aan te komen. Het is meer het besef dat je heel eenzaam dood kunt gaan. Ook als je 3 broers hebt en je ouders nog leven. Dat je als ouder zo ver van je gevoel kunt raken dat je het niet meer opbrengt om je kinderen bij elkaar te roepen en als gezin waardig afscheid neemt van een lid van jouw gezin. Het grijpt me bij de keel en laat mij niet meer los.

Het is inmiddels bijna 8 (!) jaar geleden dat ik mijn eigen zoon voor het laatst zag. Het overlijden van mijn broer is een keiharde confrontatie met mijn gevoelens. Gevoelens van pijn, machteloosheid, boosheid en schuld. Ik ben mijzelf al een aantal jaren – opnieuw – voor de gek aan het houden. Ik maak mijzelf wijs dat ik ‘er vrede’ mee heb. Dat het een afgewogen keuze is. Dat het niet anders meer kon. Het is allemaal bullshit. Wat er in werkelijkheid gebeurd is dat ik het contact met mijn gevoel doorgeknipt heb. De dood van mijn broer is een waarschuwing.

Mijn zoon zit al weer een tijd in de gevangenis. Ik schrijf hem een brief. Daarna hebben we telefonisch contact. Hij klinkt ouder, volwassener. 32 Is hij alweer. Als ik op 13 november de bezoekruimte van de gevangenis binnenstap en mijn zoon zie herken ik heel even dat kleine jochie van 4 die door zijn vader wordt opgehaald voor het weekeinde. We praten 2 uur. Over van alles. Hij spreekt open over zijn gevoel. Ik ook. Het voelt goed. Sindsdien bezoek ik hem wekelijks.

Volgend jaar juli wordt de eerste gelegenheid dat hij vrij kan komen. Kan komen, want dat heeft nogal wat haken en ogen. Tijdens deze detentie (nu 30 maanden) heeft hij zich goed gedragen. Maar justitie, reclassering en hulpverlening hebben weinig tot geen vertrouwen in hem. Hij heeft geen adres, dus hij kan niet naar een meer open afdeling om bijvoorbeeld gefaseerd terug de maatschappij in te gaan. Dit betekent dat er nog wel een jaar bij kan komen. Hoe dan ook; zoals het nu lijkt staat hij vroeger of later weer buiten. Zonder begeleiding, zonder woonplek, zonder netwerk, zonder dagbesteding. Kansloos, in mijn ogen.

“Ik weet niet wat ik nu moet”, zeg ik tegen M. “Wat wil je?”, vraagt zij. Ik vertel dat ik mijn zoon wil helpen in ieder geval kans te maken op een ander bestaan. En dat het uiteraard helpt dat we weer contact hebben, maar dat ik het heel moeilijk vind om ‘toe te kijken’. Er moet zoveel gebeuren. Niet straks als hij vrij komt, maar veel eerder. Er liggen kansen. Hij is gemotiveerd. Hij is clean. Zijn gedrag is veranderd. Hij heeft geleerd. En er zijn uiteraard ook risico’s. Op een nieuwe terugval. Op nieuwe teleurstellingen en op nieuwe pijn. Eén ding weet ik zeker: als hij het alleen moet doen maakt hij weinig kans. Hij heeft iemand nodig. Hij heeft mij nodig. “Ik weet niet wat ik nu moet”, herhaal ik. “Ik kan het ook niet alleen. Niet zonder jou. Als ik echt wil helpen dan komt het opnieuw heel dichtbij. Ook bij jou, ook bij de kinderen.”

“Niets doen is geen optie”, zegt M.
We besluiten er vol voor te gaan, te beginnen met een inschrijving op ons adres.

Je kunt niet je hart openstellen maar de deur gesloten houden.

Over Berend Quest

'Als Berend Quest de wereld zou begrijpen, dan pas had ik een rotleven' | Blogt & Schrijft | Kookt maaltijden en soms van woede | Heeft hart, dat klopt

Zij houdt mij bij elkaar

marianne-arno-2015

Zij heeft niets met streven naar successen
Geluk voor haar is een simpel kopje thee
Niet in de storm, op zoek naar levenslessen
Voor de wind maakt zij een wandeling aan zee

Zij leeft het leven niet om van te leren
Maar om te leven van de lessen die je leert
Zelfs de hemel kan haar niet doen bekeren
Want zij gelooft niet in een dood die je vereert

Het zit voor haar in hele kleine dingen
Een enkel woord, een simpel klein gebaar
Als haar ogen zwijgend liedjes zingen
Weet ik het zeker; zij houdt mij bij elkaar

Alleen zij kan zeggen, wat ik niet wil horen
Zij is de spiegel op mijn allerslechtste dag
Maar als ik val, van mijn ivoren toren
Reikt zij haar hand en geeft haar allerliefste lach

Houd mij vast, trek me dicht tegen je aan
Fluister zacht, dat je me nooit zult laten gaan
Weet mijn lief, dat ik zielsveel van je hou
Ook op die momenten dat ik je niet lijk te verstaan

Het zit voor haar in hele kleine dingen
Een enkel woord, een simpel klein gebaar
Als haar ogen zwijgend liedjes zingen
Weet ik het zeker; zij houdt mij bij elkaar

Over Berend Quest

'Als Berend Quest de wereld zou begrijpen, dan pas had ik een rotleven' | Blogt & Schrijft | Kookt maaltijden en soms van woede | Heeft hart, dat klopt

De Avonturen Van Willem van Amerongen I

bietjes

“Jus?” Willem van Amerongen keek naar het witte bord met de citroengele rand. Vier aardappelen, kruimig gekookt. Een aan weerszijden bruin gebakken verse worst (grof, rundvlees) en een met gedroogde gebakken uitjes opgeleukte lepel rode bieten. Hij keek naar de kruidnagelteen die als een afgeknipte kalknagel uit het rode, veel te natte bietenschaafsel stak. Hij zag de over een kwart van de tafel gedekte plastic kleed, de grijze olifanten die van het kleed leken weg te willen lopen, de onderzetters van touw en de pannen, het bestek en de altijd bij iedere maaltijd aanwezige pot met zoetzure augurken. Een stilleven. Zijn stille leven. De arm van zijn vrouw hing boven de tafel, de stalen sauslepel tussen haar vingers. “Willem? Wil je jus?” Het was dit moment dat het leven van Willem van Amerongen voorgoed veranderde. Er knapte iets. De elektrische signalen in zijn hoofd weigerden de gebaande paden te volgen opdat zijn mond “Ja graag” zou spreken. In plaats daarvan liep Willem van Amerongen rood aan en terwijl hij met een ruk opsprong, ramde hij zijn beide gebalde vuisten met al de tot zijn beschikking staande kracht in het bord bieten en brulde: “Nee, godnondeju!!!!!!! Ik wil geen jus! Ik wil godverdomme neuken!!! Neuken!!!! Hoor je mij??? Neuken, neuken, neuken!!!!” Bea van Amerongen, geboren de Vries liet de sauslepel van schrik uit haar handen pardoes boven op haar glas water vallen. Willem van Amerongen stond daar, de bieten tot in zijn haar. Druppels bietensap als bloedende tranen rollend over zijn gezicht. Met gebalde vuisten, als aan de grond genageld. De stilte die volgde was oorverdovend en werd na enkele, uren durende seconden verbroken door een kledder warme prak die de weg terug zocht van het witte plafond naar de tafel. Keffer, de zwartbruine Dwergpincher, gealarmeerd door al het tumult zag haar kans en greep de worst die op de planken vloer was geland. Willem van Amerongen zag het en er verscheen een verbeten grijns op zijn gelaat. “Ik wens u samen vooral een smakelijke voortzetting, godverdomme!”, brieste hij. Daarna verliet Willem van Amerongen de woning aan de Planetenlaan 111 om er nooit meer naar terug te keren.

En terwijl Willem van Amerongen de Planetenlaan uitbeende, kauwde Keffer tevreden op de verse worst, keken de buren van nummer 109 nieuwsgierig uit het raam en zocht Bea van Amerongen, geboren de Vries, naar een doekje.

Over Berend Quest

'Als Berend Quest de wereld zou begrijpen, dan pas had ik een rotleven' | Blogt & Schrijft | Kookt maaltijden en soms van woede | Heeft hart, dat klopt

© 2017 Berend Quest

Theme by Anders NorénUp ↑